Politiek

Jonge Socialisten: ‘Rehwinkel moet PvdA-lidmaatschap opzeggen’

09-10-2013 13:06

Burgemeester Peter Rehwinkel (PvdA) van Groningen gaat, ondanks forse kritiek van onder meer de Groningse gemeenteraad, gewoon gebruik maken van zijn wachtgeld. Rehwinkel besloot onlangs zelf per 1 november zijn functie neer te leggen en vrijwilligerswerk te gaan doen in Spanje. Volgens Toon Geenen, voorzitter van de Jonge Socialisten(JS), strookt dat niet met de opvattingen van de partij.

Statement uit Groningen

De JS Groningen kwam vanmorgen met het statement dat Rehwinkel zou  moeten afzien van zijn wachtgeld én zijn PvdA-lidmaatschap. Geenen is het daarmee eens. “Hun argumenten zijn terecht. Hij gaat zelf weg als burgemeester van Groningen en gaat in zijn nieuwe functie niets doen waar de stad iets aan heeft. De regeling is bedoeld voor mensen die plotseling geen werk meer hebben, niet voor mensen die zelf opstappen. Het strookt dan ook totaal niet met het sociaaldemocratisch denken en dus zijn wij het eens met de JS Groningen dat Rehwinkel zijn PvdA-lidmaatschap beter kan opzeggen.”

Het burgemeesterschap wordt gezien als een risicovol beroep en vandaar ook dat Rehwinkel in aanmerking komt voor de regeling. Als het aan Geenen ligt wordt het wachtgeld überhaupt afgeschaft. “Waarom kunnen burgemeesters of Kamerleden niet net als andere mensen gewoon in de WW terechtkomen? Er zijn volgens mij tegenwoordig wel meer mensen die het risico lopen hun baan kwijt te raken.”

De wereld op zijn kop

De zaak Van der Roest noemt Geenen “de overtreffende trap”. Van der Roest stapte gisteren op als raadslid van de gemeente Utrecht, nadat bekend werd dat hij de plaatselijke daklozenkrant voor tienduizenden euro’s had besodemieterd. “Een kind van zes jaar oud snapt nog dat je zoiets écht niet kan maken, en al helemáál niet als PvdA-lid. Het is goed dat hij is opgestapt, maar als ik dan hoor dat hij van publiek geld zijn schuld wil aflossen… Dat is de wereld op zijn kop.”

“Ik kan enkel zeggen dat als ik in zijn positie zou staan, ik me kapot zou schamen en zéker geen aanspraak zou willen maken op het wachtgeld.”