Business

Brulding van de Week: Iso zo-zo

24-02-2012 09:30


(foto: www.conceptcarz.com)

Iso was een Italiaans merk dat fraaie bruldingen produceerde. Toevallig heb ik er een persoonlijke ervaring mee. Deze was maar zo-zo. Eigenlijk heb ik er nog de pest over in. Het lag echter niet aan de Iso. Nee, het lag aan mijn oudste broer en zijn twee schuurtjesvrienden. De een, we noemen hem W, werd later een hoge techneut bij Citroën Nederland, de ander, I, ging naar zee en zwierf jaren rond als scheepswerktuigkundige (WTK). Ten tijde van dit Iso-verhaal (p)repareerden de twee echter auto’s. Meestal sportwagens. Eens moest er een Iso Rivolta van geel naar rood worden overgespoten. Én een uitlaat krijgen die nooit meer zou doorroesten. Zo verlangde de klant, een rijke tandarts. Nu bestonden dergelijke uitlaten niet dus werd een beroep gedaan op het vernuft van mijn broers schuurtjesvrienden. En op mijn circa twaalf jaar oude rug.

Iso Rivolta. Motor: 5359 cc OHV V8 van 300 pk bij 5000 tpm. Topsnelheid: 238 km/u. 0-100: 6,5 seconden

(foto: www.conceptcarz.com)

De vernuftelingen bedachten een stalen pijpconstructie met een wanddikte van vijf millimeter. Een pijp van een meter of zes lang moest voldoende zijn om de eeuwige uitlaat te produceren. IJzerhandel Walraven in de hoofdstraat van het dorp waar we woonden had zulke pijpen. Voor het transport van de pijp was helaas geen auto beschikbaar. Het zou sjouwen worden. Mijn broer bleek echter elders iets dringends te hebben en W had eveneens een smoes. In ieder geval kwam het op I neer om de pijp te halen. En een te organiseren tweede drager.

Nu stond ik altijd te kwijlen en slijmerig te smeken om een ritje als ze bij ons thuis met Iso bezig waren, dus een plechtige belofte hiertoe leverde een gewillige drager op. Voor een ritje had ik desnoods een van mijn pas ingedaalde teelballen over. Een groot offer gezien de moeite die dat indalen kostte. Voor een volle zak was ik een week lang naar de huisarts gefietst op weg naar school. Bij deze slager, M, kreeg ik injecties in mijn achterste om de weerbarstige ballen tot dalen te dwingen. Ms praktijk hing vol met jachttrofeeën en M bediende de plunjer van de injectiespuit met de snelheid van wat deze trofeeën aan de muur hadden gebracht. Het voelde even dodelijk. Zes meter staalpijp halen was niets. Dacht ik.

De pijp woog ten minste vijfhonderd kilo, concludeerden zowel mijn linker als rechter schouder al sjouwend. Langer dan een halve minuut per schouder hield ik niet vol. Dus mijn armen moesten de pijp regelmatig wisselen. Waar ze spoedig tegen protesteerden. I liep voorop en bepaalde het tempo. Wat hoger lag dan het mijne. I leek echter een gehoorbeschadiging te hebben opgelopen en het bleef de tweeënhalve kilometer lange tocht voor mijn gevoel een M-snelheid. Op een of andere manier wist ik het echter vol te houden waarna ik -zoals dit heet- ‘moe, maar voldaan’ het grote moment van het zo, o zó begeerde ritje afwachtte.

Welnu. Dat kwam er niet. De laatste keer dat ze met Iso langskwamen voor hij afgeleverd werd, zag -en hóórde- ik ze nog net vanuit mijn kamertje de straat uitscheuren. Twee hunkerende, gehavende schouders achterlatend. Ze waren me vergéééten. Wat de sadisten later niet vergaten, waren de verrukte verhalen vertellen over Iso’s gave klanken uit de eeuwige uitlaat toen ze de topsnelheid bij die laatste rit uitprobeerden. Iso Rivolta? Iso Revolting bedoel je.

Ik niet mee? Jij niet in de film!