Bij Israëlische luchtaanvallen op Zuid-Libanon zijn zaterdag negen mensen omgekomen, onder wie drie kinderen. Dat meldt het Libanese ministerie van Volksgezondheid.
Israëlische gevechtsvliegtuigen bombardeerden vroeg in de ochtend een woning aan de rand van het dorp Ansar. Daarbij kwamen volgens het ministerie zeven mensen om het leven, onder wie drie kinderen en twee vrouwen. In Deir Zahrani kwamen twee mensen om en raakten zeker negen mensen gewond.
Daarnaast voerde het Israëlische leger een reeks aanvallen uit op de heuvelrug Ali al-Taher, die uitkijkt over de stad Nabatieh. Israël hield die positie achttien jaar bezet en trok zich er in 2000 uit terug.
Israëlisch leger noemt Hezbollah-infrastructuur
Het Israëlische leger verklaarde “terreurinfrastructuur van Hezbollah” te hebben geraakt in de omgeving van Nabatieh en Ansar. De aanvallen waren volgens het leger een reactie op een actie van Hezbollah tegen Israëlische militairen bij diezelfde heuvelrug.
De Libanese premier Nawaf Salam sprak dat tegen. Volgens hem waren de zeven doden in Ansar geen militaire infrastructuur en waren de omgekomen vrouwen en kinderen geen militaire doelen. Hij noemde de escalatie “uiterst gevaarlijk” en zei dat die de pogingen ondermijnt om de stabiliteit in het zuiden te verankeren.
Luchtaanvallen en het bestand in Zuid-Libanon
Het is een van de dodelijkste dagen sinds het staakt-het-vuren dat op 20 juni onder Amerikaanse bemiddeling tot stand kwam. Israël houdt sindsdien militairen op bezette posities in Zuid-Libanon, in afwachting van de ontwapening van Hezbollah. De beweging weigert die ontwapening.
De Verenigde Staten hebben kritiek geuit op de aanhoudende Israëlische aanwezigheid en stellen dat die niet strookt met de verplichtingen uit de afspraken met de Libanese regering. Over vervolgstappen is nog niets bekendgemaakt.