In de Spaanse exclave Ceuta slaapt een groot deel van de migranten die eind juli de grens overstaken nog altijd op straat. De opvang schiet tekort, ondanks nieuwe opvangplekken die deze week zijn ingericht. Dat meldt de NOS ter plaatse.
Ceuta ligt aan de Noord-Afrikaanse kust, grenst aan Marokko en telt ruim 80.000 inwoners. Volgens schattingen verblijven er op dit moment ongeveer 10.000 migranten; het werkelijke aantal kan hoger liggen. Het stadsbestuur spreekt van een humanitaire noodsituatie.
Stand van de opvang in Ceuta
Buurtorganisaties hebben een omheind pleintje ingericht als opvangplek, waar volgens de organisatoren ruim honderd mensen onder doeken kunnen slapen. Vrijwilligers delen kleding en dagelijkse maaltijden uit. Ahmed Enfed-dal, voorzitter van een van die verenigingen, zegt dat er verhalen rondgingen over seksueel geweld op straat en dat zij daarom besloten vrouwen op te vangen.
De Spaanse Nationale Politie heeft sinds 30 juli 2.168 minderjarige migranten geregistreerd. Een plan om 500 kwetsbare minderjarigen naar het Spaanse vasteland over te brengen is aangekondigd, maar over de selectiecriteria en het moment van vertrek is nog niets bekendgemaakt.
Verloop sinds eind juli
De instroom begon op 30 en 31 juli, toen in korte tijd tienduizenden mensen vanuit Marokko de grens passeerden. Het grootste deel keerde in de dagen daarna terug. De regering in Madrid wees het verzoek van het stadsbestuur om het uitroepen van een landelijke noodtoestand af, maar zette wel het leger in voor logistieke ondersteuning.
Het stadsbestuur van Ceuta heeft aangekondigd naar de rechter te stappen als de regering de situatie niet binnen dertig dagen oplost. Wanneer de aangekondigde overplaatsing van minderjarigen begint, is niet bekend.