Er zijn “te veel eengezinswoningen voor te weinig gezinnen”, en dat probleem groeit de komende decennia alleen maar. Dat waarschuwen woningmarktanalisten van ABN Amro.
Het aantal eengezinswoningen is al tweemaal zo groot als het aantal gezinnen waarvoor die woningen bedoeld zijn, en die onbalans neemt de komende decennia verder toe. Dat staat in een rapport van ABN Amro. Toch zetten gemeenten in hun bouwplannen nog altijd vol in op eengezinswoningen.
In totaal telt Nederland 5,2 miljoen eengezinswoningen — goed voor twee derde van de totale woningvoorraad. Maar slechts één derde van alle Nederlandse huishoudens bestaat uit een gezin met minimaal twee volwassenen en één kind. Dat is een forse mismatch die volgens ABN Amro de komende jaren verder oploopt.
De bank stelt dat er de komende jaren nog eens circa 270.000 gezinswoningen worden bijgebouwd. Bovenop die nieuwbouw komen er tot 2050 naar schatting 900.000 bestaande gezinswoningen vrij door vergrijzing. Sectoranalist bouw en vastgoed Jorke Kooijenga van ABN Amro spreekt van een “verstervingsgolf”: de babyboomgeneratie wordt ouder en zal haar eengezinswoningen uiteindelijk verlaten.
De combinatie van nieuwbouw en die vrijkomende woningen kan in regio’s waar de bevolking al afneemt leiden tot leegstand en waardedalingen. Van alle ouderen tussen de 65 en 74 jaar woont 70 procent nog in een eengezinswoning — maar die woningen zijn voor hen op termijn te groot, te duur of ongeschikt door trappen en andere drempels.
Kooijenga pleit daarom voor een andere bouwstrategie: méér geschikte ouderenwoningen, zodat senioren kunnen doorstromen. Dat maakt op zijn beurt woningen vrij voor jonge gezinnen. In 1970 was 60 procent van de Nederlandse huishoudens nog een gezin; nu is dat nog maar 32 procent. Het aantal eenpersoonshuishoudens stijgt al jaren en zal dat de komende jaren blijven doen.