Politiek

Eurofiele schrijver wil nationale belangen én de democratie in de ban doen

03-07-2013 10:50

De bekende Oostenrijkse schrijver Robert Menasse huurde een appartement in Brussel om zich te verdiepen in de Europese Unie. Hij wilde een roman schrijven waarin de Europese Unie een belangrijke rol zou gaan spelen, en dus wilde hij met eigen ogen zien hoe het er in Europa aan toe gaat. Menasse kwam als een ware Eurofiel terug: Europa is vele malen mooier en beter dan hij ooit had durven denken. Hij schreef er het essay De Europese Koerier over. 

Wat leerde Menasse tijdens zijn Brusselse verblijf? De Europese Commissie blijkt een open en transparante instelling te zijn, waar alle deuren zich vanzelf openen en alle vragen naar tevredenheid worden beantwoord. De instellingen zijn relatief klein, zuinig en goedkoop. De Brusselse ambtenaren hebben zin in hun werk en proberen dat werk zo goed mogelijk te doen. Veel van deze observaties kloppen, ook al gaan ze tegen de populaire consensus over Europa in. De vraag is wel: welke conclusies trekt Menasse uit die observaties?

Europese Raad

Het grote kwaad zit volgens Menasse in de lidstaten die verdere integratie tegenhouden en niet in de Europese instellingen die stappen richting een federatie willen zetten. Menasse is voorstander van de Europese Commissie en het Europees Parlement, maar wil de Europese Raad afschaffen, de instelling waarin landen door een nationale bril naar Europees beleid kijken. Eurosceptici als Geert Wilders willen het tegenovergestelde: zij willen van het eurofiele Europees Parlement af. Voor hen is de Europese Raad juist de laatste reddingsboei die voorkomt dat Europa een federatie wordt.

Menasse noemt de Europese Raad niet democratisch gelegitimeerd omdat burgers bij nationale verkiezingen niet hebben aangegeven of ze vinden dat een bepaalde politicus in staat is supranationale beslissingen te nemen (p.39). Dat klopt, maar Menasse verzwijgt dat burgers helemaal geen invloed hebben op de samenstelling van de hem zo geliefde Europese Commissie. Ook vergeet hij dat burgers bij het volgens hem fantastische Europees Parlement in de praktijk vrijwel altijd pro-Europese Europarlementariërs krijgen terwijl ze daar niet altijd om vragen.

Nationale belangen

Dat maakt allemaal niet uit. Menasse vindt dat nationale belangen niet bestaan en eigenlijk alleen maar blijk geven van egoïsme. Er zijn immers ‘belangen van de meerderheid’ (p.56). Dat er geen sterke democratische structuur is op dat hogere Europese niveau, is volgens Menasse niet zo’n probleem, want deze kan nog steeds evolueren naar ‘een nieuwe democratie’. Het enige wat daarvoor nodig is, is dat de lidstaten een toontje lager gaan zingen. Geen woord over hoe de democratie moet functioneren zolang deze ‘nieuwe democratie’ er nog niet is.

De belangrijkste vraag is wel: moeten burgers ook instemmen met deze ‘nieuwe democratie’, of moeten ze die gewoon accepteren omdat Europese elites het zo willen? Wat als de meerderheid van de burgers geen Europese federatie wil? En wat als de meerderheid denkt dat nationale belangen wel bestaan? Het antwoord is vermoedelijk dat die Europese federatie er dan toch moet komen. Menasse vindt namelijk ook dat het Europees Parlement niet ‘de stamtafel van de anti-Europeanen moet zijn’ (p.93). Burgers mogen van hem alleen boos worden op de Europese Raad die verdere Europese integratie tegenhoudt (p.95). Ze mogen de PVV kennelijk niet naar Brussel sturen.

Al met al hebben eurofielen met Menasse geen vijanden meer nodig. Als Geert Wilders de Europese verkiezingen van volgend jaar wil winnen, kan hij het beste reclame gaan maken voor dit boek.

Chris Aalberts is auteur van Achter de PVV: waarom burgers op Geert Wilders stemmen.