Arthur van Amerongen en Ivo Teulings verklaren het Latijnse mysterie

02-08-2012 09:50

Arthur: Don Ivo! Witte neger van me! Lig je alweer op een Cubaans strand met je luie reet of pik je de chica’s gewoon op in de Cotton Club, aan de welbekende Amsterdamse Nieuwmarkt? Wij in Portugal zien overdag eigenlijk weinig brothers, en als ik ze ’s avonds met hun gebreide Bob Marley-mutsjes en hun Chinese zonnebrillen bij de ingang van de discotheek zie scharrelen, vermoed ik dat ze weinig nuttigs verrichten voor de mensheid, tenzij de verkoop van allerhande drugs natuurlijk als nuttig wordt beschouwd. Deze nachtvlinders komen in de regel uit Angola of Mozambique, toch weer een heel ander slag dan de onze geliefde Afro-Latijnsamerikanen. Hun vrouwen/buitenvrouwen leggen overdag knoopjes en draaien dreadlocks van de gele piekharen van spuuglelijke Duitse en Engelse toeristes.

Ik heb overigens nooit zo goed de aantrekkingskracht begrepen van Bob Marley. Het was een vieze luie ongewassen man die zijn vrouwen sloeg, zijn liedjes lijken allemaal of elkaar en ik vind dat hele gedoe rond die Heileselassie, die gekroonde pigmee uit Ethiopië, sowieso helemaal niks. En al dat geblow, dat kan niet goed zijn voor een mens, want je gaat er echt niet harder van werken. Van cocaïne wel, maar daar wil ik het een andere keer wel met je over hebben.

Pipo en de P-P-Parelridder
Had ik het al over hoeren gehad? Vooruit met de geit! Ik was twee keer op Cuba en ik vond het maar een treurig eiland, en toen ik er was regende en stormde het ook nog dat het een aard had. Ik zat dus al ’s bij het ontbijt aan de smerige koffie met redelijke rum, en van het een komt het ander. De hoeren dus. In mijn hotel had ik kennis gekregen aan twee Rotterdamse vrachtwagenchauffeurs die ik omdoopte tot Snuf en Snuitje, het beruchte criminelenduo (de voorlopers van Spic & Span) uit de onvolprezen kassakraker Pipo en de P-P-Parelridder. Ze hadden allebei een brommer gehuurd en we gingen de negorij exploreren, op zoek naar een ouderwetse betaalde pomper. De duisternis was inmiddels al gevallen, enkel uit de sigarendraaijerij kwam nog een vleugje licht. Daar stonden twee meisjes in avondkledij, laten we ze Patricia en Christina noemen.

Wij paaiden het olijke tweetal met wat dollargewapper en toen moesten we ze volgen, we gingen rechtstreeks de ghetto in. Voor een houten bouwval stopten we, Patricia nam Snuf mee naar binnen maar dat ging niet zonder slag of stoot want eerst moest de hele familie naar buiten worden gesleept, die lagen al op één oor namelijk. Snuf werd een beetje bang en ik moest ook mee naar binnen. Achter een vunzig gordijn stond een doorgezakt bed en Snuf begon aan zijn feestelijke pompert. Echter, Patricia had kennelijk net bonen gegeten want ze liet onafgebroken knerpende scheetjes, tot ongenoegen van Snuf. Daarna was ik aan de beurt, en gelukkig ben ik dol op bonen, zoals jij weet. In het kaarslicht zag ik versleten posters hangen van Ché en Fidel, en ik vond dat op de een of andere manier reuze opwindend. Misschien had Harry Mulisch hier ook wel liggen neuken, of een andere fellow traveller uit die geweldige jaren zestig.

Goed, inmiddels cirkelen de blushelikopters weer boven mijn hoofd, de halve Algarve staat in de brand dus denk maar niet dat ik een onbekommerd leven leid hier, hoor! No pasaran!

Ivo: Voordat ik begin met mijn nieuwsbulletin wil ik even kwijt dat jouw activiteiten in dat Portugese agrarisch wingewest een bron van zorg zijn. Om direct maar met de deur in huis te vallen, bij mij overheerst de angst dat je op kosten van de hardwerkende burger aan het recreëren bent en jouw revolutionaire verplichtingen aan je laars lapt. Dat gezegd hebbende, laat mij aftrappen met een opbeurend nieuwsfeit: Fidel Castro is dan wel niet dood of gestorven, maar zijn strategie om de arbeidersklasse te bevrijden wordt steeds ondoorgrondelijker. Hij verdiept zich in yoga, zo schreef hij afgelopen week in de Granma (Reflexiones del Compañero Fidel). El Comandante is misschien wat korter van stof geworden – zijn bijdrage telde slechts 35 woorden – maar de oude bok blijft de moeite nemen om ons te vertellen wat hem bezig houdt.

