Bladen

Ode aan een Zomergast: Hans Teeuwen

31-07-2013 15:08

Onlangs vroeg de redactie van de Varagids aan mij of ik een ode aan Hans Teeuwen wilde schrijven. Dit voor hun reeks ‘ode aan de Zomergast’, met elke week een ode aan de Zomergasten-gast van die week. Onderstaande ode verscheen dan ook vorige week in de papieren Varagids (nummer 30) en nu dus hier online.

Ik ontmoette Hans Teeuwen voor het eerst in het theater, als toeschouwer bij één van zijn shows. Via een minirecensie in het magazine dat ik als CJP-houder elke maand kreeg thuisgestuurd, was ik hem op het spoor gekomen. ‘Opkomend talent’, stond er onder de afgedrukte speellijst van Hard & Zielig en ‘bij vlagen snoeiharde en grove show’.

Teeuwen was net begonnen aan een tournee met Hard & zielig, zijn eerste soloshow waarmee hij zou doorbreken. Het was in Theater de ReeHorst in Ede en de zaal was nog niet eens voor de helft gevuld. Toen Teeuwen achtereenvolgens een pauw en een tandartsboor imiteerde wist ik niet meer hoe ik het had en bij de imitatie van een espressoapparaat rolde ik uit mijn stoel.

Onbaatzuchtige beffer

Later tijdens diezelfde voorstelling ging hij in de zaal op zoek naar de ‘onbaatzuchtige beffer’ en kwam de technicus naast ons zitten. We zaten op de eerste rij, in de stiekeme hoop door de cabaretier te worden aangesproken. ‘Als hij zo bezig is kan het nog wel even duren,’ vertelde de technicus en begon een shagje te draaien. De eerste rij beledigen, zo bleek later, dat was oud cabaret. Hans Teeuwen, dat was geen gewoon cabaret, dat was voorbij het cabaret.

Wie Teeuwen op het podium bezig ziet, zou zweren dat hij de grappen uit zijn mouw schudt en het publiek al improviserend door de voorstelling trekt. Niets is minder waar. Teeuwen: ‘Bij elke voorstelling weet ik tot op de allerlaatste seconde wanneer ik wat ga doen. En nooit is een voorstelling achteraf helemaal perfect.’ Om dat te illustreren gebruikt hij altijd het voorbeeld van de sigaret die hij losjes opgooit en met zijn mond opvangt. Dat is op het podium nog nooit mislukt, de eerste keer is dan altijd raak. Maar thuis, relaxed op de bank hangend, is hem dat nog nooit in één keer gelukt. Meestal vangt hij dan die sigaret pas bij de vijfde of zesde poging met zijn mond op. ‘Concentratie. Daarom gaat het op ’t podium nooit mis. Pure focus’, verklaart hij dan. [Hij deed het ook tijdens de Zomergasten-uitzending trouwens, wat hem mislukte, dat opvangen met zijn mond bedoel ik. Dat roken is duidelijk wel gelukt, BB]

Reallife-cartoon van Gumbahh

Maar elke keer weer is daar, op dat podium, die enorme paniek. ‘Als je op het podium staat, slaat onverbiddelijk de paniek toe. Het is de kunst om daar iets mee te doen,’ heeft hij me vaak verteld. Niet dat ik het snap. Ik heb zijn talent niet en die ene keer per jaar dat ik op een podium sta – voor een zaaltje van 30 man waarvan de helft tijdens de lezing wegloopt – heb ik geen idee wat ik met die paniek moet.

Onlangs sprak Teeuwen mijn voicemail in: ‘Bert? Bert? Bert? Bertje? Bert? Bèhèèrt? Bert? Bert? Bert? Bert? Bert? Bèhèèrt? Bert Bert? Bert? Bertje?’ Hans ten voeten uit. Hij zou ook niets kunnen inspreken als hij mijn voicemailmelding hoort, maar wat is daar leuk aan? In het absurdistische universum van Teeuwen is niets er zomaar. Godzijdank. Je moet er niet aan denken dat het wel zo is: het zou een onvoorstelbare verspilling van talent zijn. Met dat talent creëert hij uit het niets telkens iets… iets dat zo vreemd, absurd en enigmatisch is dat hij sinds Hard & zielig al zijn zalen uitverkoopt. Meestal binnen een half uur tijd. In al die zalen zitten mensen die willen zien wat hij nu weer heeft bedacht, met twee theezakjes. Of met een sok over een hand en een Mars. Of met zijn eigen handen vanachter een doek dat wordt vastgehouden door twee toeschouwers die op het podium worden geroepen. Het is volstrekt onzegbaar hoe het precies werkt en de verbeelding tot stand komt, maar het werkt. Altijd weer. Twee theezakjes blijken voldoende voor een variété-act, een sok over zijn hand is een pop die al zingend een Mars eet, twee handen achter een doek zijn Bertje en Henk die elkaar van achteren nemen. Het universum van Hans Teeuwen is een reallife-cartoon van Gumbahh, niet geheel toevallig ook een van zijn huisvrienden.

leven & lijden

Toch is het geen vermaak dat niets meer om het lijf heeft dan het trekken van volle zalen of het vullen van zijn zakken (een beschuldiging die aan hem kleeft sinds hij drie keer de Heineken Music Hall vol kreeg met zijn laatste show Spiksplinter). Teeuwen is geen clown, en beslist niet geëngageerd, maar een kunstenaar die uit het leven en lijden creëert. Noodzakelijkerwijs. Ten eerste omdat hij het leven zijn geheel eigen vorm wil geven en ten tweede omdat zijn talent hem daartoe dwingt. Daarom ook is dat talent evenveel een last als een gift. De laatste keer duurde het een goed jaar tot na zijn laatste voorstelling voordat alle pijn uit zijn botten en spieren was verdwenen, voordat elke nacht weer een goede nacht slaap was en elke depressie niets meer dan een lichte bewolking van voorbijgaande aard. Het is perfectionisme, concentratie, voortdurende focus die hem alle energie kost en tegelijk alles mogelijk maakt.

