Israël zet twee Nederlandse vertegenwoordigers uit het internationale coördinatiecentrum voor Gaza in Kiryat Gat. Minister van Buitenlandse Zaken Gideon Sa’ar noemt als reden een reeks “anti-Israëlische stappen” van de Nederlandse regering.
Sa’ar maakte het besluit dinsdag bekend op X. Hij zegt het te hebben genomen met instemming van premier Benjamin Netanyahu. “Wie zich tegen Israël keert, krijgt geen voet aan de grond in de regio”, aldus de minister, die daarbij ook sprak van een golf van antisemitisme en boycots in Nederland.
Nederlandse waarnemers in Israël en Ramallah
Het gaat om een medewerker van de Nederlandse ambassade in Israël en een functionaris van de Nederlandse vertegenwoordiging in Ramallah. Beiden waren als waarnemer aan het centrum verbonden en moeten het land binnen een week verlaten.
Het centrum, opgezet als Civil-Military Coordination Center, maakt deel uit van het twintigpuntenplan van president Donald Trump om de oorlog in Gaza te beëindigen. De Verenigde Staten, Israël en vijftien andere landen, waaronder Nederland, houden er toezicht op het staakt-het-vuren tussen Israël en Hamas, coördineren de internationale hulp en werken aan de wederopbouw van Gaza.
Importverbod op nederzettingenproducten blijft overeind
Het Nederlandse verbod op de invoer van producten uit Israëlische nederzettingen op de bezette Westelijke Jordaanoever gaat op 22 september in. Volgens het internationaal recht zijn die nederzettingen illegaal; Israël bestrijdt dat. Nederland weerde eerder al Israëlische bewindslieden en beperkte de wapenexport naar het land.
Minister Tom Berendsen van Buitenlandse Zaken noemt de uitzetting een onnodige stap en plaatst het besluit in het licht van de Israëlische verkiezingen van oktober. Het importverbod blijft ongewijzigd. Berendsen wijst er verder op dat Gaza nog altijd omvangrijke hulp nodig heeft.
Nederland is niet het eerste land dat uit het centrum wordt gezet: in april overkwam Spanje hetzelfde, nadat het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken de regering-Sánchez een anti-Israëlische obsessie had verweten. Voor de diplomatie in het Midden-Oosten is dat inmiddels een bekend patroon. Of het vertrek van de twee Nederlanders gevolgen heeft voor de hulpcoördinatie, is nog onduidelijk.