Socialistisch Jongerenkamp in Santa Clara
Jij weet sinds onze tijd in het Socialistische Jongerenkamp in Santa Clara donders goed dat een toespraak houden voor Fidel hetzelfde is als het strikken van schoenveters voor gewone stervelingen. Herinner je nog zijn eerste toespraak voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, in 1960? Volgens protocol mag een toespraak rond de vijf à tien minuten duren, maar Castro sprak vier-en-een-half uur. En iedereen maar stilzitten om geen diplomatiek schandaal te veroorzaken. Het schijnt dat er na zijn speech een lange rij voor de herentoiletten ontstond. De blazen van de regeringsvertegenwoordigers waren onverantwoord strak gespannen gelijk de kringspier van Sharon Dijksma daags na de jaarlijkse barbecue van de Tweede Kamer. Een gouden dag voor de incontinentie-industrie.

All inclusive
Het is weer komkommertijd. Zo berichtte de nieuwsbode uitgebreid over een Amerikaanse muts die van Cuba naar Florida wilde zwemmen – voor haar plezier of om de wereldvrede dichterbij te brengen, haar motief blijft mij duister. Het kwam mij niet over als iets dat vermelding verdient in de top vijftig van verstandige activiteiten van de mensheid. Tal van Cubanen hebben de afgelopen decennia geprobeerd om hun land te ontvluchten op amateuristische vlotjes en dat heeft de populatie witte haaien op de route naar Florida geen slecht gedaan. De muts is overigens niet opgegeten, wat nogmaals bewijst dat ook haaien een zekere vorm van gastronomische trots hebben, maar ze is halverwege gestopt. Omdat ze moe werd.

Toen ik nog in Cuba woonde vluchtte een windsurfer planksgewijs naar Miami. Hij vertrok vanuit Varadero, het bordkartonnen vakantieparadijs. Ben je daar wel eens geweest? Terwijl half Cuba droomt van een bestaan in het buitenland heeft het eiland een groeiende aantrekkingskracht op toeristen. Het Cubaanse Ministerie van Toerisme weert backpackers en richt zijn pijlen op de verveelde vinexpopulatie. Toeristen die bij vakantieboeren als D-Reizen informeren naar een land waar de mensen vreselijk arm zijn maar wel proper genoeg om, zonder gevaar door je medische verzekering te worden uitgesloten, seksueel uit te wonen. Nu kan het Cubaanse prijspeil niet concurreren tegen dat in Thailand of Gambia, tenzij ze kiezen voor zo’n all inclusive, bijvoorbeeld in Varadero. Dit is niet mijn favoriete bestemming. Als ik felbleke, in het roodverbrande vlees gesneden bikinilijnen wil zien ga ik wel naar Katwijk aan Zee.

Gratis!
Het strand is op zich best oké, maar volstrekt inwisselbaar met willekeurig welke andere subtropische bestemming. Henk en Ingrid (of Erwin en Karin, die worden nog wel eens over het hoofd gezien) kunnen hier net zoals in Pukhet, Cancún en Gran Canaria rustig hun tijd verdoen met rondhangen op het strand, sterke drank uit kokosnoten drinken en zich vergapen aan de voorbijscharrelende fauna. Het enige dat lafjes naar de couleur locale verwijst zijn de salsalessen naast het kinderbadje, waar ze in het gezelschap van verzuurde lotgenoten driftig het begrip ritme een nieuwe invulling geven voordat het besef neerdaalt dat ook zij het nooit zullen leren met dat debiele oranje bandje om hun pols. De elite, zeg maar zij die een IQ van boven kamertemperatuur hebben, nemen hun intrek in de hotelbar, waar alles “gratis” is. Het all-inclusive idee is uiteraard een feest voor de locals. Het is nu eenmaal niet waterdicht bij te houden of meneer Schumacher uit München op een avond nu twintig bier tot zich heeft genomen dan wel dertig (een verplichte bloedtest om driemaal daags het alcoholpromillage te meten zou op bezwaren van de WHO kunnen stuiten). De hotelmedewerkers hebben een dagtaak aan het verduisteren van drank en vreten. Natuurlijk heeft de hoteldirectie hier rekening mee gehouden en flink wat bewakers in dienst genomen. Niet dat het helpt, de bewakers eisen hun deel van de poet op waardoor er meer gesnaaid moet worden om iedereen tevreden te stellen.

Mijn boek Manto Negro, waarvoor de boekhandels aanstonds hun etalages zullen leegruimen en dat zoals je weet een Religieus Standaardwerk is, gaat vuistdiep in op de Cubaanse graaicultuur.

Wel amigo, ik ga onze vakantiefoto’s van laatst in Cartagena inplakken. Tenminste, als mijn pet er naar staat. Zoals je weet: las mejores promesas son esas que no hay que cumplir.

Beso grande… a la Batalla!