De Verenigde Staten hebben sancties opgelegd aan Tomoko Akane, de president van het Internationaal Strafhof in Den Haag, en aan senior aanklager Abdoulaye Seye. Hun tegoeden binnen de Amerikaanse jurisdictie worden bevroren.
Minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio maakte de maatregel dinsdag bekend. Volgens hem hebben beiden zich rechtstreeks ingelaten met pogingen van het hof om functionarissen te onderzoeken, aan te houden of te vervolgen van regeringen die de rechtsmacht van het hof niet hebben aanvaard. Akane heeft de Japanse nationaliteit, Seye de Senegalese.
Rubio wil het Internationaal Strafhof afbreken
Rubio liet geen misverstand bestaan over waar Washington op aanstuurt. Hij noemde het hof “een corrupt en fataal gepolitiseerd supranationaal gerechtshof dat zijn bevoegdheid kwaadwillig heeft misbruikt en zijn mandaat heeft overschreden”, en kondigde aan dat de Verenigde Staten het strafhof stelselmatig zullen ontmantelen tot het de Amerikaanse soevereiniteit niet langer kan bedreigen.
De campagne draait om twee dossiers: onderzoeken naar Amerikaans optreden in Afghanistan en Irak, en het arrestatiebevel tegen de Israëlische premier Benjamin Netanyahu wegens de oorlog in Gaza. Noch de Verenigde Staten noch Israël is partij bij het Statuut van Rome. Het hof houdt vast aan zijn positie dat het rechtsmacht heeft over misdrijven op het grondgebied van lidstaten, ongeacht de nationaliteit van de verdachte. Het telt 125 aangesloten landen.
Den Haag als gastland van het hof
Het strafhof noemde de sancties een aantasting van de rechtsstaat en stelde dat daarmee de internationale rechtsorde zelf op het spel staat. Balkees Jarrah van Human Rights Watch sprak van een onverbloemde poging om Amerikaanse en Israëlische functionarissen die van ernstige misdrijven worden verdacht buiten het bereik van de rechter te houden.
Voor Nederland is dit geen ver-van-mijn-bedshow. Als gastland heeft Den Haag zich verplicht het hof te beschermen, en de Grondwet draagt de regering op de internationale rechtsorde te bevorderen. Akane waarschuwde eerder in het Europees Parlement dat de sancties het voortbestaan van het hof bedreigen: bedrijven willen niet meer met het strafhof samenwerken en personeel vertrekt uit vrees zelf op een lijst te belanden.
Eerdere sanctierondes troffen al rechters en aanklagers van het hof. Wat er van de instelling overblijft, hangt daarmee vooral af van de vraag of de 125 lidstaten bereid zijn de kosten van hun eigen verdrag te dragen.