Media & TV

Weekendinterview: Jandino Asporaat vecht tegen KFC-verslaving

20-04-2013 12:30

Jandino Asporaat is zondagavond weer te zien met De Dino Show. De cabaretier uit Curaçao is nog steeds verbaasd over zijn succes. Niettemin verlangt hij soms terug naar de tijd dat hij als sloper in een busje met Polen door Nederland reed. ‘Je had niks, maar je wist dat je niks had’, zegt hij in het grote weekendinterview.

Op het paarse trainingspak van Jandino Asporaat zit een kattenhaar. ‘Niet echt gangsterstijl’, zegt hij net iets te hard in het Rotterdamse café Stroom. Achter de verslaggever en de tv-komediant barsten twee meisjes in giechelen uit. Ze wijzen op zichzelf. ‘Fans hier’, zwaaien ze.

Gaat het nog een beetje met al die aandacht?
‘Ja, maar het verandert wel.’

Hoe moeilijk is het om andere vrouwen te weerstaan?
‘Gaat goed hoor. Ik ben al zestien jaar bij Shirley.’

Nooit verliefd op een ander geweest?
‘Nee, en voor de seks hoef ik het niet te doen. Het is allemaal tijdelijk hè, wat ik doe. Dat besef ik.’ Denkt nog even langer na: ‘En ook als de seks niet goed zou zijn, zou het nog geen reden zijn.’

Er gaan racistische cliché’s over zwarte mannen.
‘Man, witte mannen zijn net zo erg, maar die praten er niet over. Dat is het verschil’. Kijkt heel serieus als hij dit zegt.

Je bent nu een Echte Bekende Nederlander. De Dino Show scoort goede cijfers. De opnames worden drukbezocht.
‘Ik weet niet wat het ineens is. De kaartverkoop voor de opnames van De Dino Show – elke week 350 man publiek – waren in een paar minuten uitverkocht. Vroeger moest je tweets versturen. Dat is nu niet eens nodig, wat best jammer is. Nu reageren mensen: ‘Hey, ik wil ook komen! Waarom zijn er geen toegangsbewijzen meer?”

Vreet dat aan je?
‘Soms wel ja. Het is anders dan een paar jaar geleden. Vroeger ging ik lachend met iedereen op de foto, en nog steeds hoor, maar het begint wel extreme vormen aan te nemen. Als ik zit te eten, dan schuiven er tegenwoordig al mensen aan. Die zeggen dan: ‘Hey, ik zie dat je zit te eten, maar mogen we even…’ Ja, dat wil ik eigenlijk niet.’

Je gaat toch geen spatjes krijgen.
‘Nee, ik weet waar ik vandaan kom.’

Ja, van een slaapplaats op de grond bij je oma in Curaçao.
‘Ik ben niks gewend dus met blij met alles. Sterker nog: ik zou zo weer terugkunnen. Soms verlang ik er zelfs terug naar die tijd.’

Naar de tijd dat je sloper was en met dronken Polen in een busje door het land reed op weg naar klussen?
‘Ja, je wist wat je had. Niet veel. Maar je wist dat je niets had. Voor mijn vrouw is dat nog steeds een romantisch ideaal. Een rijtjeshuis en een negen tot vijf baantje. Dat gaat natuurlijk niet gebeuren, maar ik snap de gevoelens wel. Die heb ik ook.’

Je zou weer als uitzendkracht elektriciteit willen aanleggen om je vakantie naar Salou te betalen, zoals je deed na je VMBO-opleiding?
‘Ha, je doelt op dat huizenblok in Capelle aan de IJssel waar ik de stroom met opzet verkeerd aanlegde, omdat mijn collega, die er wel verstand van had, op vakantie ging, en ik nog twee weken alleen door moest.’

Ja, ooit nog wat gehoord van die opzettelijke vorm van sabotage?
‘Nee, het is verjaard.’

