Wat ik wil worden?

29-03-2014 17:00

Vroeger wilde ik voetballer worden. Omdat ik zo kon genieten als ik keek naar die balsport. De beleving. De emotie. Geweldig! Stiekem heb ik tot mijn twaalfde gelooft in een carrière in de voetballerij. helaas stond mijn spel gelijk aan huilen met de pet op.

Fysiotherapeut

Ik was pas dertien, maar wist het zeker: ik ben een sporter. Zonder motivatie. Dus fysiotherapie voelde als mijn nieuwe roeping. Wat het precies inhield? Iets met spieren. En therapie geven. Na maanden hoorde ik iemand zeggen: “Fysiotherapie kun je volgen in Groningen, maar daar kun je niet heen met een mavo-diploma. Dan moet je eerst de havo halen.”

Havo klonk als leren en leren klonk – toen in ieder geval – heel erg saai dus zonder nog enig geloof in mijn ‘roeping’ liet ik een carrière als fysiotherapeut vallen. Een vmbo-leerling die het schooltraject normaal aflegt, moet al op zijn vijftiende een studiekeuze maken. De tijd begon te dringen.

Studiekeuzestress?

Maar had ik last van de befaamde studiekeuzestress? Nee. Ik bleef kalm en bekeek mijn keuzes: naar de havo gaan of een mbo-opleiding uitkiezen. Moest ik iets kiezen wat leuk was om te doen of waar ik later echt iets aan zou hebben? Leraren, mentoren en decanen moedigde me aan om voor de havo te kiezen, maar in mijn hoofd had ik al weer een carrièreswitch gemaakt: filmregisseur. Een regisseur zoals Koolhoven en Terstall worden. Zoals Scorsese en Tarantino. Ik keek wel drie films per dag, analyseerde, las erover en probeerde ervan te leren. Mijn wens was toegelaten worden aan de filmacademie: daar kon ik leren mijn creatieve visie te vertalen naar beeld en geluid. Aangezien het een hbo-instelling is, besloot ik de Audio Visuele mbo-opleiding te volgen in Zwolle om een basis te vormen voor ‘De Academie’. Tussen de technische camerageeks en creatieve hipsters in Zwolle bleek het allemaal toch iets minder dan verwacht. Het camjowerk en de bedrijfsfilmpjes hadden voor mijn gevoel niets te maken met de Grote Mooie Filmwereld en na verschillende kijkjes in diezelfde filmwereld bleek het zelfs tegen te vallen. Het was, voor mijn gevoel, vooral een wereld van veel subsidie vragen en weinig creativiteit. Een aantal vrienden besloot wel door te gaan in de filmwereld, en waar ik normaal gezonde jaloezie zou voelen, was het nu vooral: “Liever jij dan ik.’’ 

Nog lang niet uitgeleerd

Wederom gaf ik een droom op, zoiets was niets voor mij. Ik besloot om de mbo-opleiding wel af te maken en met mijn diploma naar het hbo te gaan. Zonder enig beroep in mijn achterhoofd, maar met een hoop interesse begin ik na de zomer aan de opleiding communicatiemanagement in Utrecht, een brede opleiding die mij de tijd en ruimte geeft om na te denken over een geschikt beroep. Wat ik al eens eerder verkondigde is dat ik over twee jaar op de universiteit hoop te zitten. Weg van alle specialisatie en beroepsgerichtheid maar juist richting de kennis en het leren. Hoewel ik me nog hartstikke goed herinneren dat ik vijf jaar geleden leren totaal niet boeiend vond, voel ik me nu nog lang niet uit geleerd of uitgestudeerd.

Geen tijdverspilling

Het lijkt natuurlijk dat de jaren op het mbo tijdverspilling zijn maar ik heb juist heel veel geleerd vooral over mezelf. Wat ik wel wil en wat juist niet. Als iemand vraagt welke studie ik nu volg probeer ik het altijd in één adem te noemen met mijn vervolgstudie. De vraag wat ik wil worden, komt daar meestal gelijk achteraan. Een vraag die ik bijna altijd beantwoordde met een beroep dat ik tof vond, maar eigenlijk komt die vraag veel te vroeg. Het is voor velen onmogelijk om te weten wat je wilt worden als je tussen de acht en achttien jaar oud bent. Ik weet niet wat ik wil worden. Ik wil ook helemaal niet weten wat ik wil worden. Ik ben nog maar achttien jaar. Ik weet wat ik wil leren, waar mijn interesses en mogelijkheden liggen, welke capaciteiten ik bezit. Maar ik heb nog geen enkel idee wat ik wil worden. Dat beslis ik wel als ik later groot ben. 

Beeld: Eric Johansson