De rivieren in het oosten van het land staan zo laag dat Rijkswaterstaat op de IJssel, de Nederrijn en een groot deel van de Waal niet meer goed kan meten of schepen er nog veilig kunnen varen. Binnenvaartschippers moeten dat nu zelf inschatten, zegt Rijkswaterstaat tegen de NOS.
Ook op het Pannerdensch Kanaal speelt het probleem. Het water is op sommige plekken ondieper dan 125 centimeter, terwijl de meeste meetvaartuigen van Rijkswaterstaat dieper liggen. Ze kunnen er simpelweg niet meer komen. De drie boten die minder diep steken, zijn ook in andere regio’s nodig.
Daardoor is voorlopig niet goed vast te stellen wat de zogeheten minst gepeilde diepte is: het ondiepste punt in de vaargeul. Met dat getal bepalen schippers hoeveel lading ze kunnen meenemen zonder aan de grond te lopen. Juist nu de gegevens het hardst nodig zijn, kan de vaarwegbeheerder ze dus niet leveren.
Laagwater breekt opnieuw record bij Lobith
In augustus dook de afvoer van de Rijn bij Lobith met 614 kubieke meter per seconde onder het laagste niveau ooit gemeten. Sindsdien is er vrijwel geen verbetering gekomen: volgens de NOS schommelt de afvoer nu rond de 545 kubieke meter per seconde. Bij Keulen stond het water maandag op 40 centimeter, een nieuw laagterecord, en bij Kaub op 3 centimeter, met een verwachte daling naar min 3, blijkt uit cijfers van de Duitse scheepvaartautoriteit WSA die het ANP aanhaalt.
Havenbedrijf Rotterdam ziet tussen Rotterdam en bestemmingen langs de Rijn ongeveer de helft minder vracht dan een jaar eerder. Het gaat om grofweg een kwart van alle lading van en naar de haven. Schepen nemen minder mee en moeten vaker varen, ‘daardoor zijn de kosten hoger en staat de capaciteit onder druk’, aldus het havenbedrijf. De haven zelf draait wel gewoon door. ‘Dit is erg zorgelijk’, zegt Fiona Oomen van Koninklijke Binnenvaart Nederland tegen de NOS. ‘Alle transport staat onder druk.’
Na de droogte dreigt hoogwater
Hoelang de problemen aanhouden, kan Rijkswaterstaat niet zeggen. ‘We hebben regen nodig in het stroomgebied’, zegt een woordvoerder, en dan vooral buiten Nederland. Op de Boven-IJssel geldt sinds vorige week al eenrichtingsverkeer, en schepen varen tot 300 kilometer om.
De woordvoerder ziet na de droogte meteen het volgende probleem: hoogwater. Omdat de zee uitzonderlijk warm is, kan het najaar juist erg nat uitpakken. Rijkswaterstaat benadrukt in een eigen terugblik dat het land beter is voorbereid dan in het droogtejaar 1976, onder meer doordat vooraf meer water in het IJsselmeer werd vastgehouden.