Fastfashionketen Shein is dinsdag naar de beurs van Hongkong gegaan, en dat debuut verliep moeizaam: het aandeel zakte tot 10 procent onder de introductieprijs. De waardering komt uit op ongeveer 26 miljard dollar — een kwart van wat het bedrijf in 2022 waard heette.
De introductieprijs lag op 48,56 Hongkongse dollar, vastgesteld op maandag binnen een vooraf afgegeven bandbreedte van 47,60 tot 49,50 Hongkongse dollar. In de eerste handelsuren zakte het aandeel naar 43,72 Hongkongse dollar, om daarna een deel van het verlies goed te maken. Met de verkoop van ongeveer 280 miljoen aandelen van klasse B haalde Shein 1,7 miljard dollar op.
Verlies van 99 miljoen in het eerste kwartaal
Het prospectus laat zien waarom beleggers terughoudend zijn. In het eerste kwartaal van dit jaar boekte Shein een verlies van 99 miljoen dollar, tegenover 395 miljoen dollar winst een jaar eerder. De omzetgroei vlakt af, terwijl Temu en AliExpress in dezelfde vijver vissen.
Ook de prijs zelf riep vragen op: het aandeel ging over de toonbank voor ruim vijftien keer de verwachte winst, tegen 7,4 keer bij branchegenoot PDD Holdings. De oprichters houden bijna 60 procent van de aandelen en zo’n 90 procent van de stemrechten in handen.
Shein en de Europese pakketheffing van 3 euro
In Europa is het verdienmodel intussen duurder geworden. Sinds 1 juli geldt een tijdelijke heffing van 3 euro op pakketten van buiten de EU met een waarde onder de 150 euro — een maatregel die uitdrukkelijk op platforms als Shein en Temu is gericht. Vanaf november komen daar verwerkingskosten bij, tot in 2028 een definitief stelsel volgt in de bredere douanehervorming.
Shein probeerde eerder een notering in Londen te krijgen; die route liep vast. Over de invloed van Brussel op ondernemen schreef TPO eerder een analyse over Europese regelgeving en de Nederlandse economie.
De echte graadmeter komt later. De lock-up voor investeerders van voor de beursgang loopt zes maanden en verstrijkt in maart 2027; pas dan blijkt wat de markt Shein werkelijk waard vindt.