(Jandino Asporaat dwaalde zo’n vijftien jaar geleden twee weken in een flatcomplex in Capelle aan den IJssel rond, waar hij lukraak afgeknipte draadjespuntjes in de kleuren, blauw, bruin en witte in de muur stopte om vervolgens twee weken lang niets te doen).

Waar komt die hang naar regelmaat vandaan?
‘Dat weet ik niet. Ik vond 80 man publiek in De Paradiso ook goed hoor. Daar had het bij mogen blijven. Toen ik op een dag in de grote zaal moest optreden dacht ik ineens: okee, dan doen we dat, maar ik heb er niet naar gestreefd.’

jandino2

Wat zeg je nu? Dat je tevreden bent?
‘Ik kan zo weer terug naar de flat in Rotterdam Lombardijen waar ik woonde met Shirley. Toen ik begon verdiende ik 480 euro en Shirley 1500 euro. We hadden een huisje en we waren toen ook  gelukkig. Ik kan je met recht zeggen: geld maakt niet gelukkig.’

Kom op, financiële onafhankelijkheid is toch fijn.
‘Ik zal je wat zeggen: als ik klussen alleen voor geld doe, stop ik. Ik kan tegenwoordig steeds beter ‘nee’ zeggen. Vroeger was ik blij dat ik 50 euro kreeg voor werk dat ik normaal gesproken ook gratis had willen doen. Toen zei ik altijd ja, omdat ik bang was dat ze me niet meer zouden vragen. Ik zeg tegenwoordig wel eens nee tegen geld omdat het niet om mij draait. Ze moeten wel een kaartje voor mij kopen. Dus laat ik sommige lucratieve klussen lopen. Een recente aanbieding om voor een businessclub te verschijnen heb ik geweigerd, omdat ik daar niks mee heb.’

Om hoeveel ging het?
‘Sommige mensen moeten daar maanden voor werken.’

Hoeveel?
‘Ik haat over bedragen praten.’

Tienduizend?
‘Nou wel ietsje meer.’

Je bent niet goed snik. Wat zegt je vrouw daarvan?
‘Die steunt me. Ze weet dat ik het alleen doe als ik het leuk vind. Ik moet kunnen lachen, dat is mijn criterium. Als je geen lol hebt, dan moet je het niet doen. Met Gerard Joling neem ik nu een  nummer op, terwijl mensen daarvan zeggen: ‘Waarom Gerard Joling?’ Waarom niet? Met die man kan ik lachen.’

Het klinkt alsof je het zwaar hebt.
‘Haha. Natuurlijk heb ik het niet echt zwaar, maar er komt ineens zoveel op me af. Ik voel me verantwoordelijk. Voor het publiek, dat geen kaartjes meer kan kopen, omdat de shows zijn uitverkocht, voor mijn vrouw en kind, voor mijn familie.’

Trekt succes verkeerde types aan?
‘Ik merk dat mensen anders met je omgaan. In een café wachten ze bijna altijd tot ik de rekening pak. Je leent geld uit en weet dat je het niet terugkrijgt, soms wel duizenden euro’s. Dat doe ik niet meer.’

Waar zijn de echte vrienden?
‘Die heb ik nog wel, maar soms gaan ze ook met je om met andere redenen. Sta je in het café en komt er ineens een zogenaamde kennis van mij aan met een wildvreemde. Die kennis stelt mij dan voor aan die persoon in de hoop dat het ook een beetje op hem afstraalt. Het lijkt erop dat je pas bestaat wie je bent als anderen je kennen. Maar ze kennen je niet. Het wordt dan een steeds eenzamer beroep.’

De tol van de roem, meneer Asporaat.
‘Daar heb ik dus moeite mee. De weg naar succes is vaak leuker dan het bereiken van je doel. Mijn eerste tv optreden was op een zondagmiddag om vier uur. Man, ik was dolblij.’

Het wordt tijd dat jij de zaterdagavond opeist en Paul de Leeuw vervangt.
‘Ik zit goed op zondagavond. Als je weet waar ik vandaan kom, dan is op televisie komen al fantastisch.’

