Het aantal bevestigde ebolabesmettingen in de Democratische Republiek Congo is opgelopen tot 5.021, met 2.378 doden. Dat blijkt uit cijfers van het Congolese ministerie van Volksgezondheid; de uitbraak begon in mei.
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) handhaaft de status van internationale noodsituatie voor de volksgezondheid, na advies van haar noodcomité. Directeur-generaal Tedros Adhanom Ghebreyesus zei dat de epidemie verre van onder controle is en riep op tot meer internationale steun.
Ebola-uitbraak treft zes provincies in Congo
Volgens de WHO zijn besmettingen vastgesteld in zes provincies en 55 gezondheidszones. Onder de zieken zijn 155 zorgmedewerkers, van wie er 45 zijn overleden. In de provincie Ituri is geweld tegen hulpverleners een terugkerend probleem, en een deel van het zorgpersoneel is gestopt met werken omdat het loon uitblijft.
Volgens de WHO moet de bestrijding dichter bij de bevolking worden georganiseerd, vooral op het platteland en in mijnbouwgebieden en gebieden met ontheemden. In het oosten van Congo bemoeilijken gewapende conflicten al jaren het werk van hulporganisaties, waardoor teams voor contactopsporing niet overal komen waar besmettingen opduiken.
Het sterftecijfer over de hele uitbraak ligt op 47,4 procent. In Noord-Kivu, waar de bestrijding het moeizaamst verloopt, is dat ongeveer 70 procent.
Geen vaccin tegen het bundibugyovirus
De uitbraak wordt veroorzaakt door het bundibugyovirus, een zeldzame ebolavariant waartegen geen goedgekeurd vaccin of geneesmiddel bestaat. Eerdere uitbraken in Congo werden meestal veroorzaakt door het zaire-ebolavirus, waartegen wel een goedgekeurd vaccin beschikbaar is.
Gemeten vanaf de eerste vastgestelde besmetting verspreidt het virus zich volgens de WHO ongeveer drie keer zo snel als tijdens de uitbraak in West-Afrika van 2014 tot 2016. Die uitbraak eiste met ruim 11.000 doden de meeste levens van alle ebola-epidemieën tot nu toe.
De WHO kondigde aan de aanbevelingen voor Congo en de omliggende landen te actualiseren.