Dallas Buyers Club heeft z’n waarde bewezen

31-01-2014 18:07

De dokters zetten hun mondkapjes op wanneer ze de kille ziekenhuiskamer betreden. Ze hebben slecht nieuws voor de man die daar op hen zit te wachten. De man, rodeorijder en elektricien Ron Woodroof (Matthew McConaughey), is namelijk besmet met hiv. En aangezien dit het Amerika van de jaren ’80 is, meer exact het Texas van de jaren ’80, staat dat gelijk aan een doodvonnis. Dertig dagen heeft hij nog. Maar daar denkt hij zelf anders over. “Ain’t nothing out there that can kill Ron Woodroof in thirty days.”

Met Dallas Buyers Club portretteert Jean-Michel Vallée de aidsepidemie van de jaren ’70 en ’80. Medicatie was er niet en over de oorzaak was nog weinig bekend. In de volksmond was aids een homoziekte. In de openingsscène zien we dat Ron Woodroof seks heeft met een paar vrouwen, maar voortdurend door een schutting heen naar een rodeorijder kijkt. Is hij een ontkennend homoseksueel? Biseksueel? Of is het slechts het ongetemde van het schouwspel dat hem opwindt? Vallée laat het bewust in het midden.

De homofobie is daarentegen onbetwistbaar. Zowel bij Ron als zijn omgeving. Wanneer hij de diagnose krijgt, is hij ervan overtuigd dat het ziekenhuis een fout heeft gemaakt met zijn bloedtest, “cause I ain’t no fucking faggot”. Wie voorheen zijn vrienden waren bespotten hem nu en deinzen terug voor zijn nabijheid. In die fase van de film maakt Vallée goed duidelijk hoezeer aidspatiënten als paria’s werden gezien en hoe groot de angst voor besmetting was, die, zo dacht men, al kon plaatsvinden door het aanraken van een homoseksueel.

Lees verder op FilmpjeKijken.com >>>