Xenofilie: Leven met ‘de oorlog’ in Diyarbakir

29-03-2012 14:00

Al tientallen jaren vecht de Koerdische afscheidingsbeweging (PKK) voor een onafhankelijk Koerdistan. De zuidoostelijke Turkse stad Diyarbakir is het centrum van het Koerdisch verzet. Toch is op straat weinig te merken van de strijd die jaarlijks aan honderden mensen het leven kosten. Je moet opletten om op straat tekenen te vinden, maar ze zijn er wel. Een fotoreportage.


De bijnaam van de een van de leiders van de PKK, Abdullah Öcalan, wordt geëerd op een muur in de nauwe straatjes van Diyarbakir. Na de oprichting van de PKK in 1978 werd Öcalan de eerste voorzitter van de PKK. Öcalan zit sinds 1999 in de gevangenis, nadat hij door het Turkse leger werd opgepakt in Kenia. Hij werd in eerste instantie ter dood veroordeeld, maar door druk van de Europese Unie is dit omgezet in een levenslange gevangenisstraf. Volgens het Europese Hof voor de rechten van de Mens is het proces tegen Öcalan niet eerlijk verlopen, zo had hij een tijdlang geen toegang tot een advocaat. Alhoewel de verzetsstrijder al jaren in de gevangenis zit, geldt hij nog steeds als het boegbeeld van de PKK. Zijn naam kom je dan ook op verschillende plekken in de stad tegen en onder PKK-aanhangers is hij een geliefd persoon.

Alhoewel Diyarbakir op het eerste gezicht een hele normale stad lijkt, is dit slechts schijn. De Koerdische kwestie zit verweven in het dagelijks leven en niemand ontkomt er aan. Zo ook niet kinderen. Zoals bijvoorbeeld deze jongen, hij begroet andere kinderen op straat tijdens het spelen met zijn wijs- en middelvinger in een ‘V’-vorm. Het is de ‘PKK-groet’, een teken dat je de afscheidingsbeweging een warm hart toedraagt.

Nuri Sinir (57) heeft vanaf 1980 drie jaar vastgezeten in de gevangenis van Diyarbakir omdat hij een krant in de toen nog verboden Koerdische taal uitgaf. In de gevangenis is hij vreselijk gemarteld, iets dat hij nu pas durft te vertellen. Tot nu toe durfde hij niks te vertellen uit angst om opnieuw in de gevangenis te belanden. Voor hem ligt een rapport waarmee hij de overheid wil aanklagen voor wat hem is aangedaan. Tijdens zijn tijd in de gevangenis waren stokslagen en mishandelingen aan de orde van de dag. Nagels werden uitgetrokken, bij de tandarts werden expres verkeerde tanden getrokken en er werd met een politieknuppel in zijn anus gezocht naar wapens. Ook moesten de gevangenen overdag soms wel tot zestien uur lang marcheren en nationalistische liederen zingen. Alhoewel Sinir de PKK niet steunt, denkt hij wel dat door deze brute behandeling veel gevangenen na vrijlating radicaliseerde.

Een helikopter vliegt boven de stad om de situatie in en om Diyarbakir in de gaten te houden. Het Turkse leger is zichtbaar aanwezig in de stad. Een grote legerbasis rijst net achter de eeuwenoude stadsmuren op, en de hele dag door stijgen er met een enorm kabaal straaljagers op net buiten Diyarbakir en gaan op weg naar ‘de bergen’ om op zoek te gaan naar PKK-strijders en die te bombarderen. Het is de bergachtige grensstreek met Iran en Irak waar de PKK-strijders zich voornamelijk schuilhouden en vanwaar aanslagen worden beraamd. Diyarbakir is relatief rustig en ondanks de aanwezigheid van veel leger en politie is de Koerdische kwestie niet iets dat het straatbeeld bepaald.

De PKK strijdt voor een onafhankelijke Koerdische staat en voor de erkenning van het Koerdische volk en hun cultuur, zoals de Koerdische dans op deze foto. Koerden wonen verspreid over verschillende landen, voornamelijk in het zuidoosten van Turkije, het noorden van Irak, delen van Syrië en het westen van Iran. De Koerdische bevolkingsgroep is heel lang niet door de Turkse staat erkent. Het standpunt van de overheid in Ankara is altijd geweest dat er in Turkije alleen Turken wonen, en als Koerden dan geen Turk waren, dan waren het wel Berkturken. Langzamerhand begint hier verandering in te komen en krijgen Koerden steeds meer rechten. Zo is de Koerdische taal niet langer verboden en mogen Koerden steeds meer hun tradities en cultuur uitdragen. Toch blijft het zuidoosten van Turkije, waar de meeste Koerden wonen, een achtergesteld gebied, vooral qua economie.

Justus Knoppers is student Journalistiek van de Hogeschool Utrecht. Onder de titel Xenofilie publiceert DeJaap stukken van studenten die op journalistieke reis in het buitenland zijn geweest.