Ruim acht procent van de Nederlanders die in de eerste helft van 2026 hun eerste hypotheek afsloot, financierde de woning mede met een starterslening van de gemeente. Dat is het hoogste aandeel tot nu toe, blijkt uit cijfers van het Kadaster.
Het aandeel kwam uit op 8,1 procent. Over heel 2025 was dat nog 6,4 procent en in 2021 slechts 3,2 procent. De starterslening is een aanvullende lening die gemeenten beschikbaar stellen en die wordt verstrekt door het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn). Inmiddels bieden 250 van de 342 gemeenten de regeling aan.
Hoe de starterslening in de praktijk werkt
De lening overbrugt het gat tussen wat een bank wil uitlenen en wat een huis kost. De NOS rekent voor dat een koper met een inkomen van €48.000 bij de bank terechtkan voor ongeveer €240.000; met een starterslening van zo’n €50.000 komt een woning van €290.000 in beeld. De eerste drie jaar betaalt de koper geen rente en hoeft hij niet af te lossen.
Aan het bedrag zitten grenzen: maximaal 20 procent van de koopsom, en het totaal mag niet boven de grens van de Nationale Hypotheek Garantie uitkomen. Op Texel en in Lelystad zit bij ongeveer de helft van de aankopen door starters zo’n lening.
Volgens Lianne Hans van het Kadaster zijn er twee verklaringen: meer gemeenten bieden de lening aan, maar de belangrijkste oorzaak zijn de gestegen woningprijzen. De regeling groeit dus mee met het probleem dat ze moet verzachten — en met het woningtekort dat in februari opliep tot 410.000 woningen.
Gemeentelijke potjes raken halverwege het jaar leeg
Dat begint te knellen bij de gemeenten zelf. In Lelystad is het budget op. “De pot van de gemeente is nu leeg”, zegt makelaar Fatima Joelfan tegen de NOS; aanvragers staan in de wacht. Venlo sloot de aanvraagperiode op 10 augustus, na ongeveer twee keer zoveel aanvragen als in 2025. Maastricht wil er 3,6 miljoen euro bij leggen en Katwijk verhoogde het budget eerder al.
Of de regeling de prijzen zelf opdrijft, is een oude discussie. Eerder onderzoek van het Kadaster in opdracht van SVn concludeerde dat kopers met een starterslening niet meer betalen voor een vergelijkbare woning, en dat ook in de buurt geen indirect prijseffect meetbaar is. Gemeenten met een krappe markt vrezen dat effect desondanks.
De gemeenteraden buigen zich dit najaar over de vraag of er vanaf 1 januari 2027 nieuw budget komt. Tot die tijd hangt de starter die net te weinig kan lenen af van de vraag of zijn gemeente nog geld in kas heeft.