Binnenland

De Rechtszaak: Nepagenten lichten bejaarden op

14-02-2013 00:35

Ooit te maken gehad met politieagent Henk Steur? Of Derk Mulder? Sjoerd Vermeulen? Zo ja, controleer je bankrekening nog eens. Deze verzonnen namen zijn namelijk gebruikt door oplichters Hamid A. en Mourad A., zo stelde de officier van justitie in de strafzaak tegen de twee verdachten. Het tweetal zou zich als politieagent hebben voorgedaan toen zij ‘gewetenloos en voor eigen gewin bij alleenstaande bejaarden aanbelden’. Oplichting. En er is nog meer, want wat heeft Mourad A. met een schilderij van Herman Brood?

Pinnen maar

Tijdens de zomermaanden van 2012 stapelden de aangiftes zich bij de politie op. De echte politie, welteverstaan. Bejaarde slachtoffers vertelden afzonderlijk een zeer gelijkend verhaal.

Er werd thuis aangebeld door een man die zich veelal als agent Henk Steur voorstelde. Hij kwam de oudere persoon in kwestie vertellen dat hij of zij slachtoffer was geworden van skimmen, met als gevolg onbruikbaarheid van hun bankpas. Ze konden het best contact opnemen met een bankmedewerker, daar had Henk natuurlijk het telefoonnummer van. Deze ‘bankmedewerker’ was een medeverdachte die de pincode van de bejaarde probeerde te ontfutselen, vaak met succes. Vervolgens kwam een behulpzame koerier langs om de bankpas in een witte envelop te stoppen, drie kruisjes werden voor de vorm getekend en hup, pinnen maar.

‘Dat klopt’, bekent Mourad A. direct ter zitting. De openhartige verdachte wil alleen over zijn eigen daden spreken, niet over die van anderen. Hij heeft veel spijt. ‘Het was een noodkreet, ik had schulden. Maar dit zal me mijn leven achtervolgen. Ik heb die mensen zoveel verdriet gedaan, ik ga met pijn naar bed en ik sta met pijn op. Ik had niet verwacht dat de slachtoffers zoveel schade zouden lijden, ik ben tot op mijn botten geraakt.’

Geschokt

De schade van slachtoffers blijkt uit verklaringen die worden voorgelezen. Een vrouw van 88 durft niet meer naar buiten, een ander doet voor niemand de deur nog open. Ze lijden mentaal en fysiek onder de traumatische gebeurtenis, allen geschokt en zonder vertrouwen in de medemens. Eén slachtoffer woont niet meer thuis, maar zit in crisisopvang onder medisch psychische begeleiding.

‘Maar ik heb er niets mee te maken’, stelt Hamid A. koel. De twee verdachten nemen duidelijk een andere proceshouding in. ‘Geen enkele dag heb ik mij beziggehouden met deze werkwijze, ik heb nooit een bejaarde geld willen ontfutselen. Heb je mij dit ooit zien doen?’, is de vraag aan de officier van justitie.

Bewijs

Ja, dat mocht de aanklager in zijn requisitoir vertellen. Uit vele telefoongesprekken die, door het ter zitting aanwezige rechercheteam, getapt zijn blijkt dat de twee verdachten de oplichtingspraktijken hebben besproken. Ook zijn er foto’s gemaakt van de daadwerkelijke deurbezoeken en is op camerabeelden bij pinautomaten te zien dat zij geld opnamen met pinpassen van de slachtoffers.

Dat levert de verdachten een verdenking van oplichting op, of op z’n minst poging tot oplichting, -alsmede diefstal met een valse sleutel. Daarnaast worden beide heren verdacht van witwaspraktijken. In de woningen van de heren zijn namelijk dure horloges en -kleding gevonden, terwijl zij onvoldoende inkomsten hadden om dit te kunnen betalen.