Zaterdagavond is Champions League.
‘Zo denk ik helemaal niet. Ik weet dat het ook weer stopt. God heeft me dit talent gegeven, maar het is eindig. Dat besef ik, ook omdat het nergens over gaat. Op een gegeven moment is het over, dan moet je stoppen, net als iedereen, net als de verpleger, net als dokter, net als de roadtripmeneer. Tussen door kan ik alleen maar genieten.’

jandino3

 

 

En dit is niet eens valse bescheidenheid?
‘De weg naar een optreden is vaak het leukst. Try-outs zijn voor mij het summum. Kun je buiten het kader opereren. Vaak heb ik dan niet eens een uitgewerkt plan en begin ik gewoon met een vraag. Dan ga ik dood, maar ik vertrouw ook op mijn authenticiteit. Als je gewoon oprecht blijft, voelt het publiek dat. In New York, in een comedyclub, mocht ik eens acht minuten vullen, maar ik had geen repertoire en mijn Engels is ook van een fantastisch steenkolenniveau. Dus ik loop het podium op en zeg: ‘Ik word vader en ik weet het niet.’ Die laatste drie woorden kwamen eruit alsof ik het echt niet wist. Een dikke lach, volgde. Ja, is dat een basis waarop je verder kan.’

De uitkomst is nooit interessant.
‘De weg naar succes toe is veel interessanter. Dat is ook met geld verdienen. Toen ik niks had was ik ook blij. Nadat het beter met me ging heb ik ooit een vleugel gekocht, want dat leek me een typisch hebbedingetje voor een artiest. Iets wat ik altijd al wilde. Mijn vrouw zei nog: ‘Waarom?’

En wat zei jij?
”Hey, ik werk er hard voor.’ Ze had natuurlijk gelijk.’

En nu staat die vleugel onaangeroerd in een kamer?
Lacht betrapt: ‘Te weinig speel ik erop. Af en toe maak ik een liedje, maar ik heb hem eigenlijk niet nodig, Als ik vleugel wil spelen kan ik ook naar een bibliotheek gaan of naar een studio. Mijn zoontje speelt er nu op.’

Ooit had je een piano die je had meegenomen uit het jonkhonk waar je schnabbelde in je beginjaren.
‘Die heb ik met mijn eigen handen wit geschilderd en met mijn eigen handen naar binnengetakeld. Dat was een oude, maar die was wel echt van mij.’

Hoe erg is luxe in ons leven?
‘Als het er niet is, is dat prima. Mijn zoontje heeft gordijntjes voor zijn ramen. Hij heeft een komode.’

Euh, dat is toch geen luxe?
‘In Curaçao word je op de bank verschoond.’ Kijkt even: ‘Waar anders?’

Wat vond je ervan toen sommige mensen je op Twitter kanker toewensten en een kogel door je wilden jagen, omdat ze vonden dat je geen humor had?
‘Dat is de vrijheid die mensen zich permitteren. Ze denken: ik kan dat gewoon zeggen.’

Je zette eens een digitale achtervolging in bij een persoon die jou ervan beschuldigde een groot hoofd en grote tanden te hebben.
‘Via Hyves kwam ik achter het adres. Bleek ze een meisje met een bril en pukkels. Oh gelukkig, kind, jij hebt ook problemen, dacht ik.’

Achter de computers komt de haat vrij.
‘Mensen tikken het op zonder te beseffen wat ze zeggen. Ook hele fatsoenlijk mensen soms. Begrijp ik niks van, het venijn tegen Bekende Mensen. Waarom zou ik iets zeggen als ik jou niet ken. Ik zag laatst een tweet van een vrouw die opriep om Cristiano Ronaldo een kopstoot te geven, want ze wilde wel eens zien hoe hij zou ogen met een band om zijn hoofd. Dus, ik klik op dat account is het een van die Olympische zwemsters.’

