In de Democratische Republiek Congo zijn sinds het begin van de ebola-uitbraak in mei meer dan 3.000 mensen overleden. Dat hebben de Congolese gezondheidsautoriteiten woensdag bekendgemaakt. Tot nu toe zijn 6.186 besmettingen vastgesteld.
Het Congolese ministerie van Volksgezondheid bevestigde de uitbraak op 15 mei in de noordoostelijke provincie Ituri. Twee dagen later riep de directeur-generaal van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) de uitbraak uit tot een noodsituatie voor de internationale volksgezondheid. Het virus verspreidde zich daarna naar vijf andere provincies.
Ebola-uitbraak in Congo raakt zes provincies
Volgens de meest recente WHO-rapportage, met cijfers tot 26 augustus, waren in Congo 5.794 bevestigde gevallen en 2.786 sterfgevallen geregistreerd, een sterftecijfer van 48,1 procent. 1.293 mensen herstelden. De besmettingen zijn vastgesteld in Bas-Uelé, Haut-Uelé, Ituri, Noord-Kivu, Zuid-Kivu en Tshopo, verspreid over zestig gezondheidszones; Ituri telt er 28 en Noord-Kivu vijftien. In buurland Oeganda raakten eveneens mensen besmet, maar die uitbraak lijkt ingedamd.
Geen geregistreerd vaccin tegen de Bundibugyo-variant
Het gaat om de Bundibugyo-variant, waartegen geen geregistreerd vaccin of geneesmiddel bestaat. De aanpak bestaat daarom uit het isoleren van besmette patiënten. Sinds 27 augustus wordt in delen van het land gevaccineerd met Ervebo, dat tegen eerdere ebolavarianten werkt; of het ook tegen Bundibugyo beschermt, is bij mensen niet vastgesteld. In een klinische studie zijn sinds 2 juli ruim 250 bevestigde patiënten ingeschreven in drie behandelcentra in Ituri. Volgens de gezondheidsdienst CDC van de Afrikaanse Unie worden in totaal 70.000 doses toegediend aan proefpersonen en medisch personeel.
Het is de dodelijkste ebola-uitbraak in Congo tot nu toe. Bij de uitbraak van 2018 vielen in het land ongeveer 2.280 doden; tussen 2013 en 2016 kwamen in West-Afrika ruim 11.000 mensen om het leven. Volgens de WHO wordt de bestrijding bemoeilijkt door een zwak centraal gezag, wantrouwen tegen hulpverleners en de aanhoudende strijd met rebellenbewegingen.
De WHO schat het risico voor Congo zelf als zeer hoog in en dat voor de buurlanden als hoog. Voor de rest van Afrika en op mondiaal niveau blijft de inschatting laag.