De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid adviseert de Europese Unie brede importheffingen op Chinese producten in te voeren, ook als dat de eigen economie op korte termijn pijn doet. Het adviesorgaan overhandigde het rapport donderdag aan het kabinet.
Het rapport heet Strategisch handelen: beleid voor een geopolitieke economie en is het 115de van de raad. Het werd in ontvangst genomen door minister Heleen Herbert (Economische Zaken en Klimaat) en minister Sjoerd Sjoerdsma (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking). De kern van het betoog: innovatiebeleid alleen is niet genoeg zolang de Europese markt openligt voor goederen waartegen Europese fabrikanten onmogelijk kunnen concurreren.
Waarom de WRR importheffingen op tafel legt
Chinese producten zijn volgens de raad geregeld meer dan 30 procent goedkoper dan Europese. Dat komt niet door efficiëntie alleen. De Chinese staatssteun aan de eigen industrie ligt volgens het rapport drie tot acht keer hoger dan in Europa, en de yuan is naar schatting 12 tot ruim 30 procent ondergewaardeerd.
De WRR bepleit daarom een brede importheffing, eventueel gecombineerd met een zwakkere euro, en een stelsel waarin Chinese producenten zelf moeten aantonen dat hun goederen niet met oneerlijke staatssteun tot stand zijn gekomen. Daarnaast moet Europa zijn innovatiebeleid opbouwen naar Amerikaans en Chinees model, met een strategische richting én onderlinge concurrentie.
De China-schok kostte Duitsland 400.000 banen
Dat de rekening al loopt, illustreert de raad met Duitsland: sinds 2019 zijn daar volgens het rapport zo’n 400.000 banen verdwenen door de zogenoemde China-schok. Beleidsmakers reageren volgens de WRR steeds sector voor sector, waardoor maatregelen structureel te laat komen. Onderzoeker Haroon Sheikh waarschuwde bij Nieuwsuur dat hele industrietakken verloren gaan als Europa blijft wachten.
Tegelijk zijn er vraagtekens. Importheffingen maken producten voor Europese consumenten en fabrikanten duurder, en Peking heeft in eerdere handelsconflicten laten zien terug te slaan op sectoren die Europa nauwelijks kan missen — van zeldzame aardmetalen tot landbouwexport.
Het advies landt op een gevoelig moment. Eurocommissaris voor Handel Maros Sefcovic reist in oktober naar Peking om te praten over herstel van de handelsbalans. Nederland kent het dilemma van dichtbij: de aanvaring rond chipmaker Nexperia liet zien hoe snel een economisch dossier een geopolitiek dossier wordt, en DNB-president Klaas Knot waarschuwde eerder al dat een handelsoorlog tussen Washington en Peking vooral Europa raakt.
Voor Brussel is de diagnose niet nieuw; die ligt er sinds het rapport-Draghi. De vraag die de WRR er nu bij legt, is of de Unie bereid is de rekening te betalen die bij die diagnose hoort. Het antwoord komt op zijn vroegst na de reis van Sefcovic in oktober.