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Was het die lieve Ranomi?
‘Nee, niet die, maar ik dacht wel: dus je bent een meisje en een bekend persoon, waarom zeg je zoiets naars? Twitter en Facebook halen zoveel emotie weg, want het is zó direct. Tijdens de show, zie ik mensen zo (houdt een denkbeeldig mobieltje voor zijn gezicht) filmen. Ze kijken niet naar de show, zij kijken door een camera naar de show. Als ik thuiskom, lees ik op Twitter dat mensen tijdens de show, schrijven: ‘Jongens, ik ben bij Jandino.’ Dat hadden wij vroeger niet. Je had gewoon je straat, en daar was een pleintje,en dat was het. Dan belde je aan en vroeg je: ‘ Mevrouw, is Jasper thuis om te spelen?’ Je wereld was kleiner, Nu is alles zo groot en moet je alles oppakken. Je bestaat pas als andere mensen weten wie je bent. Terwijl je eigenlijk pas bestaat als jij weet wie je eigenlijk zelf bent.’

Dat klinkt naar cultuurpessimisme.
‘Kinderen hebben zoveel. Apparaten. Spullen. Ze komen niet meer buiten.’

Hoe hou jij de boel bij elkaar dan?
‘Met mijn familie eten we elke zondag samen. Dat hebben we afgesproken. Komen mijn drie broers met hun vriendinnen en mijn zusje bij mijn moeder. En dan praten we, Ja, waarover? Mijn moeder wel steeds meer over vroeger’, grinnikt hij.
Doet een bekentenis: ‘Als ik mijn broer bel, zeg ik altijd dat ik van hem hou. Dat hebben we zo afgesproken. Na elk telefoongesprek, eindigen we met dat te zeggen: ik hou van je.’

Simpele waarheden.
‘Ja, maar dat moet je wel afspreken. Dat je dat tegen elkaar zegt. En ik wil dat mijn zoon op pianoles gaat. Dat vind ik belangrijk.’

Bij jou schijnt altijd de zon. Zelden haal je uit naar collega’s.
‘Als ik iets van iemand vindt, dan zeg ik het wel in zijn gezicht.’

Je bent nooit eens lekker vals, en doet ook nooit mensen na. Waarom niet?
‘Ik vertel een verhaaltje ja. Situaties uit het leven. Bij mij kun je ook geen grap navertellen.’

Maak je zwarte humor in de traditie van Eddy Murphy, je grote held?
Gein trappen om menselijke situaties. Preken doe ik niet. Ik begin eigenlijk gewoon te vertellen wat ik meemaak.’

In de nieuwe Dino Show-serie ga je iets maatschappelijker te werk. Je hebt een nieuwe sketch bedacht waarin je samen met een lilliputter figureert.
‘We zijn twee hele vervelende Stadswachters. Sowieso zijn alle stadswachters… Eh… Lastig’

Waarom een lilliputter?
‘Het effect is grappig. We zijn een tweeling. Die kleine is bezig met seks, en die grote is alleen maar bezig met macht en het uitvoeren van het beleid. Even dacht ik: ik ga het zelf spelen, die lilliputter, maar dat vond ik makkelijk. We gaan ook geen grappen maken over kleine mensen. Vroeger dachten ze dat ik een lilliputter was.’

Je was een lilliputter?
‘Lang tijd ben ik heel klein gebleven. Pas later ben ik gaan groeien.’

Komen we op de enige vraag die er echt toe doet: hoeveel kip eet je?
‘Teveel. Ik moet minderen.’

Omdat je in De Dino Show nogal levensecht sketches naspeelt uit een Kentucky Fried Chicken zaak in de serie FC Kip.
‘Mijn sixpack gaat eraan. Echt, ik merk het. De beste Kentucky Fried Chicken zit trouwens in Barendrecht.’

Maakt dat nog wat uit dan? Die KFC smaakt toch overal hetzelfde?
‘Nee, die in Barendrecht is de beste. Ik kwam daar minstens drie keer per week, maar ik moet er echt mee stoppen.’ Slaat op zijn buik. ‘Op een zeker moment gaat het er niet meer af.’

Dit interview stond eerder in Nieuwe Revu.