Op Chinese sociale media circuleren op grote schaal met AI gemaakte video’s waarin buitenlanders worden weggezet als overlastgevers. De censuur laat het materiaal grotendeels ongemoeid.
De filmpjes volgen een vast stramien: een buitenlander misdraagt zich, waarna een Chinese omstander streng ingrijpt. De buitenlander wordt daarbij neergezet als vies, luidruchtig en wanordelijk, en delft altijd het onderspit. Ze duren tien seconden tot een halve minuut en verschijnen op platforms als WeChat, Kuaishou en Douyin.
Hoe de AI-video’s zijn opgebouwd
Bij witte buitenlanders draait het meestal om arrogantie en gebrek aan respect. Bij Indiase personages gaat het verder: daar worden eigenschappen aan de hele nationaliteit toegeschreven. Eerdere golven van dit materiaal richtten zich op zwarte mannen.
Manya Koetse, die de Chinese sociale media volgt voor What’s on Weibo, wijst erop dat de video’s kort, visueel opvallend en emotioneel geladen zijn en aansluiten bij bestaande vooroordelen. Dat maakt ze geschikt om verontwaardiging en kijkers te genereren.
Het fenomeen komt niet uit het niets. Goedkope AI-video’s overspoelen de Chinese tijdlijnen en worden steeds vaker ingezet om ophef te veroorzaken, omdat ophef bereik oplevert. Makers hoeven er nauwelijks iets voor te doen: een tekstprompt volstaat.
Censuur grijpt nauwelijks in
Onderzoeker Han Rongbin zegt dat nationale trots op Chinese sociale media regelmatig wordt uitgedragen. De overheid heeft de video’s naar alle waarschijnlijkheid niet zelf gemaakt, maar treedt er ook nauwelijks tegen op. Volgens Rongbin dulden de autoriteiten het als uitlaatklep, zolang het de politieke stabiliteit niet raakt.
Tegelijk botst het materiaal met een ander doel van Peking: buitenlands talent en toeristen aantrekken en China presenteren als modern en internationaal open. De spanningen namen toe nadat China de visumregels voor Indiase burgers versoepelde; nationalisten verweten de Chinese ambassadeur dat hij het nationale belang niet vooropstelde.
Ingrijpen gebeurde eerder wel, maar pas toen er diplomatieke gevolgen dreigden. Het censuurapparaat is groot, maar niet onbeperkt: prioriteit gaat naar onderwerpen die de binnenlandse stabiliteit raken — en racisme hoort daar kennelijk niet bij.