Premier Rob Jetten heeft namens de Nederlandse regering excuses aangeboden voor de behandeling van de eerste generatie Molukkers, bij de onthulling van het Nationaal Moluks Monument in Rotterdam.
De excuses klonken op een historische plek: de Lloydkade in Rotterdam, waar in 1951 het eerste schip met Molukkers aankwam. Het grootste deel van de ruim 12.500 migranten uit de eilandengroep ging hier aan wal. Jetten sprak een geëmotioneerde zaal toe vol mensen uit de Molukse gemeenschap.
“Voor het harteloze en eerloze ontslag als militair, voor de gebrekkige opvang en huisvesting, voor niet gezien en in de steek gelaten worden”, aldus de premier. Veel Molukse KNIL-militairen vochten tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog aan Nederlandse kant en mochten daarna niet meer terug naar hun geboortegrond.
Eenmaal in Nederland werden de militairen direct ontslagen en onder erbarmelijke omstandigheden gehuisvest, onder meer in de voormalige kampen Westerbork en Vught. Wat als tijdelijk verblijf was bedoeld, werd permanent. Veel Molukkers voelden zich decennialang in de steek gelaten door de overheid.
Jetten benadrukte dat excuses “pas betekenis krijgen door de daden die erop volgen”. Concrete vervolgstappen liggen volgens hem nog niet “in beton gegoten”. Hij wil eerst onderzoek laten doen en de Molukse gemeenschap nauw betrekken bij wat er moet gebeuren.
De reacties liepen uiteen. Binnen de gemeenschap werd met applaus en ontroering gereageerd, en burgemeester Carola Schouten van Rotterdam noemde de excuses “krachtig”. Tegelijk vinden sommigen de erkenning rijkelijk laat, nu de eerste generatie grotendeels is overleden. Dit jaar is het 75 jaar geleden dat de Molukkers naar Nederland kwamen.