Xenofilie: Voorlopig geen ‘404’ voor sekssites in Tunesië

13-03-2012 14:00

Tunesische pornoliefhebbers kunnen opgelucht ademhalen. Op 22 februari besloot het hof van cassatie dat het Tunesische internetagentschap ATI niet verplicht is om sites met pornografische inhoud te blokkeren. Een belangrijke uitspraak voor de Tunesische democratie, die op zoek is naar een manier om met nieuw verworven vrijheden om te gaan. Ten tijde van het dictatoriale regime werd het Agence Tunisienne de l’Internet (ATI) door Tunesische bloggers spottend Ammar 404 genoemd, naar de foutmelding voor ‘pagina niet gevonden’, vanwege de censuur die het agentschap toepaste. Na het vertrek van Ben Ali op 14 januari 2011 lijkt het ATI zijn lesje te hebben geleerd. De nieuw aangetreden directeur van het internetagentschap weigerde in te gaan op een verzoek om sekssites te censureren.

Islamitische waarden
De conservatieve advocaten Imed Saaidia, Ahmed Ben Hassena en Moneem Turki stapten in mei 2011 naar de rechter om filtering van pornosites door het Tunesische internetagentschap te eisen. Internetporno zou volgens hen gevaar opleveren voor kinderen, en bovendien zouden pornosites in strijd zijn met islamitische waarden. De ban op internetporno was al van kracht onder Ben Ali, maar werd na het vertrek van de president net als iedere andere vorm van censuur opgeheven.

Het ATI, bang om opnieuw zijn vingers te branden aan censuur, volhardde in zijn weigering om de sites te blokkeren. Volgens het agentschap zou een dergelijk filter niet tot zijn taken behoren. Daarnaast zou het tot technische problemen leiden en bovendien veel geld kosten. Het internetagentschap vond een bondgenoot in Reporters Without Borders. De internationale organisatie die strijdt voor vrije informatievoorziening uitte in het verleden juist regelmatig kritiek op het ATI. Het agentschap was één van de instrumenten die dictator Ben Ali gebruikte om het land in zijn greep te houden. Iedere website die neigde naar oppositie, maar ook kritische profielen op sociale netwerksites als Facebook en Twitter werden vakkundig geblokkeerd. Nu waarschuwde Reporters Without Borders de Tunesische justitie voor het risico terug te vallen in gewoontes van voor de revolutie.

Schandalig
De rechtszaak ontketende een debat in Tunesië. Niet vanwege het gebrek aan prikkelende plaatjes op de beeldschermen, maar om het principe. Hoewel in het overwegend islamitische land porno door velen als schandalig wordt ervaren, woog het Tunesische trauma van internetcensuur zwaarder. Zelfs de islamitische politieke partij Ennahda sloot zich aan bij de tegenstanders van het vooraf filteren van pornosites. De partij oordeelde dat sites met pornografische inhoud inderdaad beter geblokkeerd kunnen worden, maar dan door de gebruiker zelf en niet door het internetagentschap.

Sites -met welke inhoud dan ook-  vooraf filteren zet inderdaad de deur open naar censuur. Een filter is nooit nauwkeurig genoeg om de ongewenste inhoud van websites te scheiden van bijvoorbeeld nieuws, gezondheidsinformatie of meningen. En waarom zou de overheid van een prille democratie het risico nemen van censuur te worden beschuldigd als het ook mogelijk is om via een internetaanbieder voor ouderlijk toezicht te kiezen? Toch besloten zowel de rechters in eerste aanleg als in hoger beroep dat het ATI verplicht was sekssites te filteren. Een uitspraak die het ATI schoorvoetend toepaste. Sinds juni 2011 was vanaf publieke plaatsen zoals internetcafés geen porno meer te bekijken.

Knipoog
De cassatierechter verwierp uiteindelijk de uitspraken van de lagere rechters en stelde het internetagentschap in het gelijk. De uitspraak vormt een belangrijke precedent voor de manier waarop Tunesië omgaat met het recht op internetvrijheid van Tunesische burgers. Of het laatste woord over internetcensuur is gezegd, blijft nog even de vraag. De rechtszaak is door het hof van cassatie terugverwezen naar het gerechtshof, dat naar verwachting binnen twee maanden definitief uitspraak zal doen. Het ATI is in ieder geval positief gestemd en stuurde op de dag van de uitspraak – met een knipoog naar de censuur- zijn 404e tweet het internet op.

Lotte Wannet studeerde internationaal en Europees recht en volgde daarna een aantal cursussen aan het Centrum voor Communicatie en Journalistiek van de Hogeschool Utrecht. Onder de titel Xenofilie publiceert DeJaap stukken van studenten die op journalistieke reis in het buitenland zijn geweest.