avatar
     
Column

Geert Wilders: geboren in een verkeerd lichaam?

Ik maak me een beetje zorgen om Geert. Ik zeg het maar gewoon. Onze kruisridder tegen de islam wordt steeds bleker. Hij heeft nu zelfs al blauwe ogen. Ik vermoed dat Geert lijdt aan een vorm van lichaamsdysmorfofobie. Een vrij obscure ziekte, die bekend is geworden dankzij beroemde patiënten als Michael Jackson en Lily Allen. Dank jullie wel sterrengekkies. Dankzij jullie begrijp ik onze wereldvermaarde knuffelallochtoon een klein beetje beter. Als je Geerts achtergrond een beetje kent, is het niet geheel verwonderlijk dat hij blanker en blonder wil zijn dan hij is. Hij is immers een Limburgse Indo, ofwel limbopinda. In oude interviews wilde hij nog wel eens met zachte g vertellen hij hoe hij vroeger altijd bij zijn tante kroepoek ging bakken. Over Wilders’ Limburgse wieg is al veel getypt. Laat ik het vandaag eens hebben over het pindadeel. Want ik denk dat zijn blankzucht daar vandaan komt.

Veel Indo’s lijden aan een vorm van lichaamsdysmorfofobie. Vooral de generatie die nog in Indonesië opgegroeid is, staat ambivalent tegenover het eigen kleurtje. Indo’s zijn ontzettend huidskleurgevoelig en navenant racistisch. Ik mag dat zeggen, want ik ben zelf ook een Indo. Ik ging vroeger ook wel eens bij mijn tante kroepoek bakken, op verjaardagen enzo. Daar scharrelden altijd een paar oudtantes rond: pindakleurige minivrouwtjes, krom van de jicht, met fijn gesneden Aziatische rimpelgezichtjes. Ze hokten steevast gezellig samen in de keuken, om daar al roerend in potten en pannen te klagen over het Hollandse eten, het Hollandse weer en de Hollandse ongastvrijheid. Ze konden oeverloos ouwehoeren over “Tempo Doeloe”. Die goeie ouwe tijd, toen ze nog semi-aristocratisch op een compound in Indonesië woonden en niet in een slechte buurt van Den Haag. Op een zo’n avond, ik was een jaar of vijftien, liep ik met een buik vol emping de overvolle keuken binnen om een nieuwe pot sambal badjak te pakken. Mijn tante Dinie zat met tranen in haar ogen te vertellen over de gamelan, of een ander Indo-stokpaardje. Ik verzamelde al mijn moed en stelde haar de vraag die al jaren op mijn lippen brandde: als alles daar zoveel beter was, waarom waren ze daar niet gebleven? Ze keek me gekwetst en verbaasd aan, en kwam met het onsterfelijke: “Maar jongen, we konden daar niet blijven na de revolutie. Wij waren toch de blanken?!” Dat uit de mond van een klein, krettek rokend pindavrouwtje in sarong en kabaja, dat alles met de verkeerde klemtóón uitspreekt.

Cognitieve rasdissonantie
Daarna volgde een vrij bijzondere uiteenzetting over hoe het vroeger werkte, qua rassenscheiding en slegs vir blankes in haar Indonesië. Het kwam op het volgende neer: 100 procent blankhuidigen waren de übermensch, en naarmate je minder blank was en meer Aziatisch bloed in de aderen had, bevond je je op een glijdende schaal richting de untermensch.

Waarna het foeteren op Turken en Marokkanen begon. Al mijn tantetjes in de keuken knikten instemmend. Mijn schattige Indische familie bleek te leiden aan collectieve cognitieve rasdissonantie. Toen ze nog in Indonesië woonden, zagen ze zichzelf als Super-Nederlanders. Niemand kon beter ‘de Rijn komt bij Lobith ons land binnen’ zeggen dan hen, niemand had meer koekblikken en theelepeltjes met afbeeldingen van het koninklijk huis erop. In Tempo-Doeloeland klopte dat ook, daar waren ze blanker dan 90 procent van het Indonesische klootjesvolk, en dus beter. Maar eenmaal in Nederland lag het ineens andersom: ze waren donkerder dan 90 procent van de bevolking, en dus volgens hun eigen definitie untermensch. Erger nog: in plaats van het verwachtte vorstelijke onthaal in de koninklijke stad Den Haag, wachtte hen een bestaan aan de marge van de samenleving, in een tochtig rijtjeshuisje met een uitkerinkje.

Islamtuig
Dat was al nauwelijks te verkroppen. Maar toen kwamen ook nog eens die ‘vieze Turken en dat Marokkaanse dieventuig’ het land binnen. Toen ik doorvroeg, bleek dat al mijn tantetjes wel eens voor Marokkaan of Turk aangezien waren. Mijn tante Mientje vertelde met samengebalde vuistjes hoe er ooit een bus was doorgereden, omdat ze een regenkapje op had. “Ze dachten dat ik een Turk was!” riep ze woedend. Hoe erg moet het voor jullie ex-‘Super-Nederlanders’ zijn, te constateren dat veel Turken ranker van gestalte en blanker van huid zijn dan jullie, dacht ik.

Geert is erfelijk belast met een dubbel minderwaardigheidscomplex. Ten eerste is hij een Limburger. Ten tweede is hij een Indische jongen. Maar dat heeft zo zijn voordelen. Naast heel Limburg staat mijn voltallige Indische familie pal achter hem. Mijn moeder heeft op hem gestemd. Het maakt de Indische Wilders-achterban niks uit dat hij zichzelf blondeert en zijn ogen blauw bijkleurt op zijn website. Ze zien dat niet als verraad. Sterker nog: als ze zouden kunnen, zouden ze het zelf ook doen. Geert is de Super-Nederlander die ze allemaal graag hadden willen zijn. Hij bewijst dat ze meer thuishoren in Nederland dan al dat “Islamtuig”. Hij manifesteert hoe blank ze eigenlijk zijn van binnen. Hij gaat zorgen voor een edel Nederland, waar Turken en Marokkanen hun plaats weten.

   
 
Als iedereen slaapt, zijn wij wakker.