Moet ik de poep van Wilders ruimen?

15-04-2014 12:57

Daar stond hij en beloofde minder Marokkanen in Nederland te ‘regelen’. En na meer dan vijfduizend aangiftes beriep hij zich nijdig op vrijheid van meningsuiting. Ik was ook tegen zijn eerste proces, want het is altijd eng om iemand monddood te maken. Maar als immigrant vrees ik steeds meer voor mijn welzijn en geloof steeds meer dat slechts de rechter gerechtigheid kan brengen. Waarom? Omdat Wilders vals speelt. 

Wilders legt Nederland dubbele maten op. Hij eist voor anderen altijd minder vrijheid en minder rechten dan hij zichzelf gunt. Hij joelt ‘vrijheid van meningsuiting’ na zijn leuzen, maar dreigt om iedereen – die hem met Hitler vergelijkt – voor de rechter te slepen. Terwijl niemand hem met Hitler mag vergelijken, mag hij wel moslims voor fascisten uitmaken. Hij noemt de Koran Mein Kampf; hij roept dat er geen gematigde Islam bestaat maar slechts ‘islamofascisme’; hij roept in zijn film Fitna op om Europa van Islam te bevrijden, zoals men haar van nazisme en communisme bevrijdde.

Vrijheid van meningsuiting

Columnisten verdedigen zijn vrijheid van meningsuiting. Maar zij zijn blank en al generaties lang in Nederland. Zij vrezen geen seconde voor discriminatie. Zij vrezen niet voor deportatie. Zij vrezen niet voor burgeroorlog.

Zij maken dezelfde denkfout als Wilders. Zij delen de Nederlanders op in twee soorten: de burger met een lange Nederlandse stamboom en de nieuwere Nederlander. De stamboom-Nederlander heeft het extra superrecht om rechten van de nieuwere Nederlanders te ontnemen. Hij heeft het laatste woord, het vetorecht. Zijn rechten hebben voorrang op de rechten van de ‘allochtonen’.

Deze schrijvers zijn ook blind voor een ander fundamenteel recht: het recht op een rechter. Dit betekent dat elk mens het recht heeft om de staat of andere mensen voor de rechter te dagen (of aangifte te doen) als hij denkt dat zijn legitieme belangen worden geschonden. Dus Wilders heeft recht op het vrije woord, maar ik heb het recht op toegang tot recht. Zo simpel is het.

Wilders voert een oneerlijke strijd

De columnisten roepen dat we Wilders in een debat moeten bestrijden. In welk debat? In welk debat is Wilders bereid zijn stellingen te verdedigen en te onderbouwen? Toen GroenLinks-leider Bram van Ojik een Kamerdebat wilde, steigerde Wilders tegen dit ‘volksgericht’ en kreeg zijn zin. Alweer de dubbele standaard, want Wilders drukte zijn Marokkanendebat wel door de strot van de Kamer. Het lukt hem telkens het hoe, wat en in welk debat te dicteren.

Ik heb het recht op een eerlijk steekspel in elk debat dat over mijn gerechtvaardigde belangen gaat. Maar de strijd is ongelijk. Want de media geilen op elke kreet en elk krijsen van Wilders. Krijg ik ook elke dag ruimte in elke krant om zijn drogredenen te weerleggen? Nee. Dus slechts de rechter kan voor eerlijk spel zorgen.

Drogredenen

Wilders lapt de regels van het debat en van de argumentatieleer continu aan zijn laars. Hij strooit telkens met drogredenen of ad hominems. Ik zal drie voorbeelden geven.

1 In een interview met RTL Nieuws ging hij niet in op de argumenten van Hans Spekman, maar riep hij dat Spekman een schone trui moest dragen. Waarom is de trui van Spekman relevant? Volgens welke argumentatieregels heeft degene met de schoonste trui altijd gelijk?

