Stroom wordt in Nederland nu ingekocht voor 150 tot 200 euro per megawattuur, tegen ongeveer 80 euro vorige maand – het gevolg van energiecentrales in Europa die hun koelwater kwijt zijn.
De problemen bij energiecentrales in Oost- en Zuid-Europa slaan door naar de Nederlandse energieprijs. Vooral huishoudens met een dynamisch contract voelen dat direct: hun tarief beweegt mee met de markt, anders dan bij een vast contract.
De oorzaak ligt bij de lage waterstanden. Centrales kunnen minder of geen koelwater innemen, en mogen gebruikt koelwater niet meer lozen omdat de rivieren dan te warm worden. Europese regels verbieden dat, om ecosystemen en de drinkwaterinname te beschermen, legt Jasper Verschuur van de TU Delft uit.
De problemen spelen nu vooral in Frankrijk, Roemenië, Hongarije en Bulgarije. Centrales draaien op lagere capaciteit of liggen helemaal stil, zoals de Hongaarse kerncentrale Paks. Omdat de Europese energiemarkt onderling verbonden is, jaagt de zoektocht van die landen naar vervangende stroom ook de Nederlandse prijs omhoog.
Overdag valt dat mee door de zonneproductie. ’s Avonds verdwijnt de zon terwijl het verbruik piekt, en moeten gascentrales bijspringen, aldus Jan Vorrink van netbeheerder Tennet. Dat is duurder, en de gasprijs is bovendien gestegen door de onrust in het Midden-Oosten. Volgens René Peters van TNO is gas de laatste bron die de vraag afdekt en dus bepalend voor de prijs.
Nederland hoeft nog niet af te schalen. Dat verandert als het rivierwater boven de 28 graden komt; bij Maastricht tikt de Maas al 25 graden aan. Ongeveer de helft van de grote centrales staat aan zee en is minder kwetsbaar, de andere helft langs rivieren. Nieuwe centrales kunnen daarom beter aan de kust komen, stelt Verschuur.