Het onveranderlijke en onuitroeibare lijden van de eenzaamheid

30-01-2012 09:00

“Eenzaamheid is ook maar een dingetje”, “om daar altijd over te moeten schrijven is vragen om problemen”, “wie nog niet eenzaam is maar er wel altijd over schrijft wordt vanzelf eenzaam.” Trouwens, zoveel stelt eenzaamheid niet voor. Het is overrated, dat is het hele punt. Eenzaamheid is, net als verdriet, bedacht door romantici en anderen die dachten dat er wat halen viel bij de vrouwtjes door sensitief te gaan lopen doen (wat overigens ook zo is, maar dat terzijde). De kwestie is dan ook niet: “Hoe bestrijd ik eenzaamheid” maar: “Is het eenzaam na de dood?”.

Dat is een reële vraag en een kwestie van belang. Het is mogelijk dat ook de dood ons niet verlost van eenzaamheid. De dood zou, bijvoorbeeld, een uitgerekte exercitie in eenzaamheid kunnen zijn. Alleen dan eeuwig. Zonder einde. Letterlijk eindeloos. Stelt u zich dat eens voor: eindeloos eenzaam. Eindeloos, een niet te vatten begrip. Telkens als u denkt “nu heb ik het” begint het weer van voor af aan. En dan weer, en weer, en weer, tot in den eeuwigheid. Zelfs als de laatste ster is uitgedoofd en het universum niet langer meer bestaat, ruimte en tijd niet meer zijn, dan nog gaat de eeuwigheid en de eindeloosheid door. Zelfs de beste voorstelling van eeuwigheid is een te verwaarlozen fractie van wat eeuwigheid werkelijk is.

Sterfelijkheid
De dood is per definitie het middel tegen eenzaamheid, mits men eenzaamheid inderdaad beschouwt als gruwel zoals de vele slechts naar het neuken van meisjes hunkerende romantici beweren, maar het niet bevatten van de essentie van de dood is tegelijk het constitueren van de eenzaamheid. Mogelijkerwijs is juist het bewust zijn van de eindigheid de enige reden waarom eenzaamheid een vehikel van de romantiek is geworden. We zijn niet eenzaam bij gebrek aan beter, we zijn eenzaam door het bewustzijn. Te weten ooit te zullen sterven, en mogelijk voor eeuwig eenzaam te zullen zijn, is de grond van de eenzaamheid. Tegen het bewustzijn van de sterfelijkheid en de eindigheid is geen kruit gewassen. Noch de literatuur, noch de kunsten, noch het hedonisme, noch de intimiteit of het samenzijn zal ook maar iets van dat bewustzijn wegnemen. Sterfelijk zijn betekent eenzaam zijn.

Een volmaakt, onveranderlijk, onuitroeibaar lijden.

Randpsychose
De kwestie is niet: hoe voorkom ik mijn dood, de kwestie is: ben ik in de juiste kroeg en ben ik daar op tijd weer weg voordat de kroeg volloopt met andere eenzamen. Hoe meer eenzamen bij elkaar, hoe groter de eenzaamheid. Gedeelde smart bestaat niet. Twintig eenzame mensen delen de eenzaamheid niet door twintig, maar vertwintigvoudigen de eenzaamheid. Hoe voller de kroeg, hoe groter de eenzaamheid.

Eenzaamheid in de kroeg heeft een maximale capaciteit. Bij teveel druk barst de bubbel waarin de eenzamen leven en ontstaat de randpsychose. Eenzame kroegrandpsychoten zijn te herkennen aan hun achterlijke proletengeschreeuw. De randpsychose gaat over in psychose zodra de achterlijke kroegeenzamen met elkaar gaan “stoeien” of, in extreme gevallen, met elkaar gaan vechten. Uiteraard gaat het hier om mannetjes. Wijfjes verkeren per definitie al in staat van een randpsychose maar zijn eigenlijk zonder uitzondering te herkennen aan een achterbaks soort van gegiechel dat kan aanvoelen als duizenden scherpe messen die in het lichaam worden gestoken.

Een fijne bijkomstigheid van kroegeenzaamheid is de barslet. Dit is het wijfje dat heeft begrepen dat eenzaamheid slechts een kwestie is van voortdurende doodsangst en dat de aanwezigheid van andere eenzame exemplaren van hetzelfde geslacht om samen te kunnen giechelen en huichelen in de kroeg de eenzaamheid slechts maximaliseert, niet vermindert.

De barslet is eigenlijk altijd bereid zich te laten neuken. Als ze dat zonder condoom doet wil ze kinderen: blijf er dan verre van. Als ze dat met condoom wil is ze hoer: geef haar dan geld na te zijn klaargekomen.

Arthur van Amerongen ligt nog op de stretcher in het Portugese paleis van Gerrit Komrij bij te komen van de zoveelse laveloze avond met zijn ‘Portugal Post’-vrinden. Geeft niks. Dan flansen wij wel wat in elkaar. Bueno!