Opinie

Sonny Spek – Het Klimaatakkoord verzwakt de lokale democratie

03-10-2018 17:01

Vorige week was er een Klimaatconferentie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten waar het Klimaatakkoord op hoofdlijnen nader werd toegelicht. Dat hier behoefte aan was bleek alleen al aan het aantal aanmeldingen: volgens de organisatie waren er tweemaal zoveel mensen als waarop zij aanvankelijk hadden gerekend. De conferentie stond in het teken van verduidelijken waar het proces met de beruchte ‘klimaattafels’ zich nu precies bevonden en ons werd medegedeeld dat er ‘duidelijke stappen’ werden gezet. Ironisch genoeg werd ook tijdens de bijeenkomst bekend dat volgens het PBL het voorlopige Klimaatakkoord ‘te vaag’ is om door te rekenen. Ietwat pijnlijk.

Toen ik s’ avonds in de treinreis naar huis nog eens nadacht over de dag moest er gelaten geconstateerd worden dat mijn vragen over de stijgende energiekosten, warmtepompen, warmtenetten, CCS (opslag van CO2 onder de grond) en de gasvrije wijken nog niet waren beantwoord. Minister Wiebes kon mij met zijn speech, en zijn bijzonder laconieke houding tijdens het vragenuur van 25 september over de verwachtingen met betrekking tot de energietransitie, die verduidelijkingen niet bieden. Mijn reis opzoek naar de antwoorden en kostenplaatjes had wederom weinig opgeleverd. Een van de weinige antwoorden die wel werd gevonden was een vrij pijnlijke, namelijk dat de onderhandelaars zelf ook geen enkel idee hebben wat het Klimaatakkoord uiteindelijk precies voor gevolgen zal gaan hebben. Het gepolder zorgt vooralsnog voor verwarring en de zin ‘Dat zullen we met elkaar gaandeweg ontdekken’ is iets te vaak uitgesproken en dat maakt mij ongerust.

Een ander aspect wat wel al verder uitgewerkt is en ook voor mij als raadslid interessant lijkt is dat van de RES (Regionale Energie Strategieën). Het RES houdt in dat er voor elke regio een klimaatopgave wordt opgesteld zodat er in regionaal verband afspraken kunnen worden gemaakt over bijvoorbeeld de aanwezige warmtebronnen, infrastructuur en de te nemen duurzaamheidsmaatregelen. Hoe deze opgave precies wordt onder de regio is overigens nog niet duidelijk. De rekenmethode die wordt gebruikt om de mate van verduurzaming te verdelen onder de regio’s moet nog bekend worden gemaakt, maar het zou kunnen dat landelijke gebieden meer duurzaamheidsmaatregelen zullen moeten treffen dan stedelijke gebieden omdat daar simpelweg meer ruimte is. De RES heeft dus een zeer grote invloed op het omgevingsbeleid. Het idee hierachter is dat de regio’s wendbare beslissingen kunnen nemen om de te nemen verduurzamingsmaatregelen (bijvoorbeeld het aanleggen van gasvrije wijken of windmolens) makkelijker in te kunnen passen op regionaal niveau. Dit lijkt natuurlijk op het eerste gezicht een prijzenswaardig iets, want wie wil er nu geen efficiëntere besluitvorming? Niettemin ben ik van mening dat het de lokale politieke besluitvorming verzwakt.

Als beginnend raadslid is het mij de afgelopen maanden opgevallen wat voor ongelofelijke impact de decentralisaties in het sociaal domein van de Wmo, Participatiewet en Jeugdwet op gemeenten en gemeenteraden in het bijzonder heeft gehad. Veel gemeenten worstelen nog steeds met het vraagstuk en dit heeft mede gezorgd voor minder steun voor decentralisaties dan dat er aanvankelijk was onder de bevolking. Uit onderzoek van het SCP blijkt dat nu 50 procent van de mensen ‘meer nadelen dan voordelen ziet in de decentralisaties’. Dit is ook logisch, gezien de ongelijkheid die er tussen gemeenten ontstond en de beperkte kennis die er in veel gemeenten aanwezig was. Ook hebben raadsleden meerdere malen aangegeven dat bij ‘ons’ de tijd, kennis en kunde ontbreekt om zo’n enorm proces in goede banen te kunnen leiden. Uit onderzoek bleek al eerder dat veel raadsleden aangeven te weinig grip te hebben op zorgdossiers door de omvangrijkheid ervan. Nu is mijn vrees dat we ditzelfde proces zullen ervaren op het gebied van de energietransitie.

Als het Rijk deze verantwoordelijkheden op het gebied van verduurzaming ook over de schutting gooit in de vorm van deze Regionale Energie Strategieën zonder dat daarbij ook de middelen beschikbaar te stellen om dat proces in goede banen te leiden, dan houdt dit een verzwakking van de lokale democratie in. Veel raadsleden hebben, zoals reeds aangegeven, niet de kennis, tijd en kunde om ook op dit complexe gebied een college goed te kunnen controleren. Laat staan als het gaat om een regionale samenwerking. Er zal weinig controle en transparantie zijn over de beslissingen die worden genomen en hoe die precies tot stand komen. Een extra bestuurslaag creëren tussen de provincie en de gemeente is niet wenselijk en zorgt in de praktijk voor nog minder invloed van gekozenen en van de kiezer. Daarnaast zijn er nog andere nadelen te noemen bij het regionaal oppakken van de energietransitie. Hierbij kan worden gedacht aan spanningen die tussen gemeenten kunnen ontstaan bij het maken van afspraken, bijvoorbeeld over het plaatsen van windmolens. Dit kan ook doorwerken in andere samenwerkingsverbanden die reeds aanwezig, zoals bijvoorbeeld de gezamenlijke zorgaanbesteding of concessies voor het openbaar vervoer. Ook zal de omgevingswet straks ervoor zorgen dat de ruimtelijke ontwikkelingen inpassen gemakkelijker zal worden gemaakt. Mijn vrees is dat bij grote duurzaamheidsprojecten (bijvoorbeeld het aanleggen van windmolenparken) protest aantekenen ook moeilijker zal worden; dit zal inderdaad het proces versnellen maar is niet van belang bij het maken van zorgvuldige beslissingen. Het is belangrijk dat we onze lokale democratie beschermen tegen dit soort ogenschijnlijke ‘goede’ initiatieven en we hier scherp op zijn om misstanden in de toekomst te voorkomen. Dat is onze lokale democratie waard!