Ook is Mourad A. nog twee keer luxe met vakantie gegaan. ‘Maar voor vijfhonderd euro zit je tegenwoordig all-inclusive in Egypte’, vertelt hij. En dan nog iets, er zou een schilderij van Herman Brood bij hem thuis hangen, hoe heeft hij dat betaald? Bijna hulpeloos antwoordt hij: ‘Mevrouw de rechter, dat is toch overduidelijk nep. Was het maar zo dat ik een echte Brood thuis had hangen.’

De eis

Concluderend stelt de officier van justitie dat de ontkenning van enige betrokkenheid door Hamid A. ‘potsierlijk’ en ‘ongeloofwaardig’ is. De eis, gebaseerd op jurisprudentie, is voor beide verdachten hetzelfde: vier jaar cel met aftrek van de zes maanden voorarrest. De openhartige opstelling van Mourad A. helpt hem niet, want ‘hij betuigt nu spijt, maar hij heeft lang gezwegen. Na zijn eerste daad van oplichting had hij al spijt moeten hebben. Maar hij ging ermee door.’

Geen sluitend bewijs

De advocate van Mourad A., mr. Schwab, betreurt de houding van de officier van justitie. ‘Als verdachten zwijgen tijdens een proces werkt dat vaak tegen ze, hopelijk neemt de rechtbank de manier waarop mijn client zich nu opstelt dan ook mee in haar oordeel.’ Mr. Schwab twijfelt aan bewijsstukken die de betrokkenheid van Mourad A. moeten aantonen, want er zouden meer daders bij de oplichting betrokken zijn, die ook de telefoons en iPad van haar client hebben gebruikt. ‘Zij lijken zo alle schuld in zijn schoenen geschoven te hebben.’

Mr. Koesveld, advocate van Hamid A., onderschrijft deze gedachte. Er zou door de ouderen een blond meisje, een Antilliaan en een man met Limburgs accent aan de deur zijn gesignaleerd. ‘En terwijl mijn client met vakantie was, bleven de aangiftes binnenstromen. Daar is geen verder onderzoek naar gedaan.’ Daarnaast vertonen de camerabeelden bij de pinautomaat misschien wel gelijkenissen met haar client, maar is er geen sluitend bewijs dat hij degene was die gepind heeft.

Ook zijn jas met een specifiek gat erin, die zowel op de beelden staat als bij hem thuis ligt, trekt mr. Koesveld als bewijsstuk in twijfel. ‘Het bewijs is niet sluitend, ik kan niet met zekerheid vaststellen dat het dezelfde jas is. De zaak hangt van suggesties aan elkaar.’

Witwassen

Over het witwassen zijn de advocaten het ook eens. Hoewel er naar de luxegoederen bij de heren thuis onderzoek is gedaan, zou niet geconstateerd zijn dat er eigenlijk veel neppe imitatie-artikelen bijzitten. Of kleding die bij een outlet is gekocht. Of producten die zijn aangeschaft in de periode dat beide heren normaal werk hadden. ‘Dat schilderij van Herman Brood, dat is niet eens onderzocht. Dan is witwassen toch wel erg kort door de bocht, nietwaar?’ sloot mr. Schwab af.

Het is inderdaad nog maar de vraag of witwassen bewezen kan worden. Maar ‘het plunderen van bankrekeningen van vaak alleenstaande, kwetsbare, afhankelijke bejaarden voor eigen financieel gewin’, zoals de officier van justitie het verwoordde, lijkt lastig te ontkennen. Bij het laatste woord van de verdachten gebeurde dat ook niet. Hamid A. zweeg en Mourad A. sprak nogmaals zijn grote spijt en verdriet uit. Ook belooft hij beterschap: ‘Ik volg nu in detentie een budgetteringscursus, zo leer ik beter met geld om te gaan.’ Tot slot was hij geschrokken van de eis en bang om zijn huis te verliezen. Dakloos, geen plek meer voor Herman Brood.

Over twee weken doet de rechtbank uitspraak.