Opinie

Thierry Baudet heeft gelijk: Politieke cultuur is te inflexibel voor creativiteit

30-09-2018 17:18

Bijna de gehele Tweede Kamer wil ons doen geloven dat daar feitelijke debatten plaatsvinden die kunnen leiden tot bijstelling van standpunten en besluiten. Maar de huidige politiek functioneert via rigide regeerakkoorden en partijdisciplines, zoals Ybeltje Berckmoes liet zien. Stef Blok (VVD) beet een CDA’er toe: “Zullen wij dan ook VVD-Kamerleden kritische vragen laten stellen aan een CDA-bewindspersoon?” Is er van dualisme nu nog sprake..? Of van ‘zonder last of ruggespraak’?

Mocht een volksvertegenwoordiger gewetensbezwaren optekenen bij het partijstandpunt, dan is het alternatief complexer dan een maanlanding. Een politicus moet een gigantische media-acceptatie hebben, wil hij of zij zich op eigen kracht profileren. Iemand in een comment-sectie merkte al op: als puntje bij paaltje komt buigt zelfs Pieter Omtzigt (CDA), want ook hij heeft een hypotheek.

Tijdens de Algemene Beschouwingen van 2018 opende Thierry Baudet (Fvd) met een gedicht. “Mijn mond benoemt de mooie dingen in het leven, voordat ik mij met de rituele schijndebatten hier verzoend heb.” Hij sprak over schoonheid omdat hij “de Kamerleden toch wilde raken, al zijn ze getraind om nergens door geraakt te worden.”

De politieke cultuur in Nederland is te inflexibel om een creatief moment te delen waarin volksvertegenwoordigers publiekelijk van gedachten wisselen. Het gevolg is dat er wordt voorgekookt in achterkamertjes. Daarom was de kritiek van Segers (CU) op Baudet misplaatst. Baudet zou rond de Algemene Beschouwingen “veel in de wandelgangen te vinden zijn”. Tsja, juist daar wordt de invloed uitgeoefend. Niet voor het spreekgestoelte – dat is voor de bühne.

Feitelijk was maar één moment van de discussie echt relevant. Het moment waarop Baudet zei: “Ik heb het hier over de ongevoeligheid van mensen voor rationele argumenten. En toen ik vorig jaar één keer over de vraag wilde nadenken, ‘is iedere subsidie niet een vorm van censuur, omdat wordt besloten om een bepaald geluid te versterken en te subsidiëren en een ander geluid dus niet?’, toen werd mijn uitspraak om daar ‘nog even over na te denken’ door de hele Kamer uitgelegd als zwakte en besluiteloosheid. Iedereen grijpt op die momenten terug op door spindoctors klaargezette bestanden met oneliners. Zelfs de grapjes over de eikeltjespyjama van Klaver zijn ingestudeerd. Dus ik laat dit zinloze debat zitten. Ik kom met moties die u dwingen om daarover te stemmen, zodat u niet met woorden maar met daden laat zien waar u staat.”

Daarop gaf Buma hem impliciet gelijk door te zeggen: “Als wat u zegt waar is, dan zou ons Kamerwerk niet meer zijn dan het stemmen over moties!” Dit deed natuurlijk geen cent af aan het feit dat het één groot door spindoctors geregisseerd theater is. Volksvertegenwoordigers hebben inderdaad nul vrijheid om argumenten van andere politici over te nemen: dit wordt direct gezien als ‘toegeven’ en ‘zwakte’. Van dichtbij zag ik hoe een Kamerlid vergelijkbare standpunten had over klimaatbeleid als de PVV. Toch koos het Kamerlid een andere richting qua inbreng: zij-aan-zij optrekken met de PVV zou het Kamerlid namelijk niets opleveren en zelfs beschadigen.

Vervolgens ging Pechtold (D66) helemaal los op Baudet. Hij zei: “Wij verwezenlijken hier het hoogtepunt van democratie! Wij zijn de volkssoevereiniteit, wij belichamen de hoogste vorm van representatie van het Nederlandse volk!” Terwijl Pechtold het overdragen van bevoegdheden naar de EU steunt, wat betekent dat de EU de Tweede Kamer overvleugelt.

