Rechters eisen van het kabinet opheldering over de algoritmes die bij visum- en asielprocedures worden gebruikt. In drie zaken oordeelden rechtbanken dat de overheid onvoldoende uitlegt welke rol de software speelt.
De rechtbank in Utrecht tikte het ministerie van Buitenlandse Zaken deze week op de vingers omdat het niet had toegelicht welke rol een algoritme speelde bij de afwijzing van het visum van een Iraanse vrouw. De rechtbank Den Haag droeg de Immigratie- en Naturalisatiedienst op meer openheid te geven over een zoekalgoritme dat asielaanvragen vergelijkt met eerdere dossiers. Een derde zaak, behandeld in Groningen, draait om dezelfde vraag.
Zo werken de migratie-algoritmes bij visumaanvragen
Buitenlandse Zaken laat jaarlijks ongeveer 375.000 van de 750.000 visumaanvragen door een algoritme beoordelen. Dat systeem vergelijkt aanvragen op herkomstland, reisdoel, leeftijd en nationaliteit, en kijkt hoe vaak vergelijkbare aanvragers eerder langer bleven dan toegestaan. Op basis daarvan adviseert het om een aanvraag snel af te handelen, regulier te behandelen of intensief te onderzoeken.
Aanvragers uit Marokko, Tunesië en Egypte belanden opvallend vaak in de zwaarste categorie. Onderzoeker Jarik ten Cate van de Universiteit Utrecht en Amnesty International wijzen erop dat het model historische vooroordelen in de data bestendigt. “Nationaliteit bepaalt de aanname over gedrag. Dat is onacceptabel”, aldus Alexander Laufer van Amnesty.
De interne toezichthouder waarschuwde al in 2022
Nieuw is de kritiek niet. De eigen ombudsfunctionaris van het ministerie waarschuwde in 2022 al dat het systeem stigmatiserend werkt. De rechtbank Den Haag vroeg de minister in augustus 2025 om uit te zoeken hoe het algoritme precies werkt, in een zaak over een Marokkaanse vrouw in Egypte die naar Nederland wilde om voor haar echtgenoot te zorgen na een hartaanval. De rechtbank verwees daarbij expliciet naar de toeslagenaffaire. TPO berichtte eerder over onderzoek naar de effectiviteit van het asielbeleid.
De ministeries houden vast aan hun standpunt: het onderscheid naar nationaliteit is volgens hen noodzakelijk en juridisch houdbaar, en de uiteindelijke beslissing ligt bij een medewerker, niet bij het systeem. In de Utrechtse zaak kregen zij op dat punt gelijk: de rechtbank stelde vast dat het algoritme in die specifieke afwijzing geen invloed had gehad. Wat de software in de andere 375.000 gevallen doet, moet het kabinet nu alsnog uitleggen.