Economie

Staat eigenaar 2 banken en 35 voetbalclubs

06-03-2013 17:19

De Europese Commissie onderzoekt de steun van de Nederlandse belastingbetaler aan onder andere voetbalclub PSV. De gemeente Eindhoven betaalde in 2011 48,4 miljoen euro voor de grond onder het stadion van PSV. Het topje van de ijsberg. De staat is niet alleen eigenaar van 2 banken maar ook zo’n 35 profvoetbalclubs. 

48,4 miljoen euro betaalde de gemeente Eindhoven voor een lapje grond onder een stadion. Best veel. De Groene Amsterdammer onderzocht in 2011 dat de Staat de daaraan voorafgaande 15 jaar in totaal meer dan 1 miljard euro aan voetbalclubs uitgaf. Nederland had een begrotingstekort. Toch?

PSV

Als u niet van voetbal houdt en uw belastingaangifte nog moet doen, leest u dan maar niet verder.

In 2009 bleek PSV de enige Eredivisieclub zonder staatssteun te zijn. Die eer zijn ze inmiddels verloren. De Eindhovense club ontving 48,4 miljoen voor een lapje grond en kocht in dezelfde periode Luciano Narsingh voor 4,1 miljoen. ‘Uit een ander potje’, dat wel.

Vastgoed truc

Op het moment dat een club in geldnood zit is een favoriete truc van clubs en gemeenten om het stadion van de club aan de gemeente ter verkopen en vervolgens weer te verhuren aan de club. NEC haalt daar in 2003 12 miljoen euro mee binnen. NAC Breda verkocht zijn stadion voor 15,7 miljoen en voor Willem II leverde een stadionverkoop 15 miljoen op.

Ook de Amsterdam Arena is voor 48 procent van de aandelen ter waarde van in totaal circa 32,7 miljoen euro eigendom van de gemeente Amsterdam. Het stadion wordt weliswaar multifunctioneel gebruikt. Maar zonder voetbalclub zou een stadion een vrij waardeloos bak stenen zijn. Een leuke vastgoedtruc van de clubs dus.

Lening

Een vastgoedtrucje is tot daar aan toe maar een ordinaire lening gaat nog wel een stapje verder. 20 miljoen euro haalde FC Twente er in 2007 mee binnen. Kost een paar centen, maar dan heb je ook wat.

Voor een totaal aan 70 miljoen euro leende gemeenten aan voetbalclubs. Leningen waar banken liever niet aan beginnen ontdekte de Groene destijds. Een voetbalclub geld lenen staat bij banken bekend als een junk bond: een zeer risicovolle lening. Een Griekse staatsobligatie is veiliger. Daar krijg je vijftien procent rente voor, voor een junk bond van een voetbalclub tussen de vier en zeven procent.

Op een lening zou de gemeente in beginsel geld moeten verdienen. Als een lening wordt kwijtgescholden, ADO Den Haag (6,3 miljoen) en Vitesse (6,5 miljoen), is dat voordeel ook wel weg.

Voetbalfans

Een gemeente durft zijn clubs niet failliet te laten gaan. Raadsvergaderingen zijn zelden zo druk bezocht als wanneer de gemeente een voetbalclub moet redden. Een groep geëmotioneerde voetbalfans is niet de makkelijkste groep mensen om tegen te spreken.

Om een verbouwd gemeentehuis te voorkomen komt er maar weer nieuwe staatssteun. En een club failliet laten gaan waar je net een stadion aan hebt verkocht, levert een gat op in je begroting. Ook geen optie.

Too-big-to-fail

Een gemeente kan en wil dus niet van zijn voetbalclub af en een voetbalclub kan en wil niet van zijn staatssuikeroom af. Zo houdt men elkaar lekker in gijzeling. Een Nederlandse voetbalclub is kennelijk ook too-big-to-fail. Waar kennen we dat ook weer van?

Een poging de financiën van voetbalclubs gezonder te maken, lijkt voorlopig een wassen neus. Het voetbal en de bankensector hebben één ding met elkaar gemeen. Het zijn allebei twee financieel zieke systemen die niet failliet kunnen. Op kosten van een overheid die volgend jaar 4 tot 5 miljard extra moet bezuinigen.