avatar
     
Column

Pedofilie: tussen pedojagers en Martijn

De vereniging Martijn heeft niet zo’n mooi trackrecord. Het oorspronkelijke idee voor de pedo-club is volgens Wikipedia afkomstig van een zekere Theo. Geen achternaam. Tijdens het uitzitten van een celstraf in ‘s-Hertogenbosch, wegens seksueel contact met een minderjarige, komt deze Theo op het idee om lotgenoten bij elkaar te brengen middels een blaadje: “Martijn“. De eerste edities van Martijn verschijnen vanuit de gevangenis. Niet veel later wordt de gelijknamige vereniging opgericht. Duistere geschiedenis of niet, een vereniging voor en door mensen die op kinderen vallen is in principe een mooi ding. Je kiest er immers niet voor om pedofiel te zijn.

Stoornis
Sinds 1990 wordt homoseksualiteit door de Wereldgezondheidsorganisatie niet meer als een geestesziekte gezien. Pedofilie valt volgens de DSM-V nog wel onder “psychoseksuele stoornissen”, evenals fetisjisme, transvestitisme, voyeurisme, exhibitionisme, masochisme en sadisme. Dat is een beetje vreemd. Want ‘stoornis’ impliceert dat je ziek bent. Als je ziekte/stoornis definieert als een proces dat schadelijk is voor het organisme, kun je moeilijk volhouden dat je seksueel aangetrokken voelen tot vrouwenkleren of kinderen an sich ziek is.

Uiteraard is seks met kinderen wel schadelijk voor kinderen. Het is niet voor niets bij de wet verboden. In elke instelling voor jeugdpsychiatrie zitten wel een paar kinderen die voorgoed stuk zijn, omdat papa, een oom of de buurman zijn piemel erin heeft gestoken.

De Zware Jongens
De vereniging Martijn ziet dat anders. Zij stelt dat “erotische contacten en wederzijds als plezierig ervaren seksuele relaties tussen volwassenen en kinderen” niet schadelijk zijn en maatschappelijk geaccepteerd zouden moeten worden, “mits zonder dwang.”

Dat schiet natuurlijk niet op. Het klinkt als de statuten van De Zware Jongens: “je mag best iemands spullen meenemen, mits het je lukt om binnen te komen.” Met dat soort hardnekkig asociale, utopische standpunten inspireer je pedojagers en draag je bij aan het in stand houden van het taboe. Martijn maakt het mensen effectief onmogelijk om over hun pedofiele gevoelens te praten. Dat is ontzettend jammer, want pedofilie komt vaker voor dan u denkt. Voor iedere pedofiel die in de bak zit of TBS heeft, moeten er tientallen mannen zijn die ook die gevoelens hebben. Het pedojagers-credo “Geen pedofielen in Nederland” is net zo utopisch als de wensdromen van Martijn.

Niet doodzwijgen
Een bepaald percentage van de Nederlandse bevolking wordt opgewonden van kinderen. Dat is niet handig, dat zouden we liever niet willen, maar het is nu eenmaal zo. Blijkbaar zitten onze hersenen zo in elkaar, dat ze ook dat gedrag genereren. We hoeven dat geen podium te geven, maar het doodzwijgen of dood willen maken is weer het andere uiterste. Een eigen plekje is denk ik raadzaam. De vereniging Martijn zou bij zichzelf te rade moeten gaan. Misschien wordt het tijd om de rigide statuten te wijzigen en een plek te creëren waar mensen over hun behoeftes kunnen praten, zonder meteen tot actie te willen overgaan. Een soort “Anonieme Alcoholisten.”

Ik denk nu even aan die twee 26-jarige jongens, die als pedofiel begonnen en als moordenaar eindigden. Een ervan, Sander Vreeswijk, was politieagent. De ander, Anthony Klein, paste vaker op zijn nichtje. Ik kan het mis hebben, maar ze lijken mij geen in- en in- slechte, koelbloedige verkrachters en moordenaars met voorbedachte rade. Voor hen had een plek waar ze open over hun gevoelens konden praten misschien zin gehad. Als de vereniging Martijn en de pedojagers zich niet zo spastisch zouden opstellen, zouden wij waarschijnlijk ook minder spastisch denken over pedofilie. Zonder al dat spastische gedoe hadden Sander en Anthony het misschien aangedurfd om aan de bel te trekken en over hun gevoelens te praten. Dan hadden Jennefer van Oostende en Milly Boele misschien nog geleefd.

   
 
Als iedereen slaapt, zijn wij wakker.