Oud-minister Kajsa Ollongren stemde in september 2021 in met het coronatoegangsbewijs, terwijl haar eigen ambtenaren haar adviseerden dat niet te doen omdat het inging tegen de grondrechten. Dat vertelde ze woensdag aan de parlementaire enquêtecommissie Corona.
Ollongren was tijdens de coronacrisis namens D66 vicepremier en minister van Binnenlandse Zaken, en daarmee binnen het kabinet de bewaker van de Grondwet. Haar verhoor viel in de achtste verhoorweek, met als thema “reflecteren en vooruitkijken: besturen tijdens een pandemie”.
Ollongren noemt coronapas grondwettelijk verdedigbaar
Het kabinet dacht in september 2021 na over een toegangsbewijs voor onder meer de horeca, in de volksmond de coronapas: alleen wie gevaccineerd of genezen was, kwam nog binnen. Ambtenaren van Binnenlandse Zaken raadden hun minister af daarmee in te stemmen. Ze gaf haar goedkeuring toch. “Het is inderdaad een forse beperking, want je sluit mensen uit”, zei ze daarover. “Maar je creëerde ook ruimte voor een deel van de mensen, voor vooral jonge mensen. Anders kon er niks.” Later kwam er een derde route bij, via een negatieve test.
Over de grondrechten zei Ollongren dat de weging voortdurend moest worden gemaakt: maatregelen konden een enorme impact hebben, maar ze niet nemen raakte volgens haar de rechten van anderen. In het begin van de pandemie liepen de maatregelen via noodverordeningen, zonder wettelijke afweging vooraf. “Nood breekt wet”, zei ze daarover.
Avondklok kwam er ondanks brede weerzin
Volgens Ollongren was niemand in het kabinet voorstander van de avondklok, ook justitieminister Ferd Grapperhaus niet, die de maatregel juist herhaaldelijk op tafel legde. Commissielid Songül Mutluer las een appbericht voor dat Ollongren op 12 januari 2021 verstuurde: “Ze creëren een sfeer alsof je een landverrader bent als je tegen een avondklok bent.” Ollongren kon zich het bericht niet herinneren en vermoedde dat het “in the heat of the moment” was geschreven. Ze stemde uiteindelijk in en zegt daarbij niet onder druk te zijn gezet.
De tijdelijke coronawet lag in mei 2020 klaar, maar trad pas in december in werking. “Achteraf gezien zijn we te laat geweest”, erkende Ollongren. Daarmee raakt de enquête opnieuw aan de vraag hoever de overheid tijdens de pandemie mocht gaan, een discussie die eerder ook werd gevoerd over de aanpak van desinformatie.
De commissie staat onder leiding van Daan de Kort (VVD), met Mutluer (GroenLinks-PvdA) als ondervoorzitter. Na negen verhoorweken, die eind mei begonnen, wordt het eindrapport in het eerste kwartaal van 2027 aan de Tweede Kamer aangeboden — ruim zes jaar na de avondklok waarover woensdag werd doorgevraagd.