Hoe Alberto het imago van Lance oppoetst

21-07-2010 14:00

Toen Lance Armstrong zijn eerste Tour de France won was er niet alleen bewondering, maar ook wantrouwen. Een modale klassiekerrenner die drie jaar ‘onder water’ verdwijnt met teelbalkanker en eenmaal weer boven een gedroomde ronderenner blijkt te zijn, is ongebruikelijk. En in een sport waarin het dopingvraagstuk nog steeds niet adequaat is aangepakt, krijg je dan al snel verdachtmakingen, suggesties en veroordelingen – die nooit meer helemaal zouden verdwijnen. Maar de manier waarop Armstrong ten onder gaat en vooral de manier waarop zijn verwachte opvolger werkt, hebben een herwaardering teweeg gebracht.

In het begin was ik blij met Lance, niet in de laatste plaats omdat Armstrong ons bevrijdde van de terreur van de loeizware verzetten, die voorheen garandeerden dat profs na hun vijfendertigste een rollator nodig zouden hebben. Wat ik toen niet kon bevroeden, was dat de zeven tours van Armstrong de saaiste van allemaal zouden worden.

Controle
Kijk, Lance kan een goed stukkie hard bergop fietsen, maar daar lag het geheim van zijn overwinningen niet; die lag bij de totale controle van het peloton door Johan Bruyneel. Via de ‘oortjes’ (niet voor niets mekkerde Armstrong vorig jaar het hardst van allemaal bij het oorloze experiment), via financiële middelen en soms via regelrechte dreigementen. Daar is niets nieuws aan: sinds het begin van de wielersport proberen ploegen al controle over de koers te krijgen. Maar de manier waarop Bruyneel en Armstrong de concurrentie al voor de koers platlegden is wél uniek.

Jammer genoeg leverde het, ondanks hier en daar wat hoogtepunten, wel slaapverwekkende koersen op. En dat is een probleem, want in een sport die grotendeels van kijkcijfers afhankelijk is, is winnen niet genoeg. Er moet drama zijn, strijd, in het kort entertainment. En dat was er natuurlijk niet echt. De manier waarop de Fransen Armstrong het ravijn in wensten mag dan allesbehalve elegant zijn geweest, je snapt wel waarom ze iemand weg wilden hebben die alle lol uit hun nationale sportevenement haalde.

Goed
Onder renners heeft Armstrong nog steeds een goede reputatie. Deels vanwege Lances eerlijkheid in de koers, maar ook omdat die totale controle het leven voor de mindere goden een stuk eenvoudiger maakte. De ‘open’ Tours van de laatste drie jaren zijn een stuk nerveuzer geweest dan die daarvoor; dat eist zijn tol. Armstrong was dus goed voor zijn renners, ook aan de finish. Hij zat wat dat betreft op de lijn-Indurain: ook niet de meest spannende winnaar, maar wel een genereuze, die daardoor op een boel loyaliteit uit het peloton kon rekenen.

De huidige nummer één en waarschijnlijke tourwinnaar, Alberto Contador, zit toch anders in elkaar en mist die generositeit geheel. Vorig jaar werd dat al een beetje duidelijk toen hij instructies van Johan Bruyneel wel erg Oost-Indisch opving. Maar toen was er desondanks een boel sympathie voor Contador omdat hij ook door Armstrong in de tang werd genomen. Dit jaar is het anders, en steeds lijkt Contador de verkeerde PR-keuzes te maken. De eerste blunder was zijn jacht op ploeggenoot Aleksandr Vinokoerov. Resultaat: tien tellen winst op non-contender Mentsjov, lamme excuusjes en een woedende Vino. Vergeet niet dat de Astana-ploeg is gecreëerd voor Vinokoerov. Na de koers moest er dan ook worden uitgepraat en gelukkig voor Contador pakte Vinokoerov een dag later alsnog ‘zijn’ etappe.

Maar de grootste blunder was zijn reactie nadat hij het geel had gegrepen ten koste van een met materiaalpech vechtende Andy Schleck. Dat je een aanval niet afbreekt als je concurrent even met zijn materiaal zit te klooien is niet oneerlijk. Een deel van de koers is tenslotte op je fiets blijven zitten en je materiaal goed verzorgen. Waar Contador de mist in ging, was zijn verdediging dat hij het ‘niet had gezien’ en een halfhartig excuus aan Schleck na afloop. Indurain en zeker Armstrong zouden dat nooit hebben gedaan. De reden dat Contador nu het leeuwendeel van zijn goodwill kwijt is, is helemaal aan hemzelf te danken: een groot kampioen verlaagt zich niet tot zulke kleinzieligheid.

De Tour wil een sterke winnaar, maar ook een grootmoedige. En wat dat betreft schiet Alberto Contador echt tekort.