Natuurlijk werd er nog wat gedold – zo zou Baudet niet hebben begrepen wat ‘oordeel Kamer’ betekent. Niettemin stelde hij terecht de wedervraag op welk punt Rutte dan van mening was veranderd. Onderaan de streep zijn de Algemene Beschouwingen niet anders dan de jaarlijkse begrotingsvergadering van een gemeenteraad: 99/100 dingen zijn tevoren in beton gegoten en de coalitie beweegt hooguit op een marginaal onderwerp zoals ‘wel of geen rubberen tegels in de speelplaats’, waarbij het de regering inderdaad niets uitmaakt hoe de Kamer daarover oordeelt.

Dus Baudet had toch gelijk al leek Rutte dan even slimmer. Voortdurend vindt repressieve tolerantie plaats: het debat en de energie verplaatsen van hoofd- naar bijzaken. Over het feit dat Schengen niet werkt om migratie te beperken en dat Italië en Hongarije (plus Polen) hierdoor op ramkoers liggen met de Duits-Franse as – over dit existentiële punt is nul discussie.

Existentiële zaken worden bedolven door ‘politics as usual’ en vervolgens wordt de aandacht verlegd naar beleid op incidenten. Alsof zelfs de existentiële bedreigingen geen bedreigingen zijn: alsof het een kwestie is van managers die laconiek wat schakeltjes omzetten op een sociaal-economisch paneel. De volgende sfeer heerst onder parlementariërs: ‘De technocraten, de échte experts hebben het onder controle, dus laat ons bekvechten over wat gister bij DWDD te zien was.’ Met als perfect voorbeeld de twee kinderen die op het laatst toch niet werden uitgezet. Deze kwestie zoog alle aandacht op, in plaats van te spreken over bevolkingspolitiek.

Vervolgens probeerde Jesse Klaver (GL) om Baudet te verleiden tot het valideren van een systeem, waarbinnen Baudet niet anders kan dan verliezen. “Trek Rutte hier over het spreekgestoelte!” zei Klaver. Sietske Bergsma beschrijft wat er vervolgens gebeurde: “Rutte zag dat dat een goede opmerking was en knikte hem toe, zijn twee zwarte knopen van ogen netjes opgevouwen in zijn grimas. De populist rest de aanval of de voetveeg-rol, de huisclown – zoals Wilders (PVV) die al ruim tien jaar speelt. Baudet heeft daar geen zin in.” Wilders trekt al tientallen jaren premiers over het spreekgestoelte – qua beleid is het effect gering. Dit is repressieve tolerantie.

Klaver hoeft weinig te doen – het kabinet adopteert het klimaatbeleid van GroenLinks. Zie de discussies over het Parijs-akkoord en warmtepompen. Wat kan Baudet bereiken in een situatie waar alles is dichtgetimmerd met akkoorden? Theo Hiddema (FvD) betoogde in het Kamerdebat over moskeefinanciering bijvoorbeeld, dat de religieuze scherpslijpers al kunnen worden aangepakt door de bestaande wetgeving strenger toe te passen. Iedereen weet dat hiermee niets wordt gedaan. Wat Klaver doet, is Baudet uitnodigen om een potje monopolie te spelen, waarbij alle straten al zijn verkocht. En dan zeggen: “Wat flauw dat u dit niet wil, u bent geen echte democraat!”

Effectiever dan het uitpluizen van de totale inbreng van Baudet, is een verwijzing naar mijn inbreng in het profetische boek Moord op Spinoza (2018):

“In de afgelopen vijftig jaar hebben de liberale, socialistische en conservatieve ideologieën in West-Europa plaatsgemaakt voor een globaal progressief kosmopolitisch fundament. Dit dominante fundament kent te weinig oplossend vermogen om de crisis van het huidige tijdsgewricht het hoofd te bieden – problemen rond migratie en islam, groeiende schulden en het uitputten van de middenklasse, vergrijzing en sociaal atomisme. De problemen worden verergerd door de conformistische ‘ons kent ons’ bestuurscultuur: alternatieve visievorming en het benoemen van ongemakkelijke feiten leidt direct tot uitsluiting.” (p.126)

Een blik op de PVV biedt reeds voldoende voorbeelden. Zo zou Wilders een lezing geven voor de NOS, wat werd verhinderd, en is er een informeel veto tegen Martin Bosma om Kamervoorzitter te worden, hoewel hij het als ondervoorzitter prima doet. PVV-burgemeesters zijn ook nergens te vinden, zoals ik al eerder beschreef. Toch de tweede grootste partij van het parlement. Als ik Baudet was, zou dit vooruitzicht mij moedeloos maken.

