Het Chinese passagiersvliegtuig C919 heeft woensdag zijn eerste internationale lijndienst uitgevoerd. Air China vloog met het toestel van Peking naar de Mongoolse hoofdstad Ulaanbaatar en dezelfde avond weer terug.
Het gaat om vlucht CA723, die kort na drie uur ’s middags vertrok van Beijing Capital International Airport en ruim twee uur later landde in Ulaanbaatar. De terugvlucht CA724 vertrok aan het begin van de avond weer richting Peking. Air China zette op deze verbinding eerder een Boeing 737 MAX 8 in; de C919 vliegt de route nu dagelijks.
Productie blijft ver achter bij de doelen
De C919 vliegt al jaren binnenlandse routes, maar stak nog nooit een grens over. Het is een smalrompvliegtuig voor korte en middellange afstanden met plaats voor maximaal 174 passagiers, bedoeld om het op te nemen tegen de Boeing 737 MAX en de Airbus A320neo.
De productieaantallen blijven daar voorlopig ver bij achter. Sinds de eerste levering aan China Eastern in 2022 zijn er nog geen veertig toestellen uitgeleverd. Staatsbedrijf Comac mikte vorig jaar op 75 vliegtuigen en leverde er vijftien, meldt de NOS; in de eerste helft van dit jaar kwamen er acht bij. Het doel van 200 stuks per jaar in 2029 ligt daarmee ver weg. Tekorten aan motoren, onderdelen en personeel vertragen de opschaling.
C919 mist certificering voor westerse markt
Het toestel is bovendien geen volledig Chinees product. De motoren komen van Amerikaanse en Franse makelij, en die afhankelijkheid bleek in 2025 kwetsbaar: Washington schortte tijdelijk de exportvergunningen voor technologie naar Comac op, wat de productie direct raakte. Peking blokkeerde daarna zelf de invoer van bepaalde Boeing-onderdelen — hetzelfde patroon dat eerder zichtbaar werd toen Nederland en China botsten over chipmaker Nexperia.
Daarnaast ontbreekt de certificering van de Europese en Amerikaanse toezichthouders. Volgens luchtvaartanalist Li Hanming mist het toestel nog de certificaten die westerse maatschappijen eisen. Consultant Brendan Sobie stelt dat de productie onvoldoende gelokaliseerd is en dat China sterk blijft leunen op westerse technologie.
Comac werd in 2008 opgericht en rolde het eerste toestel in 2015 uit de fabriek. Het bedrijf heeft één groot voordeel: de thuismarkt, goed voor 1,5 miljard passagiersbewegingen op Chinese luchthavens vorig jaar. In mei bestelden Chinese maatschappijen niettemin nog 200 Boeings.
Zolang de westerse certificaten uitblijven — en dat kan nog jaren duren — blijft de C919 een vliegtuig voor het Aziatische luchtruim.