András Baka legt woensdag de eed af als president van Hongarije. De voormalige president van het Hooggerechtshof, die in 2011 door de regering-Orbán uit dat ambt werd gezet, werd vorige week gekozen met 140 stemmen voor en zes tegen.
Baka was de enige kandidaat. Hij werd voorgedragen door Tisza, de partij van premier Péter Magyar, die na de verkiezingszege van april over een tweederdemeerderheid beschikt en de president dus zonder de oppositie kan kiezen. Fidesz, de partij die Hongarije zestien jaar onder Viktor Orbán regeerde, boycotte de stemming.
Van Straatsburg naar het Hooggerechtshof
Baka zat van 1991 tot 2008 als rechter bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg en werd in 2009 president van het Hongaarse Hooggerechtshof. Twee jaar later kwam aan die termijn voortijdig een einde, nadat hij zich publiekelijk had gekeerd tegen de rechterlijke hervormingen van Orbán. In 2014 oordeelde datzelfde Straatsburgse hof dat Hongarije met dat ontslag zijn rechten had geschonden.
President van Hongarije met beperkte bevoegdheden
Het presidentschap is grotendeels ceremonieel, maar niet zonder gewicht: de president kan wetten terugsturen naar het parlement of voorleggen aan het Constitutioneel Hof. Baka volgt Tamás Sulyok op, die onder Orbán werd benoemd en onlangs het veld moest ruimen. Zijn termijn loopt tot een nieuwe grondwet is aangenomen, een traject dat tot vijf jaar kan duren.
Sinds mei ontmantelt de regering-Magyar in hoog tempo de structuren van haar voorganger. De nieuwsdiensten van de publieke omroep werden stilgelegd, het Bureau voor Soevereiniteitsbescherming ging dicht, er kwam een dienst die financiële misstanden onder Orbán onderzoekt, en het parlement voerde termijnlimieten in: twaalf jaar voor Kamerleden, acht voor de premier.
Fidesz noemt die aanpak autoritair en spreekt van een zuivering. Baka zelf waarschuwde na zijn verkiezing tegen wraakpolitiek: het land kan volgens hem geen gemeenschappelijke toekomst bouwen zolang burgers elkaar als vijand zien. Hij zei zowel de meerderheid als de minderheid te willen vertegenwoordigen en de constitutionele machtenscheiding te zullen bewaken.