Niet het bereiken van een bepaalde temperatuur, maar de snelheid van de opwarming bepaalt of de Golfstroom stilvalt. Dat concluderen Nederlandse klimaatwetenschappers in onderzoek dat donderdag verscheen.
De Golfstroom maakt deel uit van de Atlantische omkeercirculatie, de AMOC: het stelsel van zeestromen dat warm water uit de tropen naar Noordwest-Europa brengt. Tot nu toe werd vooral gerekend met een temperatuurdrempel waarboven dat systeem zou omslaan.
Golfstroom slaat om bij snellere opwarming
Uit de nieuwe modelberekeningen blijkt dat die drempel geen vast getal is. Bij een langzame toename van de CO2-concentratie blijft de circulatie in de modellen overeind tot ruim vijf graden opwarming; bij een gemiddeld en een hoog uitstootscenario slaat ze al om bij respectievelijk 2,2 en 2,8 graden. Dat een eerder gevonden kantelpunt rond 2,5 graden lag, is volgens hoofdonderzoeker René van Westen van de Universiteit Utrecht dan ook toeval.
Eerder onderzoek van dezelfde groep, gebaseerd op 25 klimaatmodellen, zette het begin van een ineenstorting bij een gemiddeld uitstootscenario rond 2063 en bij hoge uitstoot rond 2055 — decennia eerder dan het einde van deze eeuw, waar lang van werd uitgegaan.
Gevolgen voor Nederland en de Noordzee
Voor Nederland zou het stilvallen van de AMOC een kouder en droger klimaat betekenen, plus extra zeespiegelstijging en een groter risico op stormvloeden. In modelstudies van dezelfde onderzoekers stijgt de zeespiegel in de Noordzee gedurende ongeveer honderd jaar versneld, met maximaal vier millimeter per jaar. In de tropen verschuiven de neerslagpatronen.
Oceanograaf Femke de Jong van onderzoeksinstituut NIOZ noemt de waarschuwing van belang, omdat je volgens haar niet kunt stellen dat er onder een bepaalde temperatuur geen risico op een AMOC-ineenstorting bestaat. Herstel gaat bovendien niet vanzelf: ook als de CO2-concentratie in de atmosfeer terugzakt naar het niveau van voor de industrialisatie, kan het eeuwen duren voordat de circulatie terugkeert.
Het klimaatoverleg draait intussen vooral om eindtemperaturen, niet om het tempo waarin die worden bereikt. In Brussel kwam vorig jaar nog geen overeenstemming over een nieuw klimaatdoel voor 2040. Deze studie verschuift die vraag van de eindbestemming naar de snelheid waarmee de wereld erheen rijdt.