In Genève hebben 128 landen zaterdag voor het eerst overeenstemming bereikt over een definitie van dodelijke autonome wapensystemen. De tekst is niet bindend, maar geldt als opstap naar een mogelijk verdrag.
Het akkoord legt vast wat onder een zelfdenkend wapensysteem moet worden verstaan, welke systemen aanvaardbaar zijn en wie verantwoordelijk is voor de inzet ervan. De onderhandelingen liepen door tot bijna drie uur ’s nachts; volgens betrokkenen hing het slotakkoord af van de formulering van één woord.
Tien jaar praten in Genève
Een werkgroep binnen het VN-wapenverdrag CCW buigt zich al ruim tien jaar over de kwestie. Dat Rusland, China, de Verenigde Staten en India nu meetekenden, geldt als het eigenlijke resultaat; de eerste twee en de Verenigde Staten werden door onderhandelaars als de moeilijkste partijen omschreven. De Nederlandse minister Tom Berendsen van Buitenlandse Zaken maakte het akkoord bekend. Robert in den Bosch, de Nederlandse ambassadeur voor ontwapening, zei erover dat woorden in zo’n proces enorm zwaar wegen.
Nederland stemde in met de tekst. In november komen de landen opnieuw bijeen, op de zevende toetsingsconferentie van het CCW, om te bepalen of aanvullende verdragen of regels nodig zijn. Als voorbeeld gelden de bestaande afspraken over landmijnen en clustermunitie.
Critici zien de tekst verwateren
Niet iedereen is tevreden. Nicole van Rooijen, directeur van de campagne Stop Killer Robots, noemde het een schande dat het werk van drie jaar in de laatste uren zo sterk is afgezwakt, vooral waar het gaat om de definitie zelf en om de maatregelen die burgerslachtoffers moeten voorkomen. Het Internationale Rode Kruis waarschuwde in een verklaring dat ongeremde ontwikkeling en inzet van autonome wapens serieuze juridische, ethische en humanitaire problemen oplevert.
De VN-secretaris-generaal en het Rode Kruis riepen op 25 augustus samen op om de conferentie van november te gebruiken als startpunt voor onderhandelingen over een bindend instrument. De juridische vragen rond zulke wapens zijn daarmee niet beantwoord, maar wel voor het eerst gezamenlijk opgeschreven — net als eerder gebeurde bij Europese regels voor kunstmatige intelligentie.