2 De nieuwe Amerikaanse ambassadeur vond Wilders uitspraken over Marokkanen in strijd met de Nederlandse en Amerikaanse waarden. Wilders speelde alweer op de man, twee keer: ‘De man moet nog veel leren’ en ‘het is ook niet makkelijk natuurlijk van geldschieter naar ambassadeur in een keer.’
Waarom is dit relevant? Als de ambassadeur geldschieter is moeten de Marokkanen vertrekken?

3 Wilders gebruikt ook de jij-bak. Hij haalde meteen de negatieve uitspraken, jaren oude uitspraken, van Spekman en Samsom over Marokkanen uit de kast. Maar het ene kwaad rechtvaardigt het andere niet. Als Marokkanen de opmerkingen van Spekman en Samsom hebben geïncasseerd wil dat niet zeggen dat ze oneindig moeten incasseren in de toekomst.

Daarom heb ik het recht op een rechter, want bij de rechter tellen slechts rationele argumenten. De neutraliteit van een rechter is legitiemer dan een debat, waar Wilders het publiek met populistische drogredenen manipuleert.

Wilders voert een guerrilladebat

Hij schiet vanaf een duistere schuilplek en sluipt weg. Hij schendt de grondregel in argumentatie: wie stelt bewijst. Want hij heeft niet alleen het recht om iets te roepen, maar ook de plicht om het te onderbouwen. Je hebt geen recht op zo maar elke lukrake opinie, maar slechts op een onderbouwde opinie. Je hebt recht op je eigen mening, maar niet op je eigen verzonnen feiten.

En als jouw stellingen weerlegd worden, dien je die stellingen in te trekken en ze niet meer te herhalen. Zoals met Maurice de Hond gebeurde. Omdat hij zijn stelling niet kan bewijzen dat de ‘klusjesman’ de ‘Deventer moord’ heeft gepleegd, mag De Hond de ‘klusjesman’ van de rechter nooit meer beschuldigen.

Daarom heb ik het recht op een rechter, want die stopt valse fanatieke aanvallen voorgoed.

Wilders voert een guerrillastrijd tegen de underdog

Voor de opinievrijheid zie ik drie logische doelen:

Ten eerste het nivelleren van macht: je moet de staat, de leider en de machtige kunnen berispen.
Ten tweede het verdedigen van je eigen rechten.
Ten derde als land vooruit kunnen gaan door de beste ideeën te kiezen, zonder ideeën uit het debat te verbannen.

Maar het is zeker niet het doel van deze vrijheid om anderen te breken; noch de meerderheid machtiger te maken; noch de minderheid te verminken.

Wilders wil ‘remigratie krachtiger stimuleren’. Maar democratie heeft grenzen en één daarvan is willen dat minderheden het land verlaten. De democratie die minderheden verdrijft is een dictatuur, ongeacht hoeveel procent van de mensen dit wil. Dus Wilders misbruikt de vrijheid om onvrijheid te scheppen. Hij misbruikt zijn recht voor onrecht.

Daarom heb ik het recht op een rechter, want die maakt de strijd gelijk en rechtvaardig.

De internationale normen

Volkenrecht erkent grenzen aan de opinievrijheid. De Canadese leraar Malcolm Ross is een voorbeeld. Hij schreef in zijn vrije tijd antisemitische stukken. De ouders klaagden dat hij daardoor een giftige omgeving voor de kinderen creëerde. Ross werd gedegradeerd tot  bibliothecaris en werd gewaarschuwd voor ontslag. Hij procedeerde tot het Canadese hooggerechtshof. Maar hij verloor.

Hij stapte naar het VN-Mensenrechtencomité. Maar het comité besloot hetzelfde, dat het noodzakelijk was om hem van zijn functie te ontheffen om de rechten en de reputatie van Joden te beschermen. En dat kinderen op een publieke school het recht hebben op onderwijs vrij van ‘bias, vooroordelen en intolerantie.’

Nederland doet mee aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, als lid van de Raad van Europa. De Raad heeft een commissie tegen racisme en intolerantie (ECRI). De ECRI schrijft over elk land rapporten en in oktober 2013 kwam het rapport over Nederland uit.

