Elke vrijdag bespreekt Joep Smaling voor DeJaap.nl een controversiële film van een regisseur die geweld en ander expliciet realisme niet schuwt. Het is een verkenning van extreme cinema vlak voor en na de millenniumwisseling. Wat willen deze regisseurs die de scalpel hanteren en hun kijker eerder opzadelen met een gevoel van onbehagen dan een fijne filmervaring? Is het simpel effectbejag of zijn hun intenties anders van aard? Het wordt een tienluik dat begint met Funny Games (Haneke, 1997/2007)). Hierna volgen Carne/ Seul Contre Tous (Noe, 1998) The War Zone (Roth, 1999), Baise Moi (Despentes, 2000), Irreversible (Noe, 2002), Twentynine Palms (Dumont, 2003), The Great Ecstasy of Robert Carmichael (Clay, 2005), Martyrs (Laugier, 2008), Srpski Film (Spasojevic, 2010).
Tim Roth, die in het eerder besproken Funny Games (versie 2007) de rol van vader George op zich nam, heeft een aardige carrière als acteur. Eenmaal is hij op de stoel van regisseur gaan zitten, en wel met The War Zone. Het is zeker geen matig uitstapje of probeerseltje, want de film laat zich kijken als een uitgesproken werk van een volleerd regisseur. Evenmin heeft Roth er voor gekozen een veilige film te maken die makkelijk landt bij publiek en critici. The War Zone is een loodzwaar drama over incest, deels gebaseerd op het gelijknamige boek van Alexander Stuart.
(Deze bespreking bevat wederom spoilers.)
Badkamerraam
Devon, in het Zuid-Westen van Engeland, is beklemmend grauw en regenachtig. De vijftienjarige Tom woont er sinds kort met zijn familie – vader, hoogzwangere moeder en zus – en heeft heimwee naar London waar ze vandaan komen. Hij is een zeer teruggetrokken, bleke puber die zich verveelt en in een van die momenten van verveling een ontdekking doet die zijn leven grondig ontwricht. Het is vlak na de geboorte van zijn nieuwe zusje die – niet geheel verstoken van symboliek – wordt geboren in een gecrashte auto. Zijn zus Jessie, die minstens even verloren rondhangt rondom hun huis in de grijze kusstreek van Devon, lijkt er een pijnlijk geheim op na te houden. Zag hij niet, toen hij een blik door het badkamerraam wierp, hoe ze in bad stapte bij zijn vader? Waarom liegt ze daar dan over? Tom blijft waakzaam en ontdekt steeds meer.
Bunkerscene
De scene die het meest schokkend is deed Ray Winstone, de acteur die de vader speelt, bijna besluiten niet verder te gaan met de film. Naar verluidt moest de geluidsman huilen en tijdens de voorvertoning op het Toronto International Film Festival werd iemand in het publiek zo hysterisch dat hij van plan was het brandalarm af te laten gaan. De scene waar het om gaat is de zogeheten bunkerscene. Vlakbij het huis van het gezin, het ‘oorlogsgebied’, staat niet geheel ontoepasselijk een oude bunker. Als Tom op een dag een beetje rondhangt aan zee ziet hij er twee figuren rondsluipen, een ervan herkent hij als zijn zus. Hij pakt een camera die hij op de kamer van zijn zus gevonden heeft en begint te filmen door een smalle kier in het betonnen bouwwerk. Daar is zijn vader zijn zus aan het uitkleden. Tergend langzaam. Hij gebiedt haar op haar knieën te gaan zitten en terwijl ze wanhopig huilt verkracht haar vader haar anaal. Het is een scene die meerdere minuten in beslag neemt.
Een scene even schokkend als doeltreffend omdat het een brute onthulling is van wat daarvoor alleen maar wordt gesuggereerd. Het verscholene openbaart zich aan Tom en de kijker, expliciet en toch gruwelijker dan verwacht. Juist incest, moet Tim Roth gedacht hebben, is iets wat zich in het verborgene afspeelt. Laat ik de kijker confronteren met de gruwel ervan.
Isolement
Realisme zonder weerga, maar maakt dat The War Zone tot een goede film? Absoluut. En niet alleen Tim Roth is debet aan de kwaliteit ervan. Ja, met goedgekozen beelden en traag verlopende, stille scènes weet hij voortreffelijk een sfeer neer te zetten van uitzichtloosheid. Eveneens is de film, uitgezonderd de bunkerscene, bijzonder subtiel. Maar degenen die de film echt overtuigend maken zijn de acteurs. Met name Lara Belmont, die Jessie speelt, is ijzersterk. De verwarring van een incestslachtoffer, het onbegrip, de zelfhaat en een verdacht soort van vroegvolwassenheid weet ze bijzonder knap neet te zetten. Eveneens Tom, gespeeld door Freddy Cunliffe, is heel geloofwaardig in zijn rol van broer, die uiteraard niet weet of hij de schuld alleen bij zijn vader moet zoeken. Daarbij wordt voortdurend de suggestie gewekt dat ook Tom niet onbeschadigd is, en worstelt met zijn houding ten aanzien van onaanvaardbare seksualiteit. Maar wat broer en zus, en evengoed de moeder, met elkaar gemeen hebben is hun isolement. Alledrie zijn ze op hun eigen manier slachtoffer, elk lijden ze op hun eigen manier in het geïsoleerde huis in Devon, vlakbij de bunker die ironisch genoeg niet bepaald bescherming bood.