avatar
     
Weten & Tech

Gebabbel over biologisch voedsel vermijdt de echte vragen

U heeft het overal kunnen lezen: biologisch voedsel is niet gezonder dan gewoon voedsel. Dat hebben onderzoekers in Stanford ontdekt. Maar u had dat al eerder kunnen lezen, want drie jaar geleden kwam de Britse voedingsdeskundige Alan Langour ook al tot die conclusie. En dat was toen ook al wereldnieuws. Journalisten hebben geen geheugen, en lezers willen het niet geloven. Die blijven koppig denken dat ‘biologisch’ beter is. Wat de wetenschap ook zegt.

Langour kreeg drie jaar geleden al een vloedgolf aan beledigingen en zogenaamde tegenbewijzen over zich heen. Hij werd uitgemaakt voor prutser en leugenaar, en verder voor alles wat lelijk is (zie The Independent, 6 augustus 2009). Maar zijn conclusies waren spijkerhard: gewoon vreten bevat net zo veel vitaminen, mineralen, noem maar op, als biologisch vreten. Vanuit vakkringen viel toen geen kritiek te bespeuren – men had zoiets wel verwacht. Waarom ze in Stanford diezelfde vraag nog eens moesten beantwoorden, is onduidelijk. Geld teveel, denk ik. Of gebrek aan aandacht. Want zo’n onderzoek geeft geheid kabaal, zoals Langour ontdekte.

Milieudefensie
Ook nu dus weer veel verbaasd-teleurgestelde reacties van biologisch gelovigen. En zij die hun brood verdienen aan dit geloof. De Volkskrant drukte afgelopen zaterdag een brief af van een teleurgestelde ‘campagneleider voedsel’ van Milieudefensie. Voornaamste tegenargument: boeren spuiten soms te veel. Tja. Zo ken ik er ook een. Biologisch voedsel raakt gemakkelijk vergeven van de schimmel en ongedierte.

De Volkskrant zou de Volkskrant niet zijn, als ze geen uitgebreid aandacht aan zou besteden aan dit geschokte geloof. Het grootste kritiekpunt (drie jaar geleden, en nu) is dat de onderzoekers uitgaan van internationaal vastgestelde veilige marges voor wat betreft restanten van bestrijdingsmiddelen. Volgens de gelovigen kan dat natuurlijk niet. Resten bestrijdingsmiddelen zijn altijd gevaarlijk. Als is het maar één molecule. Ook al is uitgebreid bewezen dat er beneden die marge geen schadelijke effecten zijn, de gelovers blijven stomweg beweren dat zoiets slecht is. Met hetzelfde fanatisme praat men over E-nummers: allemaal vreselijk. Maar de diepe armoede van het biologische geloof wordt nog het beste geïllustreerd door de vijf kadertjes waarmee het artikel is versierd, die ongetwijfeld bedoeld zijn als best cases: biologische ham bevat minder (!) E-nummers, zilvervliesrijst is gezonder dan gewone rijst (so what? Is dat biologisch?), volkorenbrood is gezonder (alweer: so what?), volkorenpasta bevat ‘meer gezonde vezels’ (help!) en tot slot: biologische kaas bevat ‘meer gezonde vetzuren’ (alsof je Unilever hoort lullen!).

Antroposofisch bolwerk
Mag dit onderwerp dan eindelijk ten grave worden gedragen. Nee natuurlijk. De gelovigen gaan stug verder met bewijzen verzinnen. Het artikel vermeldt een onderzoek van ene Lucy van de Vijver van het Louis Bolk Instituut waarbij 2500 zwangere vrouwen al jaren worden gevolgd. 15 procent van hen eet ‘regelmatig biologisch’. Ze wil kijken of dat gezond maakt – maar het is duidelijk dat hierbij niét wordt gelet op andere leefstijlfactoren. Dit is dus onderzoek dat straks linea recta de prullenbak in kan. Dat Louis Bolk Instituut was vroeger een antroposofisch bolwerk, maar blijkbaar zijn ze daar nog steeds de weg kwijt. Of hebben ze centen te veel. En komen aandacht te kort.

De hele biologische discussie die alsmaar weer wordt opgestookt zou gewoon grappig zijn, een mooi voorbeeld van vertederend oudlinks anti-wetenschappelijk denken, als de zaken er niet zo treurig voor stonden. Terwijl men hier in Nederland heerlijk principieel staat te dubben voor het biologische schap in de supermarkt, groeit de wereldbevolking de komende decennia rustig door naar negen miljard. Die moeten straks allemaal eten. En dat niet alleen: die gaan straks allemaal net als wij veel plantaardige olie, vet en vlees eten. En vooral vlees vreet grond. De afgelopen halve eeuw is het mondiale areaal akkerbouwgrond gegroeid met 25 procent – een geweldige groei, maar dat is praktisch uitsluitend in gebruik voor veevoer. Hier in Noordwest-Europa wordt 80 procent van de grond benut voor… veevoer. En dan importeren we óók nog een heleboel. Als er straks negen miljard mensen zijn die allemaal willen eten zoals Amerikanen nu doen, moet het mondiale landbouwareaal tegen die tijd nogmaals verdubbeld zijn, tot ruim 2000 miljoen hectare). We zouden alle steppen en woestijnen kunnen benutten – maar daar is geen water. Natte tropische streken zijn geschikter. En dat betekent het einde op korte termijn van alles wat op oerwoud lijkt.

Worst of both worlds
Alles zal anders moeten – als we niet willen afglijden naar een planeet met een zes miljard dikkerds en drie miljard uitgehongerde paupers. De Amerikaanse voedingsexpert Ellis Rubinstein, die afgelopen week het academisch jaar in Wageningen opende, roept dan ook op tot een radicale revolutie in de voedselproductie. Nieuwe technologieën, nieuwe ideeën, als het even kan (maar dat is hondsmoeilijk) nieuwe voedingspatronen. Die revolutie hoef je niet aan te zwengelen, die zal er vanzelf komen, onder druk van miljarden hongerige magen. Maar als er geen sterke maatschappelijke tegenkrachten zijn, om die transformatie in de juiste richting te duwen, dan zal die revolutie geleid worden vanuit de politiek en het bedrijfsleven. Dan zullen de supermachten en de multinationals bepalen waar en hoe ons voedsel wordt geproduceerd. En voor wie. Dan krijgen we waarschijnlijk the worst of both worlds: een onrechtvaardige verdeling én een immense milieuschade.

En dat lijkt onvermijdelijk te zijn, zolang de milieubeweging zich niet herpakt. De toekomst van de wereldvoedselproductie vraagt om een technologische én sociale visie. Die komt er niet vanzelf – en zeker niet vanuit regeringen en multinationals. Maar die krijgen wel alle troeven in handen, zolang de milieubeweging zich blijft afkeren van de grote vragen én de onvermijdelijke oplossing: voedselproductie op industriële schaal. Dat kan wel degelijk schoon en diervriendelijk. En zeker ook zónder gentech. (Andere technieken zijn allang in de maak.) Dáár moeten Greenpeace en milieudefensie bovenop zitten – en ze moeten zich heel duidelijk afkeren van het modieuze geleuter over biologische, lokale productiemethoden. Dat soort nostalgie draagt niks bij. Om maar te zwijgen van die versleten antikapitalistische retoriek. Klinkt dapper – stelt geen ruk voor. Als de milieubeweging hier in gebreke blijft, als ze de aansluiting mist met de wetenschap én met de noden van miljarden buiten Europa, dan zit deze planeet écht in de problemen.

   
 
Als iedereen slaapt, zijn wij wakker.