De politie heeft na maanden onderzoek geen bewijs gevonden voor een strafbaar feit bij de brand die in de nieuwjaarsnacht de Amsterdamse Vondelkerk verwoestte. De oorzaak van het vuur blijft daarmee onbekend.
Het rijksmonument bij het Vondelpark ging in de nacht van 31 december op 1 januari in vlammen op; het vuur werd rond kwart voor een gemeld. De toren van vijftig meter en een groot deel van het middenschip stortten in. De kerk, een neogotisch ontwerp van architect Pierre Cuypers dat in 1880 werd voltooid, is sinds 1999 eigendom van Stadsherstel Amsterdam en werd al decennia niet meer voor de eredienst gebruikt, maar voor concerten en evenementen.
Rechercheurs hebben buurtbewoners en getuigen uitgebreid gehoord, videobeelden bekeken en tips over brandstichting nagetrokken. Meldingen dat de brand was aangestoken, bleken niet te kloppen. Ook de vraag of vuurwerk de vlam in de pan deed slaan, kon niet worden beantwoord.
Metalen wijzers van de klok gesmolten
De hitte in de kerk liep zo hoog op dat het sporenmateriaal grotendeels verloren ging; zelfs de metalen wijzers van de torenklok smolten. “We hebben het causale verband juridisch gezien niet kunnen aantonen”, aldus de politie. Technische sporen ontbreken, en aanvullende tactische sporen zijn er na lang zoeken evenmin.
Het onderzoek loopt daarmee dood. Dat betekent niet dat vuurwerk als oorzaak is uitgesloten — het betekent dat het niet te bewijzen valt. Voor een jaarwisseling die landelijk telkens tot dezelfde discussie leidt, is dat een vertrouwd eindpunt.
Herstel Vondelkerk kost twintig miljoen euro
De wederopbouw van het monument gaat jaren duren, maar deskundigen concludeerden na de brand dat volledig herstel mogelijk is. De totale kosten worden geraamd op ongeveer twintig miljoen euro; Stadsherstel Amsterdam zoekt daarvan naar eigen zeggen nog drie miljoen. Kort na de brand doneerden zo’n 5.000 mensen samen ruim vier ton via crowdfunding, waarvan ruim 180.000 euro in de eerste week binnenkwam.
In de Amstelkerk loopt op dit moment de expositie “Vondelkerk in vuur en vlam”, waar kunstwerken rond de verwoeste kerk worden verkocht om dat gat te helpen dichten. Een noodkap moet ondertussen voorkomen dat de regen afmaakt wat het vuur heeft achtergelaten.