De dood van Milly: brood & spelen

17-03-2010 14:00

‘Bevestiging uit politie en jusititietop: Milly is dood’, berichtte RTL-nieuws presentator Antoin Peeters gisterenavond via zijn Twitter. De politie moest nog met een officiële verklaring komen. Desalniettemin was het twaalfjarige meisje, sinds vorige week vermist, toen al door verschillende ‘journalisten’ op het Internet doodverklaard. En gelijk hebben ze natuurlijk. Je zou eens een scoop missen. Niet de eerste zijn die zo’n heet nieuwtje de wereld in slingert.

Dus laste RTL 4 gisterenavond om half elf een extra uitzending in, speciaal voor Milly. Vandaag volgden twee persconferenties, zowel van de politie als van de school waar de tiener tot haar onfortuinlijk overlijden naartoe ging. Demissionair Minister van Justitie Hirsch-Balin kwam met een verklaring namens het kabinet waarin hij zijn medeleven uitsprak. Het wachten is nu alleen nog op een stille tocht, inmiddels een onmisbaar onderdeel van een ‘ramp van deze omvang.’

Aasgieren
Jaarlijks worden er in Nederland 16.000 tot 20.000 mensen als vermist opgegeven. Een kleine 85 procent van deze mensen is binnen 48 uur weer terecht, 700 tot 800 personen blijft langer dan drie weken zoek. Zou er voor elk van deze vermiste personen een stille tocht moeten worden georganiseerd, dan konden we wel al aan het wandelen blijven. Dus bepalen de media met wie we meeleven. En een twaalfjarig meisje – onzekere oogopslag, zweem van jeugdpuistjes, voorzichtige glimlach die een blinkende slotjesbeugel onthult – is daarvoor een uitermate geschikte kandidaat.

Dat de voorlopige verdachte een politieagent is, maakt de zaak natuurlijk alleen maar smeuïger. Een agent nota bene! Iemand die ons en onze kinderen juist zou moeten beschermen! Waar gaat het naartoe met de wereld als we zelfs de lokale brigadier Bromsnor niet meer kunnen vertrouwen? Hoe beschermen we ons kroost als zelfs de plaatselijke zwemleraar een ordinaire kinderverkrachter blijkt?

Massahysterie
Zo hysterisch als kranten en televisie over meisje Milly berichten, zo voorspelbaar zijn ook de reacties in het land. ‘De doodstraf is nog niet goed genoeg voor zo’n schoft.’ ‘Ze moeten hem zijn ballen door de stad slepen.’ ‘Ophangen.’ ‘Vierendelen.’ ‘Radbraken.’ ‘Terecht stellen op het dorpsplein.’ Onder dat dunne laagje collectieve verontwaardiging, gaan echter hele andere emoties schuil: angst, morbide nieuwsgierigheid en sensatiezucht. Zoals er na een auto-ongeluk op de snelweg steevast een kijkersfile ontstaat, zo schaart Nederland zich bij een mediagenieke verdwijnings-, verkrachtings- of moordzaak collectief achter de televisie om maar niets van het entertainment te missen.

De mensen die nu over elkaar heen buitelen om te vertellen hoe erg ze het allemaal vinden, zijn echter dezelfde mensen die zeer waarschijnlijk niets zouden doen als ze onverwacht getuige zouden zijn van een dergelijk misdrijf. In november werd er in het centrum van Amsterdam een vrouw verkracht. Voor hij zich aan de zesentwintigjarige vergreep, sleurde de verkrachter haar eerst de gehele grachtengordel over. Honderden mensen moeten dat hebben gezien. Het slachtoffer smeekte zelfs verschillende omstanders om hulp. Niemand greep in, niemand belde de politie. Die zaak, hoe tragisch ook, staat beslist niet op zichzelf. Uit psychologisch onderzoek blijkt namelijk al jaren dat er maar weinig echte helden op de wereld rondlopen. Wie op klaarlichte dag in elkaar wordt geslagen of aangerand, doet er goed aan een van de omstanders direct aan te spreken, anders is de kans groot dat niemand ingrijpt. Zo dapper zijn wij dus. En ondertussen maar huilen met de wolven.

Er is een meisje dood. Dat is erg. Maar geef het een week of twee en behalve de nabestaanden is iedereen Milly weer vergeten.