Voor wat het leven en lijden betreft: het leven is zoals het is, daarna is er de dood wat niets is, en dat was het. In de tussentijd moeten we er maar het beste van maken. Nihilisme als intellectueel antwoord, absurdisme als uitingsvorm. Het lijden is van zichzelf al absurd, even uitzichtloos als zorgeloos. Praat met Teeuwen over de dood van Theo van Gogh en er is te veel om te vertellen. Maar nooit klinkt er rancune in door, of verbittering. Zelfs geen woede. Het was goed zoals het was, maar de dood blijft onveranderlijk en onvermijdbaar. Nu weer voorwaarts.

Vrienden

Onlangs verloor ik een oude vriend aan kanker. Hij werd 38 jaar. Na een avond mijn verdriet verdrinken belde ik Teeuwen om twee uur ’s nachts. Ik wist dat ik als vanzelfsprekend bij hem terecht kon. We dronken op de verloren vrienden in ons leven. Vrienden bij wie je altijd terecht kunt om het glas te heffen op de doden zijn de besten. Het zijn die momenten waaraan je een vriendschap herkent. Zoals die keer dat ik ziek was en hij me sms’te: ‘Als je iets nodig hebt: tijd en geld is er hier in overvloed’.
Zorgen, verdriet en woede zijn bij Teeuwen nooit de ondertoon. Net als schaamte en eenzaamheid dat nooit zijn. Het gaat om humor en natuurlijk gezelligheid (hij blijft een Brabander). Er zijn dan ook nooit te veel vrienden en iedereen kan dag en nacht bij hem terecht – nuchter of strontlazarus.

Maar altijd weer, op elk moment, is er de grap. De relativerende humor waarmee Teeuwen altijd wegkomt. Zo kan hij spontaan de ober uit gaan hangen in een restaurant. Mensen kijken dan naar hem en denken in hun ober de bekende cabaretier te herkennen, maar de twijfel doet ze besluiten toch maar te doen alsof ze de echte ober voor zich hebben. Of hij verzamelt op je tafel alle peper- en zoutvaatjes en alle bierviltjes, alle koffiekopjes, en steekt met het kaarsje de suikerzakjes in de fik om vervolgens de ober te roepen met de mededeling dat er brand is. Ik zit er bij en schaam me kapot, maar juist dat maakt het om van mijn stoel te glijden van het lachen.

Imitatie

Omdat ik een merkwaardig stemgeluid heb, is dat door elke cabaretier gemakkelijk te imiteren, al helemaal door Teeuwen. Het is al meerdere keren gebeurd dat ik op een toilet zat en vanuit de kroeg of de huiskamer mijzelf ineens daar hoorde praten, waarop de gasten een schaterlach uit het toilet hoorden komen.

Ooit kocht ik samen met Teeuwen in Amsterdam een wifirouter zodat hij thuis sneller kon internetten. Die router werd meegegeven in een plastic rugtasje. Dat tasje ging dus op zijn rug en in de tram van het Leidseplein naar het Centraal Station zong hij gedurende de hele route: ‘Ik heb een router op mijn rug, ik heb een router op mijn rug, ik heb een router op mijn rug!’. Nog nooit was een tramrit voor de nietsvermoedende passagiers zo amusant en bij het station ging hij met mensen op de foto die ook uit Brabant bleken te komen.

Gezelligheid boven alles

Ooit vroeg ik hem: ‘Waarom ken jij toch zo weinig schaamte?’ Hij zei: ‘Ik schaam mij zo erg dat ik niet anders kan dan die schaamte zo hard overschreeuwen dat ik geen schaamte meer voel’. Daar zit wat in. Het is hetzelfde als iets kunnen creëren met de paniek op een podium voor een volle zaal. Je moet daar het talent voor hebben. Of de lef.

Boven alles wil Teeuwen één ding: gezelligheid. Keten. Lol. Lachen. Genieten van het moment. Genieten van het applaus. Genieten van de zinderende opwinding na een voorstelling om de volgende dag tegen een nieuwe voorstelling op te zien. Als een uitdaging die wordt beloond met tevredenheid, om het daarna opnieuw te kunnen beleven. Zoals het leven zelf is eigenlijk. Weinig bijzonders en voorspelbaar met een onverbiddelijk einde. Maar wel leuk.

Meer odes aan de Zomergasten in de Varagids:

Zondag 4 augustus
Nelleke Noordervliet, auteur.
Volgens Jos Palm, journalist en radiopresentator OVT (waar Noordervliet columnist is).

Zondag 11 augustus
Beatrice de Graaf, hoogleraar conflict en veiligheid.
Volgens Ko Colijn, journalist en directeur van Instituut Clingendael.

Zondag 18 augustus
Johan Simons, theaterregisseur.
Volgens Halina Reijn, schrijver/actrice, werkte met Simons aan Dantons dood.

Zondag 25 augustus
Wouter Bos, bestuursvoorzitter VU Medisch Centrum, voormalig politicus.
Volgens Max van Weezel, journalist en politicoloog.

Zondag 1 september
Daan Roosegaarde, kunstenaar en ontwerper.
Volgens Ron Kaal, journalist, publiceert over kunst en design.