Column

Feuilleton: The-Anafiles (35)

04-05-2010 16:00

Ik ben het meisje met de honderdduizend vrienden. Het meisje met de scherpe tong. Het meisje dat immer lief, vrolijk en behulpzaam is. Geen avond alleen doorbrengt, maar in plaats daarvan dapper van afspraak naar afspraak, van kroeg naar disco en van bioscoop naar – oh, de ironie – restaurant holt. Altijd druk, altijd bezig, altijd omringd door mensen. En toch ben ik eenzaam.

Alter ego
Want ik ben een stiekem bedrieger. Al zestien jaar lang lieg ik mezelf de dag door. Vraagt iemand mij hoe het gaat, dan antwoord ik in 99 procent van de gevallen opgewerkt: ‘Goed!’ ‘Prima, hoor, met mij gaat alles geweldig. Kan niet beter eigenlijk. Maar vertel eens: hoe is het met jou?’ Krijg ik chips, chocola of taart aangeboden, dan heb ik steevast net gegeten. Of ben ik allergisch. Of heb nét toevallig geen zin in zoetigheid.

Ik huil stilletjes op het toilet, maar niet voordat ik eerst alle andere hokjes op mensen heb gecontroleerd. Ik gooi uit machteloze woede spullen kapot, maar alleen als er niemand bij is. Ik verberg de donkere kringen onder mijn ogen na wederom een doorwaakte nacht onder een dikke laag foundation. Ik en mijn alter ego, mijn alter ego en ik: samen vechtend tegen de wereld.

Tenminste, zo is het altijd geweest. Maar de laatste tijd begint het te wringen. Want het is stomvervelend om constant maar de schone schijn op te houden. Nooit eerlijk te kunnen zijn over hoe ik mijn woensdagen doorbreng. Mijn therapiewerkboek te verbergen achter een anonieme bruine kaft en het huishoudschrift in een geheime la op mijn werk te bewaren. Ik grossier in smoesjes, uitvluchten en excuses. Dat zijn er tegenwoordig zoveel, dat ik zelf moeite begin te krijgen mijn verhalen kloppend te houden. Bovendien wil ik me eigenlijk niet meer schamen voor wie ik ben. Ik wil mensen recht in hun ogen kunnen kijken en zeggen: ‘Ik ben Anna en ik heb anorexia. Vind je dat belachelijk? Dan donder je maar op.’ Alleen durf ik dat niet.

Uit de kast
Een vriend – wel op de hoogte van de problemen – waarmee ik mijn dubbelleven onlangs besprak vergeleek mijn dilemma met uit de kast komen. Dat was voor hem na jarenlang toneelspelen nogal een opluchting geweest. En dus leek het hem een goed idee als ik hetzelfde zou doen. Mezelf niet langer verloochenen, maar gewoon met de billen bloot. Alles eerlijk opbiechten en vervolgens kijken waar het schip strandt. ‘Het zal je verbazen hoe goed mensen op dat soort bekentenissen reageren,’ zei hij er nog aanmoedigend bij. Maar ik twijfel.

En dus gniffel ik in de tussentijd dapper mee als ik onder het mom van ‘het is maar een lolletje’ wordt uitgemaakt voor gratenpakhuis of ondervoede aandachtshoer. Ja hoor, met mij is het altijd lachen, gieren, brullen. Ik ben niet zo gevoelig. Ik kan dat allemaal best hebben. Kom maar door met de kindertjes in Afrika- vergelijkingen. Ik vind het heus allemaal hilarisch. En ondertussen bijt ik mijn tong kapot. En vertel nog maar eens een leugentje om bestwil.

Ik weet niet wat er gebeurt als de wereld er achter komt dat ik helemaal niet dat zorgeloze zelfverzekerde meisje ben dat ik pretendeer te zijn. Ik weet ook niet of ik dat wel wil weten. Want ik heb niets en tegelijkertijd alles te verliezen. En dus ben ik bang.

Kijk hier voor een overzicht van eerdere Ana-files.