Haattaal

De commissie prees Nederland voor het aanklagen van de Arabisch-Europese Liga (AEL). De Liga plaatste een cartoon op haar site – met opzet – om aan te tonen dat men met twee maten meet over vrijheid van meningsuiting: vrijheid voor Mohammedcartoons maar grenzen voor andere cartoons. Deze cartoon, niet serieus bedoeld, betwijfelde openlijk de Holocaust. De rechter veroordeelde de AEL tot een boete van €2500.

De ECRI concludeerde dat ook Wilders’ uitspraken ‘haattaal of aanzetten tot haat’ zijn en dat de rechters zich in deze zaak vergisten. De ECRI gaf twee soortgelijke voorbeelden:

1 Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) meende dat België rechtmatig had gehandeld toen men politicus Daniel Féret aanklaagde voor aanzetten tot haat en racisme. Féret riep – zoals Wilders – dat immigranten terug moeten; ook hij streed tegen ‘islamisering van België’. Féret verloor zijn parlementaire onschendbaarheid en kreeg een taakstraf van 250 uur. Hij verloor zowel zijn actief als passief kiesrecht voor tien jaar. Het EHRM vond zijn veroordeling gerechtvaardigd als bescherming van de reputatie en de rechten van anderen.

2 Het EHRM gaf ook Frankrijk gelijk toen men Jean-Marie Le Pen veroordeelde. Het Hof, zegt de ECRI, vond dit terecht omdat ‘zijn uitlatingen de “moslimgemeenschap” duidelijk als geheel en op een zodanig verontrustende manier had gepresenteerd dat dit zou kunnen leiden tot gevoelens van afwijzing en vijandigheid.’
Volgens het EHRM ‘plaatste de politicus de Franse bevolking lijnrecht tegenover een gemeenschap wier religieuze overtuigingen expliciet werden genoemd en wier snelle groei werd gepresenteerd als een latente bedreiging voor de waardigheid en veiligheid van de Franse bevolking.’

Als de ECRI de eerdere woorden van Wilders ‘haattaal’ noemde, dan zou de commissie zijn nieuwe capriolen nog een tandje erger moeten vinden. Hij beloofde om minder Marokkanen in Nederland te regelen en hitste de zaal op om ‘minder, minder, minder’ te roepen. Het is evident dat hij de reputatie en de rechten van anderen beschadigt, precies zoals bij Féret en Malcolm Ross. Het is evident dat hij aanzet tot gevoelens van afwijzing en vijandigheid, zoals bij Le Pen. Het is evident dat Wilders de stamboom-Nederlanders lijnrecht tegenover de nieuwere Nederlanders zet.

Daarom een rechter als scheidsrechter

De rechter zal deze oneerlijke strijd in een eerlijke strijd veranderen. De rechter zal Wilders dwingen om slechts rechtmatige argumenten te gebruiken en zal zijn drogredenen negeren. De rechter zal Wilders dwingen om zijn argumenten te verdedigen en te onderbouwen. De rechter – en niet Wilders – zal het laatste woord hebben. De rechter zal eerlijk bepalen wie gelijk heeft.

Poep ruimen

Wilders voert een slinkse guerrillaoorlog en zijn aanvallen laten nieuwe Nederlanders een onrechtvaardige tol betalen, zelfs al zijn ze hier drie generaties lang. Hij roept zijn slogans in de media en weigert daarna te debatteren. De nieuwe Nederlanders daarentegen moeten iedere keer tijd, geld en energie spenderen om zijn schade te herstellen. Zij moeten non-stop schrijven en argumenteren en zij moeten demonstreren.

Mijn tijd is eindig en mijn leven is te belangrijk. Ik wil andere dingen doen dan mijzelf eindeloos tegen Wilders verdedigen. Hij misbruikt zijn vrijheid zoals de man die zijn honden stiekem in de nacht voor mijn deur laat schijten. Waarom zou ik de stront elke ochtend opnieuw moeten ruimen?

Het is tijd dat de staat mijn rechten en mijn vrijheid beschermt. Laat de rechter maar spreken.