In Nederland zijn de afgelopen vijf jaar zeker twaalf zaken van kindermarteling voor de rechter gekomen. Dat blijkt uit onderzoek van de NOS naar openbaar gepubliceerde vonnissen.
Kindermarteling is volgens de gehanteerde definitie iets anders dan kindermishandeling die voortkomt uit verwaarlozing of onmacht. Het gaat om opzettelijk, stelselmatig en zwaar mishandelen, waarbij de dader macht over het kind uitoefent. De term is overgenomen uit de Verenigde Staten, waar child torture als aparte categorie wordt onderscheiden.
Wat de vonnissen over kindermarteling laten zien
In de bestudeerde zaken ging het onder meer om ernstig fysiek geweld, zoals slaan, opsluiten en het onthouden van eten, en om psychisch geweld, zoals bedreiging, voortdurend toezicht en vernedering. De slachtoffers waren in de regel jonger dan veertien jaar.
Volgens klinisch psycholoog Leony Coppens ontbreekt in Nederland kennis over deze vorm van mishandeling. “Het is een blinde vlek in Nederland”, aldus Coppens. Zij wijst erop dat twaalf zaken waarschijnlijk het topje van de ijsberg zijn: uit Amerikaans onderzoek blijkt dat daders dit gedrag goed verborgen weten te houden, en niet elke zaak bereikt de rechtszaal. Op dit moment lopen er nog meerdere zaken.
Signalen op school en meldingen bij Veilig Thuis
In vrijwel alle zaken waarin de kinderen naar school gingen, zagen leerkrachten signalen. Genoemd worden blauwe plekken en bijtwonden, kinderen die vertelden dat ze werden geslagen of uitgescholden, en veranderingen in gedrag, zoals het naspelen van wat hun thuis overkwam. In drie zaken was eerder een melding gedaan bij Veilig Thuis; in één zaak was de jeugdbescherming betrokken. Ingrijpen bleef in die gevallen uit.
Hoe vaak kindermarteling in Nederland voorkomt, is niet bekend: er wordt niet apart op geregistreerd. De nog lopende zaken moeten de komende tijd voor de rechter komen.