Sport

De Chinezen zijn niet te stoppen

31-07-2012 14:52

Naar welke sportdiscipline je ook kijkt, overal winnen Chinese atleten en atletes medailles. Zelfs bij het zwemmen, een sport die het land niet goed lag, vinden de Chinezen hun weg naar de top. Op zich is het niet verwonderlijk dat de Chinezen na twee dagen Olympische Spelen leiden in het medailleklassement. Het is immers een immens groot land en het land kan haar atleten putten uit een bron van ongeveer één miljard mensen. Toch is het dan eigenaardig dat andere grote Aziatische landen als India en Indonesië een stuk minder succesvol zijn. Waarom is juist China uiterst succesvol op de Olympische Spelen?

Jarenplan
De groei van China als sportnatie heeft gestaag plaatsgevonden. Bij de Olympische Spelen van 1992 (Barcelona) en 1996 (Atlanta) nestelde het land zich voor het eerst in de subtop van het medailleklassement.  Niet gek voor een land dat pas in de jaren ’80 atleten afvaardigde naar de Spelen. De echte stap naar de top kwam echter pas met de benoeming van Peking als organisator van de Olympische Spelen van 2008. Dit besluit uit 2001 zorgde voor een enorme opleving van sport in China. De regering maakte in communistische stijl een jarenplan op hoe China de hoogste trede van het medailleklassement kon betreden tijdens haar eigen Olympische spelen. Om dit resultaat te behalen moest de sport verder geprofessionaliseerd worden. Vooral de jeugd werd onderdeel van de Chinese campagne. Sport ontwikkelde zich als belangrijk fundament van de Chinese opleiding op scholen. Door kinderen al vroeg kennis te laten maken met diverse sporten kon er snel op specialisatie worden overgegaan. Daarnaast boden brede faciliteiten en ruime beurzen Chinese talenten de kans zich verder te ontwikkelen. China nam als land de zorg voor deze nieuwe generatie atleten op zich.

Het Chinese plan wierp als snel haar vruchten af. Op de Olympische spelen van 2004 in Athene, pas 3 jaar na de benoeming van Peking, werd China tweede in het medailleklassement vlak achter de Verenigde Staten. Met in het achterhoofd het idee dat er een nieuwe generatie atleten klaargestoomd zou zijn voor de Spelen in Peking, kon China de sporttoekomst met vertrouwen tegemoet zien. Op het moment suprême faalden de Chinese atleten niet. Tijdens de Olympische Spelen in Peking behaalde het land maar liefst 51 gouden medailles. Dat waren er vijftien meer dan de nummer twee in het klassement, de Verenigde Staten. China had de laatste stap naar een topsportnatie succesvol gezet.  Het doel van de Chinese autoriteiten was bereikt.

Nieuwe generatie sporters
Vier jaar later is China wederom succesvol op de Olympische Spelen. Misschien worden de Spelen in Londen nog wel succesvoller voor China dan die van Peking. Kinderen die bij de benoeming van Peking als Olympische gastheer in 2001 tussen de vijf en tien jaar oud waren, vormen immers een nieuwe generatie sporters die nog geprofiteerd hebben van het jarenplan. Zij waren nog te jong in Peking, maar leiden China in Londen naar nieuwe topresultaten. Een goed voorbeeld hiervan is de zestienjarige Ye Shiwen, die het goud op de 400m wisselslag veroverde in een nieuwe wereldrecord. Ook Sun Yang (21) piekt nu pas in zijn sport. Waar hij op de vorige Olympische Spelen nog anoniem rondzwom, behaalde hij dit jaar al goud op de 400m vrije slag en heeft hij nog kansen op de 200 en 1500m vrije slag. Zij zijn vast niet de enigen. Waarschijnlijk krijgen we deze weken nog veel vaker te maken met de nieuwe generatie Chinese atleten.

China lijkt zich gevestigd te hebben op de troon van het medailleklassement. De grote vraag is hoe lang China dit als land kan volhouden. Blijft de succesvolle begeleiding en facilitering van jonge talenten in stand, of zakt deze langzaam weg nu de Spelen van Peking ver achter ons liggen? In ieder geval zal China deze en de volgende Olympische Spelen domineren.