Het Hongaarse parlement stemde op 15 juni in met een grondwetswijziging die het premierschap beperkt tot acht jaar, met terugwerkende kracht — waarmee Viktor Orbán politiek begraven is.
Het Hongaarse parlement heeft op 15 juni 2026 met een ruime meerderheid voor een ingrijpende grondwetswijziging gestemd. Voortaan mogen premiers in Hongarije maximaal acht jaar in functie blijven. Het meest opvallende element: de maatregel geldt met terugwerkende kracht voor alle ambtstermijnen die zijn gediend sinds de democratisering van het land in 1990.
Dat betekent dat Viktor Orbán — die in totaal twintig jaar als premier fungeerde — definitief is uitgesloten van een nieuwe ambtstermijn. Orbán en zijn partij Fidesz hebben de Hongaarse grondwet in de afgelopen zestien jaar meer dan twaalf keer gewijzigd ten behoeve van eigen machtsconsolidatie. De nieuwe premier Péter Magyar keert die werkwijze nu om.
Magyar won de parlementsverkiezingen van april 2026 overtuigend met zijn partij Tisza. Hij beschikt over een tweederde meerderheid in het parlement, waarmee hij de bevoegdheid heeft om de grondwet te wijzigen. Het grondwetsvoorstel werd tijdens zijn campagne uitdrukkelijk beloofd als onderdeel van een bredere agenda om de democratische rechtsstaat te herstellen.
Critici wijzen erop dat een toekomstige leider met eveneens een tweederde meerderheid de maatregel opnieuw zou kunnen terugdraaien. Bovendien oefent Magyar ook druk uit op president Tamás Sulyok om af te treden, omdat die als een Orbán-getrouwe wordt beschouwd.