Er was een tijd dat we oprecht trots waren op onze uitrusting. Die flinterdunne slaapzakken, een klapstoel met een wankele bekerhouder en de bijna religieuze overtuiging dat een kampvuur aansteken in de regen de hoogste vorm van vrijheid was. Kamperen was geen vakantie, het was een statement. Totdat onze dochter twee werd en dat romantische beeld in één weekend aan diggelen sloeg.
Het lag niet aan de natuur. Het lag aan de logistiek. Een weekend in een tent met een peuter is namelijk geen vakantie; het is verhuizen naar een plek waar alles onhandiger is. Het begon met luiers die we nergens discreet kwijt konden en eindigde in een nacht van drie uur slaap op een half leeggelopen luchtbed. Toen onze dochter de volgende ochtend haar met jam besmeurde handen afveegde aan mijn slaapzak, wist ik het zeker. Mijn partner keek me aan en zei de woorden die onze vakanties voorgoed zouden veranderen: “Dit doen we nooit meer zo.”
De mythe van het inleveren op beleving
De angst van de doorgewinterde kampeerder is dat je bij het opgeven van de tent direct je ziel verkoopt aan een steriel hotel. Maar die vrees bleek ongegrond. We wilden nog steeds die frisse ochtendlucht inademen en het gevoel hebben dat we echt ‘weg’ waren. We zochten alleen een manier om de chaos te elimineren.
Tijdens onze zoektocht naar bungalows en luxe glamping-opties ontdekten we dat je verrassend weinig opoffert als je kiest voor een dak boven je hoofd. Sterker nog, je krijgt er kostbare tijd voor terug. Een fatsoenlijk bed, een eigen douche en een koelkast die niet afhankelijk is van koelelementen maken een wereld van verschil. Vooral bij een groepsaccommodatie in Limburg merkten we dat de overgang van ‘overleven’ naar ‘genieten’ heel natuurlijk ging, juist omdat de faciliteiten de randvoorwaarden voor rust scheppen.
De logistieke realiteit van een jong gezin
Als ouders maken we onszelf vaak wijs dat een kind wel flexibel is. “Het gaat wel,” zeggen we dan terwijl we de auto tot het dak volstouwen. De realiteit is dat een peuter structuur nodig heeft. Een vertrouwde slaapplek en eten op de juiste tijd zijn essentieel voor de goede vrede. Op een traditionele camping kost het bereiken van die structuur enorm veel energie. Energie die je eigenlijk wilt gebruiken om te ontspannen.
Het gesjouw naar een sanitairgebouw met een tegenstribbelend kind is simpelweg niet de ontspanning waar we op hoopten. In Limburg vonden we de perfecte balans. Omdat we kozen voor een verblijf bij de Leistert in de buurt van Roermond, hadden we alles binnen handbereik. Vooral de speciaal ingerichte vakantie met peuter-weken waren een verademing. Geen overprikkelde animatie, maar activiteiten zoals wobbelyoga en vingerschilderen die echt aansluiten bij de belevingswereld van een tweejarige.
Wat we werkelijk gewonnen hebben
De echte winst van deze nieuwe aanpak zit niet in de luxe van een vaatwasser of een eigen terras, hoewel dat zeer welkom was. De winst zat in de gemoedstoestand. Voor het eerst in jaren las mijn partner weer eens een boek uit. Ik zat ’s avonds niet te hannesen met een hoofdlampje in een tochtige voortent, maar zat rustig buiten met een glas wijn terwijl onze dochter in een diepe slaap was achter een echt raam.
Dat klinkt misschien onbeduidend voor wie geen kleine kinderen heeft, maar voor ons voelde het als pure luxe. Je hoeft de natuur namelijk niet op te geven voor comfort. De omgeving van de Leistert is prachtig groen en bosrijk; je staat binnen enkele minuten in de Limburgse heuvels. Het verschil is dat je terugkomt op een plek die je niet uitput, maar oplaadt.
De volgende keer gaat de jongste ook mee
De kogel is door de kerk: volgend jaar gaan we terug. Onze dochter is dan drie en haar jongere zusje is dan oud genoeg om de wereld van de ‘mini-minidisco’ te ontdekken. De traditionele camping blijft een mooie herinnering aan onze tijd als twintigers zonder verantwoordelijkheden. Maar nu we een gezin zijn, is comfort geen overbodige verwennerij meer. Het is de reden waarom onze vakantie eindelijk weer echt als vakantie voelt.