De koopkracht van Nederlandse huishoudens daalt volgend jaar met 0,3 procent en de armoede loopt weer licht op. Dat blijkt uit de augustusraming die het Centraal Planbureau vrijdag publiceerde.
Het CPB verwacht dat de economie ondanks de internationale onrust blijft groeien: 1,4 procent dit jaar en 1,2 procent in 2027, na 1,6 procent in 2025. Die groei leunt op de uitvoer, op de overheidsuitgaven en op de buffers die huishoudens de afgelopen jaren hebben opgebouwd. De werkloosheid blijft laag en beweegt van 3,9 naar 4,0 procent van de beroepsbevolking.
Koopkracht daalt door hogere energieprijzen
De mediane koopkracht steeg in 2025 nog met 1,0 procent en dit jaar met 0,6 procent, maar gaat in 2027 met 0,3 procent omlaag. De inflatie blijft hardnekkig rond de 3 procent: 3,3 procent dit jaar, 2,8 procent volgend jaar. “Vooral hogere energie- en brandstofprijzen zorgen voor extra prijsstijgingen”, schrijft het planbureau.
De armoede daalt dit jaar van 3,0 naar 2,6 procent van de bevolking, maar loopt in 2027 weer op naar 2,7 procent. Volgens het CPB drukken loongroei en beleid het cijfer, maar is dat effect aan het eind van de ramingsperiode uitgewerkt. Eerder dit jaar concludeerde het planbureau al dat vooral lage inkomens koopkracht verliezen.
CPB-directeur Pieter Hasekamp ziet vooralsnog geen reden voor brede compensatie. “Geopolitieke ontwikkelingen zijn reden tot zorg, maar de Nederlandse economie blijkt veerkrachtig”, zegt hij. “De meeste huishoudens kunnen de hogere energiekosten op dit moment opvangen.” Ook bij verder stijgende prijzen is generieke koopkrachtsteun volgens hem niet het verstandigste instrument: “Investeren in verduurzaming, met aandacht voor kwetsbare huishoudens, is effectiever en toekomstbestendiger.”
Begrotingstekort loopt op naar 2,1 procent
De overheidsfinanciën verslechteren sneller dan de economie. Het tekort gaat van 1,6 procent van het bbp in 2025 naar bijna 3 procent dit jaar — mede door een eenmalige uitgave aan defensiepensioenen — en komt in 2027 uit op 2,1 procent. Hogere uitgaven aan defensie, sociale zekerheid en oplopende rentelasten drijven het cijfer op.
Daarmee ligt er een lastig pakket op tafel voor het kabinet, dat volgende week met oppositiepartijen om tafel gaat. Minister Heinen van Financiën noemde het opstellen van de begroting eerder op vrijdag een “spannend” proces: de marges zijn klein en hij wil op Prinsjesdag plannen presenteren die op breed draagvlak kunnen rekenen. “Maar dat betekent niet dat het gemakkelijk is”, aldus de minister.
De raming gaat uit van ongewijzigd beleid. De definitieve Macro Economische Verkenning verschijnt op Prinsjesdag, samen met de rijksbegroting. Tot die tijd zijn de cijfers waarop het kabinet zijn keuzes bouwt een concept.