Het is heel knap dat Wilders hier elke ochtend weer de energie voor vindt. De PVV blijft het parlementaire spel meespelen zonder ooit maar een klein overwinninkje te worden gegund. Mensen maken zich woest over de ontwikkeling van Nederland: vervolgens zien ze in een video hoe Wilders de premier van katoen geeft. Zo wordt hun woede gekanaliseerd en kunnen ze er weer tegenaan. Ze blijven werken, de belastingcentjes stromen binnen, de machine dendert door.

Baudet bekijkt dit geheel van een wat grotere afstand. Wil hij winnen, dan moet hij de magie van het parlementarisme doorbreken.

Een jongedame beschreef het dossier ‘diversiteit’ op haar universiteit. Ze zei tegen een voorzitter van een comité, een GroenLinkser: “Hier worden in alle debatten VVD’ers weggezet als rücksichtsloze kapitalisten, PVV’ers zijn racisten en FvD is al helemaal ‘alt-right’. Nooit hoor ik het argument dat een deel van de studenten structureel niet wordt bediend. Mensen met kritiek op de islam worden er niet beter op door hen weg te zetten als racist.”

Ik zei dat haar redenering nogal naïef is. Natúúrlijk gaat die voorzitter niet luisteren. Die ziet het gewoon als containment-politiek. Hij ziet het als zijn morele plicht om te zorgen dat die groepen niet aan de knoppen komen: hij weet zich gesteund door de instituties. In mijn academische carrière heb ik dit meegemaakt en nu we het over Baudet hebben, blijkt dat het met hem niet anders is. Ook dit haal ik aan in Moord op Spinoza: als Rutte na het Oekraïne-referendum Baudet had benoemd tot directeur van neem nu het Rijksmuseum, dan was er nooit een FvD als concurrent van de VVD geweest. Of je nu promoveert of niet, media-optredens op je naam hebt of niet, hoeveel boeken je ook schrijft: het maakt allemaal niets uit, zoals ook Bergsma weet:

Of je het nou eens bent met Baudet, zijn stijl of zijn ideeën – of niet, als ‘populist’ kom je er niet tussen omdat populisten niet in het script geschreven mogen worden van Rutte en EU.”

Voor 50Plus, Partij voor de Dieren of de SGP is het nog te begrijpen: kleine partijen met specifieke belangen die zij brokje voor brokje in amendementen proberen te duwen. Maar een grote partij als de PVV, die existentiële thema’s en bedreigingen aankaart, moet zich maar schikken in een eeuwige oppositierol?

Ook beschrijft Bergsma de positiviteitsterreur waarmee partijen als PVV, SP en FvD worden weggezet als azijnpissers op wiens argumenten men niet hoeft in te gaan.

Het onthechte denken over de problemen van een land [betekent] dat ‘problemen’ als idee compleet is losgeraakt van de politiek – het is een conversation killer geworden, ‘negatief gedoe’. Alles wat goed gaat in Nederland komt door individuen, ondernemers, mensen aan de zijlijn, spaarpotjes van vroeger, goeie wil en de neiging niet te klagen als het minder gaat.”

Ik weet dat dit klopt, en voel me hierom zoals Doctor Strange in de film Infinity War. Gezeten in een rustig hoekje van de kamer visualiseer ik dan duizenden contingente toekomstscenario’s: er zijn er steeds minder die vredig eindigen. In Frankrijk besloot een rechter bijvoorbeeld dat Marine Le Pen, leider van de belangrijkste oppositiepartij, een test naar geestelijke gezondheid moet ondergaan. Dit zijn ronduit communistische praktijken: politieke tegenstanders onderwerpen aan psychische evaluaties. Zelfs in de tijd van Hans Janmaat ging men niet zo ver.

Daarom spelen Rutte en Klaver met vuur, door een groot deel van de bevolking structureel uit te sluiten van iedere relevante positie. Het duurt niet lang of mensen worden wakker. Spoedig zijn de scherpe betogen van Wilders niet meer afdoende om hun woede te kanaliseren. Ze willen meeschrijven aan beleid en meedelen in invloed. De geschiedenis leert dat als dit niet kan, dat er situaties ontstaan zoals de Spaanse burgeroorlog, waarbij aanslagen regeringen dwingen om bepaalde partners niet langer uit te sluiten en beleid bij te sturen.