Opinie

Goede doelen zijn vaak niet goed

10-02-2019 16:21

Nog levendig staat mij het verhaal van een deur-aan-deur verkoopster voor ogen. Zij verkocht kaarten voor goede doelen – of althans een deel van de opbrengst ging naar een goed doel. Wat ze er niet bij vertelde was het maar om enkele procenten ging. Het merendeel van de kaartverkoop ging naar het bedrijf. Oftewel eerst naar haar baas en de kaartenontwerpers, dan naar de verkopers, en het ‘goede doel’ was de sluitpost. Afhankelijk van de Algemeen Plaatselijke Modelverordening van de gemeente, betreedt je met dergelijk werk al gauw schimmig terrein. Haar commentaar was als volgt: “Niks mis mee toch? Als ik de kopers voor een paar euro een goed gevoel bezorg.”

En dat vat het hele eieren eten samen rond de goede doelen. Vaak gaat het om de intentie die eraan ten grondslag ligt – naar de doelmatigheid wordt dikwijls niet gekeken. Komt het geld in goede handen terecht? Concurreert het goede doel met initiatieven van de lokale bevolking, verdringt het plaatselijke initiatieven? Wat blijft er aan de bobo-strijkstok hangen? Zijn dit projecten die zichzelf kunnen bedruipen, of stort alles in zodra de geldinjectie stopt? Bij veel goede doelen komt weinig realisme kijken – het selling point van goede doelen is dikwijls intentiedenken: geven om jezelf goed te kunnen voelen of onder druk van morele chantage.

Goede doelen zijn vaak ook elitair. Terwijl juist iedereen zou moeten kunnen profiteren. Denk aan de jongeren die naar Bolivia gaan om straatkinderen te helpen, in plaats van een potje te dammen met hun bejaarde buurman die weduwenaar is. Bolivia staat natuurlijk beter op je CV – je moet maar net de connecties hebben om zo’n reis te kunnen ondernemen. En je moet vrijgesteld zijn. Als jouw ouders geen nanny kunnen betalen om je gehandicapte zus te verzorgen, kun je dus niet mee. Daarnaast zijn goede doelen qua profiel en imago dikwijls anti-patriottisch. Ze spelen in op het Westers Eurocentrisch schuldgevoel.

Ontluisterend was het Kamerdebat over de seksfeestjes bij Oxfam Novib. “Medewerkers van de Britse tak van hulporganisatie Oxfam hebben na de verwoestende aardbeving op Haïti met Oxfam-geld seksfeestjes georganiseerd met, mogelijk ook minderjarige, prostituees.” Het oordeel van Minister Kaag (D66) luidde als volgt: “Verwerpelijk en totaal onacceptabel.” Ook Oxfam zelf reageerde met een brief aan BuZa waarin maatregelen werden opgesomd. De vraag dringt zich echter op waarom het nodig was om 111 miljoen euro (!) te doneren aan Haïti, terwijl er in Nederland velen onder de armoedegrens leven.

Er zit een aspect in van de christelijke zelfverloochening. Als je mensen helpt die verder van je afstaan, is het kennelijk moreel beter dan om te doneren aan doelen die dichtbij staan, aan mensen met wie je je directer kunt identificeren. Hoe verder de geholpen persoon van je afstaat, hoe moreel ‘puurder’ de handeling is. Andersom wordt er niet altijd zo gedacht. Een man genaamd Mo organiseerde een kickbokstoernooi waarvan de opbrengsten naar arme mensen zouden gaan. Hij vertelde dat hij negatieve kritiek kreeg vanuit de moslimgemeenschap. Kennelijk vonden sommigen dat alleen andere moslims mochten profiteren van zijn initiatief, en niet zomaar willekeurige armen.

Isabel Robeson onthulde na het schandaal van Oxfam Novib haar ervaringen met de sector op sociale media. Robesons ouders sleepten haar de wereld over om overal “aan de frontlinies” humanitaire hulp te bieden. Maar, zo liet ze weten: “de sector zit vol narcisten”. Want waarom zou je het lijden opzoeken? Volgens haar trekt het lijden narcisten aan die zich ermee volzuigen als een spons, als bijna een vorm van spektakel.

Zij voegt daar aan toe dat hun leefstijl tot op bepaalde hoogte zelfs onnatuurlijk is. Voortdurend in het buitenland met zelden de kans om langdurig op een plek te blijven en ‘wortel te schieten’. Het masker, naar buiten toe, is “kijk mij eens goed doen”, terwijl er in de privésfeer vaak een ander verhaal achter schuilt. Robesons moeder verborg haar eigen geestelijke problemen achter het smetteloze imago van de ontwikkelingswerker, terwijl ze haar kinderen mishandelde. Haar vader werkte voor de VN en was net zo.

Velen in de sector laten ontwortelde en gefragmenteerde gezinnen achter – “een teruggekeerde ISIS-strijder zouden ze beter behandelen”, aldus Robeson. Wereldverbeteraars stelen de show met zielige verhalen over verdrinkende migranten en lobbyen voor een ruimhartiger migratiebeleid. Zij lezen anderen de les over wereldburgerschap en hoogstaande morele waarden, maar gaan zélf niet naast de teruggekeerde ISIS-strijder wonen. Tegelijkertijd onttrekken de meeste goede doelen zich aan alle gevolgen die de instroom van zulke mensen en hun culturen heeft op de oorspronkelijke inwoners van Westerse landen.

Toch is het kennelijk doodnormaal om te doneren aan dergelijke organisaties; op sociale media komen intussen dikwijls lijsten voorbij met alle goede doelen en daarachter de salarissen, van wat alle betrokken topfiguren verdienen. “100.510 euro is het gemiddelde jaarsalaris van een directeur van een goed doel op fulltimebasis.” aldus deondernemer.nl. Ene Erik Schrijver lanceerde ook een lijst salarissen die viral ging en later werd aangemerkt als hoax. Maar de teksten die het ‘lijstje van Erik’ moeten ontkrachten zijn bijna net zo pijnlijk als het lijstje zelf: “De directeur van het Rode Kruis ontvangt 135.000 euro en geen 198.000 euro (gegevens 2016). De directeur van de Hartstichting verdient geen 181.119 euro maar 144.445 euro.”

En hoeveel geld gaat er niet op aan flitsende reclamespotjes waarin uitgemergelde Afrikaanse kindjes voorbij strompelen, vanuit de juiste hoek in beeld gebracht zodat ze nóg sterker vermagerd lijken? Hoeveel marketeers verdienen daar een dikke boterham mee? Ondanks verontschuldigingen door de directeur kostte de seksrel bij Oxfam Novib destijds zo’n 700 leden in Nederland – in meer algemene zin is het duidelijk dat de markt voor goede doelen nog moet worden opgevoed.

Mensen kunnen beter een goed doel kiezen dat dichtbij staat, zodat je meer zicht en controle hebt op wat er met je geld gebeurt, en zodat je niet indirect een antiwesterse lobby steunt. De ‘goede doelen’ sector heeft er voor de eigen continuïteit immers een belang bij dat Europeanen zich schuldig voelen over de ellende in het buitenland: dan zijn zij immers medeverantwoordelijk voor een oplossing, en moeten dus de knip trekken. Stop deze waanzin, en kies vandaag nog een beter doel.

Sid Lukkassen werkt nu aan een crowdfunding: een onderzoek naar identiteitspolitiek. Het is zijn doel om in kaart te brengen hoe destructieve linkse identiteitspolitiek, het publieke debat sloopt. Hij is al bijna op 100 procent! Wees een held, steun Sid en geef dit project het laatste duwtje!